14/11/2011

De eindejaarsperiode in zicht. Recapitulatie van de regels inzake prijsvermindering en solden.

Het einde van het jaar komt langzaam in zicht en zodus ook het traditionele begin van de solden-periode en eindejaarspromoties. Een commercieel interessante tijd voor ondernemers die in de periode rond de jaarwisseling hetzij hun omzet graag nog een boost willen geven, hetzij de rest van hun sei-zoensgebonden voorraad aan de man wensen te brengen. Dit alles door middel van knappe kortingen en andere promoties.  Evenwel zijn de aankondiging van prijspromoties en solden omkaderd door een strikt wettelijk kader. Om de eindejaarsperiode alvast op dat punt goed aan te vatten, geeft Mr. Nils Deschrijver u graag een beknopt overzicht van de wettelijke regels inzake aankondiging van prijsverminderingen, solden en sperperiodes.

 

Aankondiging van prijsvermindering

Het toepassingsgebied van de regelge-ving m.b.t. de aankondiging van prijs-vermindering kent een dubbele beper-king. Enerzijds mag men wettelijk slechts van een ‘prijsvermindering' spreken in-dien de onderneming voorheen hetzelfde product reeds tegen een hogere prijs heeft aangeboden. Bovendien kan er slechts sprake zijn van een ‘prijsvermin-dering' indien het om een voor iedereen toegepaste verminderde prijs gaat. 

Anderzijds moet de prijsvermindering ef-fectief worden aangekondigd. Er is spra-ke van een aankondiging wanneer de mededeling van de korting een publiek karakter heeft, wat het geval is van zodra de onderneming zich richt tot consumen-ten in het algemeen of (een deel van) haar bestaand cliënteel. Kortingen louter toegepast zonder publieke mededeling worden vrijgesteld van de toepasselijke regels. Voorbeeld bij uitstek van een dergelijke niet publieke korting is de kor-ting die wordt gegeven aan een individu-ele klant. 

Indien er sprake is van (i.) een prijsver-mindering en van (ii.) een publieke aan-kondiging, dan dient u als handelaar de wettelijke regels inzake omvang, aan-kondiging en duur van de vermindering in acht te nemen. 

Vooreerst mag een aankondiging van prijsvermindering enkel ten opzichte van de prijs dat u voorheen toepaste voor hetzelfde product. Op nieuwe pro-ducten kan u dus nooit korting geven. Alsook moet de nieuwe prijs lager zijn dan de zogenaamde ‘referentieprijs'. Met ‘referentieprijs' bedoelt de wetgever de laagste prijs die u voor dat product hebt toegepast in de periode van 30 dagen voorafgaand aan de eerste dag waarvoor de prijsvermindering wordt aangekon-digd. Bovendien moet de referentieprijs worden toegepast per verkooppunt of - kanaal waarvoor de aankondiging wordt gedaan. Dit laatste is van toepassing bij verkoop in meerdere traditionele loka-len/winkels, maar ook wanneer het gaat om alternatieve verkooptechnieken zoals verkopen op afstand (in het bijzonder in-ternetverkopen) en verkopen buiten de onderneming. Een online aanbieding, wanneer die goedkoper zou zijn dan de winkelprijs, zal u dus niet mogen aan-merken als een korting. Als uitzondering op de regel kan nog worden meegege-ven dat bij eenvormige kortingspercenta-ges er afwijkende regels gelden. 

Bij de aankondiging van de prijsvermin-dering vermeldt u naast de nieuwe prijs ook best de referentieprijs, minstens het toegepaste kortingspercentage. De wet schrijft dit niet met zoveel woorden voor maar geeft slechts als stelregel dat de consument de consument zijn voordeel makkelijk moet kunnen berekenen en juist en volledig wordt geïnformeerd. De meest eenvoudige manier om gevolg te geven aan deze vereisten is het werken met de vermelding van de nieuwe prijs naast de oude doorgehaalde prijs. 

Wat niet onbelangrijk is, is dat u een prijsvermindering van een product aan de consument ook mag voorstellen als een gratis aanbod van een hoeveelheid van het product. U mag dus bijvoorbeeld een korting van 25% voorstellen als drie kopen en één gratis.

