27/04/2016

Blind getrouwd ... maar wat met het erfrecht?

263_detail.jpg

Kijkend Vlaanderen was de voorbije weken in de ban van Blind Getrouwd, een reality show waar zes vrijgezellen de sprong in het onbekende waagden en hun wettelijk ja-woord gaven aan... een volkomen wildvreemde. Door vier experten aan elkaar gekoppeld, dit alles ‘op basis van de wetenschap', want dit zou leiden tot een stabielere en duurzamere relatie. Rationaliteit boven emotionaliteit. Alsof ze werden uitgehuwelijkt. Na vijf weken zouden de koppels dan beslissen of ze gehuwd blijven, dan wel of ze een punt achter hun huwelijk zetten.

Deze week viel het verdict: enkel Nuria & Stijn hebben de test met glans doorstaan. Dit, zo blijkt nu, zelfs vanaf hun eerste (wetenschappelijke) huwelijksnacht. Test geslaagd? Voor Daisy & Geert en Inge & Jonas kwam helaas een einde aan een voor hen wellicht spannend avontuur. Een geluk bij een ongeluk: VTM neemt de kosten van de echtscheiding op zich. Dat konden we eerder toch reeds lezen in het Nieuwsblad.

Nog afgezien van de vraag of een huwelijk onder dergelijke omstandigheden wel een geldig huwelijk is (de echtgenoten gaven weliswaar hun formele toestemming tot het huwelijk, maar was deze wel ingegeven tot wat het huwelijk in essentie ook effectief voorstelt?), stel ik mij hier echter onmiddellijk de volgende vraag bij: "Wat als er tijdens het experiment iets fout liep?" Een onverwachts overlijden bijvoorbeeld. 

Ik weet het, het is beroepsmisvorming, maar toch. Het zal maar eens gebeuren. De partners zijn op dat ogenblik met elkaar gehuwd en de wetgever heeft echtgenoten tot wettelijke erfgenamen van elkaar bekroond. Een tussengekomen echtscheiding vormt minder een probleem. Ik liet mij wijsmaken dat de partners zijn gehuwd met een huwelijkscontract. Dat is goed. Met een goed huwelijkscontract kan men deze situatie perfect ondervangen en iedere deelname van de ene echtgenoot aan de vermogensaangroei van de andere echtgenoot uitsluiten. Daar knelt het schoentje dus niet. Maar wat dus met het erfrecht? 

Een langstlevende echtgenoot erft het vruchtgebruik van het eigen vermogen van de eerststervende (de blote eigendom komt toe aan de eigen bloedverwanten van de overleden echtgenoot). Het eigen vermogen is datgene dat de overleden partner op de dag van het huwelijk reeds in eigendom bezat: banktegoeden, aandelen, beleggingsportefeuilles, onroerend goed, etc. De langstlevende echtgenoot is dan niet enkel gerechtigd op een deel van de financiële tegoeden, maar ook en niet in het minst heeft hij of zij het recht om de onroerende goederen van de overleden echtgenoot in gebruik te nemen of deze te verhuren en de verhuuropbrengsten daarvan voor eigen rekening op te strijken. En dit levenslang. Een langstlevende echtgenoot verkrijgt verder als enige en met uitsluiting van alle andere erfgenamen ook het huurrecht van de woning die bij het openvallen van de nalatenschap tot gemeenschappelijke verblijfplaats diende. Dit impliceert het recht om het huurcontract dat de overleden echtgenoot voordien reeds had afgesloten m.b.t. de gezinswoning, verder te zetten. Het zal u maar overkomen...

Je zou denken: 'makkelijk opgelost, een overeenkomst tekenen en klaar is kees'. Wel, daar knelt nu net het schoentje. Echtgenoten kunnen in de huidige stand van het recht geen overeenkomst sluiten waarin zij verzaken aan elkaars nalatenschap. Dat maakt een verboden erfovereenkomst uit en is op vandaag juridisch niet geldig. Hierop bestaat één uitzondering: indien een van de echtgenoten reeds kinderen heeft uit een vorige relatie. Dat is de zgn. valkeniersclausule. Al is ook dat niet absoluut. Het vruchtgebruik op de gezinswoning en op het daarin aanwezige huisraad kan nooit aan de langstlevende worden ontnomen. Daarop heeft hij of zij sowieso recht. Het zal u maar overkomen... 

Je zou dan denken: 'geen probleem, beide echtgenoten maken een testament op waarin zij de andere onterven.' Maar ook dat is geen optie. De langstlevende echtgenoot werd in 1981 door de wetgever immers gebombardeerd tot een wettelijk beschermd (reservatair) erfgenaam. Hij of zij heeft altijd en overal recht op een minimaal deel van de nalatenschap. Deze reserve beslaat het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap. M.a.w. u kunt uw echtgenoot maar tot maximaal de helft van uw vermogen onterven. De andere helft blijft wettelijk voor hem of haar geparkeerd (d.i. de abstracte reserve). Bovendien is de langstlevende minstens en altijd verzekerd van het vruchtgebruik van de gezinswoning en van het daarin aanwezige huisraad, mocht dit in waarde de helft van de nalatenschap overschrijden (d.i. de concrete reserve). Uw echtgenoot geheel onterven is slechts mogelijk in uitzonderlijke omstandigheden, met name bij een feitelijke scheiding, bij een echtscheiding door onderlinge toestemming of ingeval van vaststelling van een overspelige afstamming. Al kunt u het wel altijd proberen, maar de overlevende echtgenoot kan na uw overlijden zijn minimaal erfdeel wel steeds in rechte opeisen. Het zal u maar overkomen...

En dan zwijgen we nog van de verplichting die de nalatenschap van de eerst overleden echtgenoot heeft ten opzichte van de langstlevende echtgenoot om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien, indien hij of zij ten tijde van het overlijden behoeftig is.

In ieder geval, de situatie heeft zich (gelukkig) niet voorgedaan zodat er ook geen vuiltje aan de lucht is. Maar sta er toch even bij stil wanneer u zich inschrijft voor het tweede seizoen van... Blind Getrouwd.

(c) foto: VTM / Medialaan