24/03/2016

Dashcams, privacy en bewijswaarde

234_detail.jpg

In de afgelopen weken vingen een drietal nieuwsberichten over dashcams - twee in de Standaard en ééntje in Het Laatste Nieuws - mijn aandacht. Vooral de eerste artikelen stellen een tweetal interessante vragen:

  1. hoe verhoudt de privacy zich t.o.v. dashcams?
  2. kunnen dashcambeelden worden gebruikt als bewijs in een rechtszaak?
Twee primordiale vragen als het aankomt op het gebruik van dashcam.

Dashcam en privacy

Om de verhouding tussen dashcams en privacy goed te begrijpen, dienen drie begrippen worden toegelicht: toepassingsgebied van de Privacywet, de verwerkingsgronden en het verbod van verwerking van juridische gegevens.

Toepassingsgebied

De Privacywet is van toepassing op elke a.) verwerking van b.) persoonsgegevens. Dashcambeelden betreffen een verwerking van persoonsgegevens (ook al staan er geen beelden van personen op): nummerplaten, afbeeldingen van personen, een bepaalde wagen op een bepaald tijdstip op een bepaalde locatie zijn allemaal elementen die, zeker samen, een natuurlijke persoon kunnen identificeren.

In principe is de Privacywet van toepassing op registraties met dashcams. Maar: art. 2 WVP voorziet in een uitzondering voor de verwerkingen van persoonsgegevens voor "huishoudelijk en persoonlijk gebruik"; deze zijn uitdrukkelijk uitgesloten uit het toepassingsgebied van de Privacywet. Dit is natuurlijk een zeer rekbaar begrip, maar als u de verwerking enkel voor eigen gebruik doet, zonder deze met derden te delen of er één of ander openbaar of commercieel gebruik van te maken, dan zullen deze verwerkingen onder deze uitsluiting vallen.

Met andere woorden: als u de beelden nooit aan de buitenwereld toont, en enkel voor 'eigen collectie' bewaart, is de Privacywet niet van toepassing.

Verwerkingsgronden

Maar wat als u die beelden wenst mee te delen aan derden: aan vrienden, op Facebook, aan de rechtbank? Buiten het uizonderingsregime voor huishoudelijk en persoonlijk gebruik mag u immers maar beelden verwerken als u over een verwerkingsgrond beschikt (art. 5 Privacywet).

Het bekendste voorbeeld van een verwerkingsgrond is de toestemming van de persoon zelf. Doch in het kader van bijvoorbeeld een aanrijdig zult u die evident niet hebben/krijgen. Mag u dan wel de beelden aan derden meedelen?

Voor het beantwoorden van deze vraag is het primordiaal te weten wat de finaliteit van de verwerking is: voor welk doel verwerkt u de gegevens? Indien het een verwerking is op Facebook, dan zult u wel degelijk de toestemming van de gefilmde persoon nodig hebben. Een andere verwerkingsgrond zult u, gezien het doel, niet kunnen inroepen.

Maar de vraag moet anders beantwoord worden indien u de beelden in een rechtszaak wil gebruiken. In dat geval zult u (minstens) over de verwerkingsgrond uit art. 5.f Privacywet beschikken: uw belang, als verantwoordelijke voor de verwerking om de beelden ter verdediging van uw rechten mee te delen aan de rechtbank, zal immers groter zijn dan het belang voor de betrokkene om de verwerking op basis van diens privacy te weigeren. M.a.w.: uw belang om de beelden te gebruiken is groter van dat van de tegenpartij om zich tegen het gebruik te verzetten.

Een gebruik van dashcambeelden in een rechtzaak, ter vrijwaring van uw rechten (en niet meer dan dat), is m.i. bijgevolg wettelijk toegelaten.

Verbod op verwerking van juridische gegevens

Art. 8 Privacywet bevat een verbod op het verwerken van juridische gegevens. Dit verbod was in het verleden de reden waarom de Belgische Privacycommissie weigerachtig stond tegenover het gebruik van dashcambeelden in de rechtszaal.