Wat tenslotte de duur betreft mogen prijsverminderingen slechts worden aan-gekondigd voor een periode van ten hoogste één maand en ten minste één volle verkoopdag (uitzondering voor be-derfbare goederen niet te na gesproken).

Hou daarbij tot slot de regelgeving inzake lokvogelreclame ten alle tijde in de
gaten en zorg voor indekking in geval van mo-gelijkse onvoldoende voorraad.

Solden

Indien een onderneming zich bij de aan-kondiging van prijsverminderingen be-dient van de termen ‘solden', ‘soldes', ‘schlussverkauf' of van enige andere ge-lijkwaardige benaming (bijvoorbeeld tota-le verkoop, verkoop tot de finish en ein-dereeksen) valt men onder de soldenre-glementering. Net als bij de prijsvermin-dering komen ook hier alle soorten goe-deren, ongeacht hun aard of kenmerken, principieel in aanmerking. Ook de niet-seizoensgebonden goederen die hun aantrekkingskracht na een zekere perio-de niet verliezen. Wel kunnen enkel roerende lichamelijke goederen - en dus geen diensten - worden aangeboden in de solden. 

Het basisprincipe van de regeling is dat het gebruik van de benaming ‘solden' slechts is toegelaten binnen bepaalde periodes en onder de door de wet ge-stelde voorwaarden. 

Het gebruik van de termen (bijv. d.m.v. grote affiches in de winkelpunten) is vooreerst uitsluitend toegestaan gedu-rende de soldenperiodes, zijnde van 03/01 t.e.m. 31/01 en van 01/07 t.e.m. 31/07. Indien de eerste dag een zondag is wordt de termijn een dag vervroegd. 

Wel kan de onderneming een geplande soldenverkoop aankondigen vóór de aanvang van de soldenperiode en daarbij dan ook die benamingen gaan gebruiken (bijv. "Hier solden vanaf 03/01"). Hierbij is het essentieel dat u de correcte startda-tum vermeldt, want misbruik kan worden bestraft. 

Enkel de goederen die een onderneming (i.) reeds te koop heeft aangeboden (ii.) gedurende minstens dertig dagen en (iii.) die bij het begin van de soldenperiode nog in haar bezit zijn, mogen het voor-werp vormen van een soldenverkoop. 

Goederen in soldenverkoop moeten niet langer verplicht verkocht worden in de lokalen waar zij gewoonlijk te koop wer-den aangeboden. Dit was zo vóór de Wet Marktpraktijken in 2010 van kracht werd (hierna ‘WMPC'). Dit betekent bijvoor-beeld dat goederen die voordien enkel te koop werden aangeboden via de web-shop, nu in solden kunnen worden aan-geboden in een fysieke winkel en vice versa. Ook mogen de goederen tussen de verschillende winkelpunten worden uitgewisseld. 

Een soldenprijs moet (evident) een ver-laagde prijs zijn in vergelijking met de voorheen toegepaste prijs Opnieuw maakt de WMPC hierbij gebruik van het begrip referentieprijs, maar modelleert deze volgens het onderscheid tussen de verkoop in hetzelfde verkooppunt en alle andere situaties.

Sperperiode

Voor de productgroepen kleding, leder-waren en schoenen moet er verder reke-ning worden gehouden met de sperperi-odes. De sperperiode duurt steeds drie weken, en vangt voor de wintersolden aan op 06/12 en voor de zomersolden op 06/06. De sperperiode eindigt wan-neer de soldenperiode begint. 

Het verbod dat gepaard gaat met de sperperiodes is tweeledig. Ten eerste mogen er tijdens de sperperiode geen prijsverminderingen worden aangekon-digd die tijdens die sperperiode uitwer-king hebben. Dit verbod geldt ongeacht de plaats of de aangewende communica-tiemiddelen. 

Ten tweede, is het verboden om vóór de sperperiode prijsverminderingen aan te kondigen die uitwerking hebben tijdens de sperperiode. Wel is het toegelaten om tijdens de sperperiodes prijsverminderin-gen aan te kondigen die tijdens de sol-den uitwerking zullen hebben.

Merk daarbij ook op dat het ongeacht het tijdstip verboden is om titels uit te geven die recht geven op een prijsvermindering tijdens de sperperiode Dit zou immers neerkomen op een omzeilen van de re-gelgeving. 

