15/11/2016

De begrotingsmaatregelen 2017: interne meerwaarden onder vuur!

308_detail.jpg

Het zal u niet ontgaan zijn dat in de media uitvoerig werd bericht over de loodzware onderhandelingen van de federale regering omtrent de begroting van 2017. Na dagen- en nachtenlang onderhandelen werd uiteindelijk een akkoord bereikt, een akkoord dat ook (opnieuw) tal van fiscale maatregelen behelst. Op vandaag liggen er nog geen definitieve wetteksten op tafel, maar wij lichten alvast de contouren van de opvallendste geplande maatregelen voor u toe.

Interne meerwaarden onder vuur

Een van de meest opvallendste, zo niet de belangrijkste geplande maatregel, is de aanpak van de interne meerwaarden.

Interne meerwaarden zijn (vaak niet onbelangrijke) meerwaarden die een belastingplichtige (natuurlijke persoon) realiseert door aandelen (van een werkvennootschap) in te brengen in of te verkopen aan een (evt. nieuw opgerichte) eigen (holding)vennootschap. Doordat de aandelen worden overgedragen aan hun werkelijke waarde, wordt de latente meerwaarde (d.i. het verschil tussen de waarde waarvoor men de aandelen heeft verkregen en de waarde waarvoor ze worden ingebracht/verkocht) in de holding vastgeklikt via de vorming van zgn. werkelijk fiscaal gestort kapitaal. Ten belope van dit werkelijk fiscaal gestort kapitaal kan men later belastingvrij kapitaal uit de holdingvennootschap halen. Op die manier kan men een belangrijk deel van het vermogen onbelast overhevelen van het vennootschapsvermogen naar het privévermogen. Een vorm dus van fiscale optimalisatie.

Hoewel een maatregel om interne meerwaarden aan te pakken eerder onverwacht is - in de media werd eerder opvallend vaak gesproken over een aangekondigde meerwaardebelasting op aandelen -, mag het niet echt verbazen dat de regering hieraan uiteindelijk paal en perk wil stellen. Vanuit het kamp van de fiscus wordt al jarenlang argwanend naar interne meerwaarden gekeken. De belastingplichtige wordt immers niet belast op interne meerwaarden voor zover de verrichting kwalificeert als een normale verrichting van beheer van privévermogen. Over wat als een normale verrichting van beheer van privévermogen wordt aanzien, is al veel inkt gevloeid. Ook de rulingcommissie legde reeds een resem aan voorwaarden op waaraan moet worden voldaan opdat de verrichting als een normale verrichting van privévermogen zou kwalificeren.

Met de vooropgestelde wijziging wil men deze fiscale optimalisatietechniek aan banden leggen. Voortaan zouden de overgedragen aandelen ook in de holdingvennootschap enkel voor hun oorspronkelijke aanschaffingswaarde (en niet langer voor hun werkelijke waarde) als ‘werkelijk fiscaal gestort kapitaal' kwalificeren. Met de oorspronkelijke aanschaffingswaarde wordt dan bedoeld de prijs die de belastingplichtige indertijd voor de aandelen zelf heeft betaald. De verrichting verliest op die manier haar fiscaal voordeel. Latere kapitaaluitkeringen uit de holdingvennootschap zullen dan immers ook enkel maar ten belope van hun oorspronkelijke aanschaffingswaarde onbelast kunnen plaatsvinden. Net zoals dit het geval zou zijn in de werkvennootschap. De eigenlijke intern gerealiseerde meerwaarde op de aandelen wordt dan niet meer als ‘werkelijk gestort fiscaal kapitaal' gekwalificeerd zodat uitkeringen ten belope van deze meerwaarde zullen worden belast.

De nieuwe regeling zou van toepassing zijn op inbrengen en verkopen die worden verricht vanaf 1 januari 2017. Verrichtingen van vóór 1 januari 2017 zouden aan het nieuwe regime ontsnappen. Wilt u nog (onbelaste) interne meerwaarden creëren, dan moet u zich dus haasten: u heeft nog tijd tot het einde van het jaar. Maar opgelet, waakzaamheid blijft geboden. De regering kondigde aan ook de operaties van vóór 1 januari 2017 gericht te zullen controleren. Er zullen nog steeds andere dan louter fiscale drijfveren voorhanden moeten zijn. Enkel in dat geval zal u, zoals het er nu naar uit ziet, dit jaar nog onbelaste interne meerwaarden het leven kunnen inroepen.

Indien u nog vóór 1 januari 2017 op een veilige manier interne meerwaarden wenst te creëren, kunt u proberen om alsnog voorafgaand een in extremis ruling aan te vragen bij de Dienst Voorafgaande Beslissingen. De vraag is echter of er op heden nog voldoende tijd is om dit alles nog tegen het einde van het jaar rond te krijgen.

Overige geplande maatregelen

Naast de betrachting om interne meerwaarden aan te pakken, worden ook volgende nieuwe maatregelen voorgesteld:

  • een verhoging (alweer!) van de roerende voorheffing op inkomsten uit aandelen en obligaties (verhoging van 27% naar 30%); aan de gebruikelijke uitzonderingen (bijv. vrijstelling op spaarboekjes edm.) zou niet worden geraakt;
  • een vergroening van de wagenfiscaliteit; er zou een forfaitaire heffing komen op tankkaarten; dit zou het voor de werkgever een pak duurder maken om tankkaarten aan werknemers (of bedrijfsleiders) ter beschikking te stellen; de werknemer/bedrijfsleider zou voortaan de keuze moeten krijgen tussen een bedrijfswagen of een fiscaal vriendelijk mobiliteitsbudget;
  • de afschaffing van de omstreden speculatietaks; de speculatietaks was van toepassing op winsten gerealiseerd op beursgenoteerde aandelen die binnen een periode van zes maanden na aankoop opnieuw werden verkocht; de speculatietaks heeft gezorgd voor een aanzienlijke terugval van het aantal beurstransacties en leidde niet tot het beoogde resultaat.

Zoals gezegd, dienen de maatregelen nog in definitieve wetteksten te worden gegoten en dienen ze nog te worden goedgekeurd. Wijzigingen zijn dus nog steeds mogelijk.

Hebt u nu reeds vragen in dit verband, dan kunt u ons uiteraard steeds contacteren.