09/03/2018

Beroep van vastgoedmakelaar hervormd

Huis en sleutels.jpg

Per 1 februari 2018 is de Wet van 21 december 2017 tot wijziging van de wet van 11 februari 2013 houdende de organisatie van het beroep van vastgoedmakelaar, afgekort de vastgoedmakelaarswet, in werking getreden. De hervorming is vooral ingegeven door de vraag naar meer transparantie en een betere bescherming van de klant/consument. Een (noodzakelijke?) zuivering van de sector.

Derdenrekening

Wie beroep doet op een vastgoedmakelaar voor de verkoop van een onroerend goed zal vooral graag horen dat vanaf 1 augustus 2018, vastgoedmakelaars, net als advocaten en notarissen, een derdenrekening moeten hebben. Deontologisch was dit al verplicht, maar blijkbaar namen verschillende makelaars het niet zo nauw met deze deontologie.

Voortaan wordt het nu evenwel een wettelijke verplichting dat gelden die een makelaar in het kader van een voorschotregeling ontvangt, en die dus niet voor hem zijn bestemd maar in principe voor de verkoper, op een afgescheiden (derden)rekening terecht moeten komen. Die gelden zullen dus niet langer vermengd kunnen worden met eigen gelden van de makelaar of het makelaarskantoor, en gaat de makelaar failliet, dan zijn de gelden afgezonderd en daardoor gelijk ook veilig gesteld.

Bedragen die niet binnen de 2 jaar zijn overgemaakt aan de gerechtigde noch zijn opgevorderd, moeten door de vastgoedmakelaar automatisch overgemaakt worden aan de Deposito- en Consignatiekas. Maken die bedragen het voorwerp uit van een rechtsgeding, dan wordt die termijn geschorst tot er een einduitspraak is.

Transparantie

Een tweede belangrijke nieuwigheid is dat het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV) in het kader van tuchtprocedures voortaan verplicht de klager die de procedure aanhangig heeft gemaakt moet informeren over het dispositief van de genomen beslissing. Elementen die omwille van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de vastgoedmakelaar of derden niet bekend mogen worden gemaakt, worden daar uitgehaald of worden anoniem gemaakt. Vroeger gebeurde deze communicatie niet automatisch maar moest de klager zelf naar een beslissing in zijn of haar zaak vragen.

Houdt de beslissing in dat de klacht zonder gevolg wordt geklasseerd, dat ze met andere woorden wordt geseponeerd, dan schrijft de hervormde Vastgoedmakelaarswet voor dat de klager binnen de 15 dagen na datum van de beslissing en per aangetekende post moet worden geïnformeerd en dat hij of zij binnen een termijn van eveneens 15 dagen, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving dan, om een herziening van deze beslissing kunnen vragen. Ook dat moet (op straffe van onontvankelijkheid) per aangetekende post gebeuren.

Maatregelen

Onder de noemer van voorlopige maatregelen kan aan een vastgoedmakelaar een beroepsverbod worden opgelegd als er redenen zijn om te vrezen dat de verdere uitoefening van zijn of haar beroepswerkzaamheden schade kan berokkenen aan derden of aan de eert van het instituut. Dergelijk verbod kan maximaal 3 maanden bedragen maar kan op verzoek van de rechtskundig assessor of de rechtskundig assessor generaal verlengd worden met maximaal nog eens 6 maanden. De vastgoedmakelaar in kwestie moet wel eerst gehoord worden, en kan ook beroep aantekenen.

Het BIV kan ook bewarende maatregelen opleggen, bijvoorbeeld de aanstelling van een voorlopig bewindvoerder en de blokkering van de toegang van de vastgoedmakelaar tot de rekeningen waarop gelden van derden staan. Ook dat is uiteraard weer ingegeven door het streven naar een betere bescherming van de klant/consument.

Indien u hieromtrent meer vragen zou hebben, kan u steeds contact opnemen met Dirk Clarysse (dirk.clarysse@bright.legal)