09/07/2013

De deur op een kier voor de class action, Belgische stijl.

De Federale Regering, onder impuls van minister Johan Vande Lanotte, heeft een wetsontwerp klaar dat consumenten de mogelijkheid biedt om samen naar de rechter te stappen. Mits een degelijke en pragmatische juridische uitwerking zal dergelijk instrument zonder twijfel zijn plaats verdienen in de moderne procesvoering.

Class action

Het systeem van de groepsvordering, of de zogenaamde class action, vindt zijn oorsprong in het Angelsaksisch rechtssysteem.

Het veronderstelt een wijze van procesvoering waarbij meerdere personen als groep van belanghebbenden een procedure aanhangig kunnen maken en zij daarbij gezamenlijk als één procespartij optreden. Voor deze groep (de class), waarbij de groepsleden zelfs niet altijd geïdentificeerd worden, treedt dan een vertegenwoordiger op.

Eveneens kenmerkend voor de class action is dat de uitspraak in dergelijke procedure in principe bindend is voor alle leden van de groep, niettegenstaande de leden geen actieve rol spelen tijdens de procedure.

Hoog op het verlanglijstje

Op vandaag behoort een class action niet tot het arsenaal van procesrechtelijke mogelijkheden in België. Bepaalde varianten vormen een alternatief, zoals de toepassing van de regels van de samenhang, waardoor verschillende samenhangende vorderingen samen kunnen worden behandeld (art. 30 en art. 701 Ger.W.), of nog de procedure van de tussenkomst, waarbij een derde belanghebbende partij vrijwillig in een procedure kan tussenkomen wanneer één of meer schadelijders reeds een procedure tegen een verweerder hebben ingeleid (art. 813 Ger.W.). Deze technieken bieden echter geen pasklaar antwoord in gevallen van massaschade, maar kunnen hoogstens een oplossing bieden voor een geschil dat een klassieke tweepartijenverhouding te buiten gaat.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat consumenten- en andere belangenorganisaties al langer vragende partij zijn voor de invoering van een class action-systeem. Enkel op die manier zouden grote groepen maar daadkrachtig kunnen optreden tegen bijvoorbeeld een telefoonoperator die op ongeoorloofde wijze tarieven verhoogt, of tegen concurrentiebeperkende activiteiten tussen ondernemingen waardoor de prijs van bepaalde goederen kunstmatig wordt opgedreven, enz. In die situaties blijven consumenten nog veelal in de kou staan, te meer daar zij worden afgeschrikt om individueel een rechtsvordering in te stellen rekening houdende met de procedure en de kosten die dergelijk initiatief met zich mee brengt.

Na bijna 20 jaar lobbywerk komt voor deze belangenverenigingen de eindmeet in zicht.

De Belgische 'soft-versie'

Minister van Consumentenzaken Vande Lanotte had al aangekondigd om tegen de zomer een voorstel voor groepsvorderingen te willen lanceren.

Hoewel het wetsontwerp dat nu werd goedgekeurd duidelijk geïnspireerd is door de class action-procedures die sinds lang het Angelsaksisch rechtssysteem kenmerken, werden eveneens elementen ("filters") ingebouwd die 'Amerikaanse' misbruiken moeten vermijden.

Vooreerst kan de procedure enkel voor consumenten worden toegepast, zodat bijvoorbeeld gedupeerde beleggers uit de boot dreigen te vallen.

Bovendien moet deze groep benadeelden-consumenten steeds worden vertegenwoordigd door een erkende consumentenorganisatie wat het 'ronselen' van slachtoffers zou moeten vermijden.

Het wetsonwerp omvat in detail de te volgen procedure. Alle groepsvorderingen zullen dienen te worden ingeleid voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brussel, die in eerste instantie de ontvankelijkheid van de vordering zal beoordelen. Indien de rechter bevestigt de zaak te kunnen behandelen, zal een verplichte bemiddelingsronde tussen de klagers en het geviseerde bedrijf volgen. Enkel indien deze bemiddelingspoging niets oplevert, komt het tot een rechtszaak. Daarbij zal de Rechtbank de keuze hebben tussen een opt out-procedure, waarbij alle slachtoffers automatisch deel uitmaken van de procedure, dan wel voor een opt in-procedure, waarbij de slachtoffers zich expliciet moeten melden. Deze keuze zal uiteraard beïnvloed worden door de specifieke omstandigheden van de zaak.

Deze reglementering, die dankzij onder meer de ingebouwde filters (vertegenwoordiging door consumentenverenigingen, verplichte bemiddeling,...) trouwens ook de steun van de werkgevers geniet, moet het sluitstuk in de wetgeving van de consumentenbescherming worden.

Een concrete toepassing zal echter pas mogelijk zijn na de behandeling en de goedkeuring van het wetsontwerp in het parlement, en wanneer dat zal zijn, blijft voorlopig onduidelijk.