Evenwel verhindert dit verbod geenszins het gebruik van dashcambeelden: het verbod heeft slechts betrekking op de verwerking van jurdische gegevens van derden (gerechtelijke verledens, vonnissen, enz.). Art. 8, §2 c) Privacywetbepaalt immers dat het verbod niet van toepassing is "inzoverre dat noodzakelijk is voor het beheer van eigen geschillen". De verwerking van juridische gegevens voor de eigen verdediging valt dus niet onder dit verbod.

Tussenconclusie: het registreren en gebruiken van dashcambeelden is niet in strijd met de Privacywet voor zover u de beelden uitsluitend aanwendt voor de vrijwaring van uw eigen rechten én de overige bepalingen van de privacywet naleeft. Van zodra u evenwel verder gaat dan dit doel - zoals een publicatie ervan op internet en/of sociale media - handelt u wél in strijd met de wet. Op heden is dit ook het standpunt van de Belgische Privacycommissie.

Dashcamss en bewijswaarde

Een tweede vraag die zich stelt inzake dashcams is deze van de toelaatbaarheid van dergelijke beelden als bewijs in strafzaken, en de bewijskracht ervan. Juridisch zijn privacy en bewijswaarde immers twee losstaande concepten.

Wat de vraag naar de bewijswaarde betreft, kan ik verwijzen naar een bijdrage van collega Mr. Dirk Clarysse: Onwettig bewijs niet voor iedereen even onwettig. In die bijdrage kan u lezen dat, ingevolge recente cassatierechtspraak (de zogenaande Antigoon-leer) een (onrechtmatig verkregen) bewijs enkel onbruikbaar is 
  1. wanneer het is verkregen met miskenning van op straffe van nietigheid voorgeschreven procedures (bijvoorbeeld telefoontap, briefgeheim, edm.),
  2. wanneer de betrouwbaarheid van het bewijs is aangetast, of 
  3. wanneer het afbreuk doen aan het recht op een eerlijk proces, als de partij tegen wie het wordt gebruikt bijvoorbeeld niet de mogelijkheid heeft gekregen op dergelijke bewijsstukken te reageren en ze te betwisten.
Mijns inziens voldoet een bewijs door dashcambeelden integraal aan deze vereisten, op voorwaarde evenwel dat u voldoende footage van vóór als van na het incident voorlegt, in een 'raw' (= niet bewerkt en niet gemanipuleerd) formaat. Bovendien bestaan er op vandaag dashcams die zowel vooraan als achteraan filmen; desgevallend kan u ook de beelden van de achterruitcamera voorleggen.

Indien u de dashcambeelden op een dergelijke manier aanwendt, en de rechtbank m.a.w. een totaalbeeld geeft van het incident, de voorafgaanden (bijv. één minuut vóór het incident) en de afloop, in een volledig onbewerkt formaat, dan moet m.i. dat bewijs toegelaten en als bewijskrachtig worden aanvaard. Anders oordelen zou m.i. én een ernstige schending zijn van de rechten van verdediging van de gebruiker van de beelden (die nét om die reden een dashcam heeft aangeschaft) én een rechtspraak impliceren die volstrekt achterloopt op de technische evoluties anno 2016. Alvast aanvaardde de Correctionele Rechtbank te Leuven recent dashcambeelden als rechtmatig bewijs.

Besluit

Het huidig wetgevend kader en de voormelde cassatierechtspraak laten m.i. toe om, in lijn met de vigerende privacywetten, dashcams nuttig aan te wenden als bewijs bij verkeersdiscussies. Uiteindelijk oordeelt de rechter, en doet u er dus goed aan om het volledige, onbewerkte ('raw') beeldmateriaal voor te leggen. Elke manipulatie zal in uw nadeel spelen.

Ondergetekende zal dan ook met een gerust hart zijn dashcam in de wagen laten hangen...