14/01/2013

Beleidsnota justitie stelt wijziging erfrecht in vooruitzicht

De algemene beleidsnota van 27/12/2012 van minister van Justitie Turtelboom stelt, naast een hele reeks andere maatregelen, ook enkele niet onbelangrijke wijzigingen van het erfrecht in het vooruitzicht.

Op 29/11/2012 had de Kamer eerder reeds een eerste reeks wijzigingen goedgekeurd (zie onder meer deze bijdrage). Het is de bedoeling van de minister dat daar tegen het eind van dit jaar nog volgende wijzigingen bijkomen.

In navolging van het reeds gewijzigde artikel 124 van de Wet op de Landverzekeringsovereenkomst, wil de minister vooreerst ook de (ongrondwettelijk verklaarde) artikelen 127 en 128 van voormelde wet aanpassen. Bedoeling is om te verhinderen dat echtgenoten via een levensverzekering activa aan het huwelijksvermogen kunnen onttrekken.

Daarnaast wenst de minister echtgenoten te stimuleren om een huwelijkscontract te gebruiken bij hun vermogensplanning. Een uitbreiding/versoepeling van de mogelijkheden om via huwelijkscontract hun nalatenschap uit te werken of hun contract aan de actuele situatie aan te passen, zou daarbij aangewezen zijn. Wat de precieze voorgestelde wijzigingen zijn, wordt vooralsnog niet aangegeven.

Voorts komt ook het aloude verbod van erfovereenkomsten in het vizier van de minister te liggen. Tot voor kort was er nog een quasi eensgezindheid over het feit dat erfovereenkomsten verboden zijn, de openbare orde raken en dus absoluut nietig zijn. In de nasleep van het arrest van 31/10/2008 van het Hof van Cassatie werd evenwel - mijns inziens terecht-  verdedigd dat erfovereenkomsten niet langer van openbare orde zijn, zodat de nietigheid ervan kan worden gedekt. De minister lijkt die versoepeling in de rechtsleer en rechtspraak nu te volgen, en drukt het verlangen uit om de burger meer ruimte te geven om zijn nalatenschap zelf te regelen, dit in samenspraak met zijn erfgenamen. Het einde van het verbod op erfovereenkomsten in zijn huidige vorm zit er dus aan te komen.

Verder lijkt ook de erfrechtelijke reserve onder druk te komen staan. In de beleidsnota wordt immers aangegeven dat pakweg stiefkinderen in de verdeling van de nalatenschap moeten kunnen worden betrokken, terwijl de ouders dan weer moeten kunnen worden uitgesloten.  Verwacht mag worden dat aan de erfrechtelijke reserve wordt geraakt. Zoniet valt niet in te zien op welke (effectieve) wijze stiefkinderen, anders dan wat nu al mogelijk is, een noemenswaardig deel van de nalatenschap van de stiefouder zouden kunnen erven.

Tot slot wil de minister ook een aanpassing doorvoeren aan de waarderingsregels van zowel goederen die behoren tot de nalatenschap als goederen die tijdens het leven van de erflater weggeschonken werden. De huidige (achterhaalde) regels zorgen inderdaad voor heel wat moeilijkheden. Te denken valt onder meer aan het verschil in waardering van geschonken gelden (waardering op datum schenking) en geschonken onroerende goederen (waardering op datum overlijden schenker).

Die discrepanties wil de minister aanpakken. Op welke wijze dat zal gebeuren is nog niet duidelijk, al mag worden gehoopt dat de aanpassingen roerende en onroerende goederen over dezelfde kam zullen scheren. De waarde van de geschonken goederen fixeren op de waarde van de goederen ten tijde van de schenking, verhoogd met een rentevoet, zou daarbij alvast een optie kunnen zijn.