Dit verbod geldt evenwel niet voor de oc-casionele handelsmanifestaties, georga-niseerd door of met de medewerking van de plaatselijke verenigingen van onder-nemingen (zogenaamde ‘braderieën'). Op zulke manifestaties mogen prijsver-minderingen worden aangekondigd, ook tijdens de sperperiode.

Evenmin geldt dit verbod voor zoge-naamde fluistersolden, waarbij klanten op individuele basis kortingen krijgen, zonder dat deze worden aangekondigd. Opdat evenwel de mededeling van prijs-vermindering door de verkoper niet als ‘aankondiging' zou kunnen worden ge-kwalificeerd, dient er daadwerkelijk on-derhandeld te worden over de korting tussen onderneming en klant. Systema-tisch en ongevraagd fluistersolden aan-bieden is dus uit den boze. 

Tenslotte nog volgende waarschuwing. Indien u vóór de solden, in de sperperio-de, prijsverminderingen wenst aan te kondigen voor andere producten dan kledij, lederwaren en schoenen, kan dit zoals hierboven uiteengezet perfect voor zover u daarbij de algemene regels inza-ke prijsvermindering naleeft. Best opteert u er wel voor om bij de aankondiging ex-pliciet te gaan vermelden dat deze kor-tingen uitsluitend gelden voor bepaalde producten of productcategorieën (andere dan kleding, schoenen of lederwaren). Indien u een algemene korting op gans het gamma wenst te geven, dient u evenzeer duidelijk te melden dat de kor-ting niet geldt voor kledij, lederwaren en schoenen. Doe dit bovendien voldoende duidelijk. Zoniet zou uw aankondiging kunnen worden beschouwd als een over-treding van de regels inzake sperperiode, met alle kwalijke gevolgen van dien. 

De ZEB-zaak 

Een vraag die zich tenslotte m.b.t. de sperperiodes stelt is de verenigbaarheid van deze regeling met de Europese Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (‘ROH'). De bekendste lopende zaak daaromtrent is de procedure tussen de FOD Economie en UNIZO enerzijds en de winkelketen ZEB anderzijds. 

De ROH roept in Europa een geharmoni-seerde regeling in het leven m.b.t. han-delspraktijken t.a.v. consumenten. Hierbij heeft de Europese regelgever een zoge-naamde ‘maximumharmonisatie' inge-voerd. Dit betekent dat de Europese lid-staten, waaronder België, in hun wetge-ving geen strengere regels mogen uit-werken dan deze die zijn voorzien in de ROH. Indien een handelspraktijk (mede) de bescherming van consumenten tot doel heeft, dient de verenigbaarheid van de wetgeving met de richtlijn aldus te worden nagegaan.

Het aankondigen van prijsverminderin-gen tijdens de sperperiode is een han-delspraktijk. Eenvoudig gezegd draait de juridische discussie om de vraag of de sperperiode al dan niet strijdig is met de ROH. Indien het antwoord positief is, is deze regeling niet afdwingbaar en dient de Belgische handelaar geen rekening meer te houden met de sperperiodes. 

Het grote struikelblok in deze discussie is de vraag of de sperperiode de bescher-ming van consumenten tot doel heeft. Want de ROH regelt enkel marktpraktij-ken t.o.v. consumenten. Indien het ant-woord op die vraag ‘ja' is, is de sperperi-ode in strijd met de ROH en dus ongel-dig. Indien het antwoord daarentegen ‘neen' is, is de sperperiode niet in strijdmet het Europese recht.

Het Belgische Grondwettelijk Hof stelde in het verleden reeds dat de bepalingen inzake sperperiodes een tweeledig doel hebben (bescherming handelaren énconsumenten). Maar of die redenering op vandaag nog geldt, is twijfelachtig. Het Hof van Beroep te Brussel besliste in 2009 in de Inno-zaak reeds dat de con-sumentenbescherming daadwerkelijk dient te zijn en dat het formeel inroepen ervan, bijv. in voorbereidende werken, onvoldoende was. Gezien de WMPC zelf reeds meerdere bepalingen bevat om-trent transparantie en juistheid van prij-zen vond het Hof van Beroep het verbod inzake prijsaankondiging onevenredig aan het motief van consumentenbe-scherming. Kortom, volgens het Hof van Beroep betrof de sperperiode in die zaak enkel de regeling van concurrentiële rela-ties tussen handelaren onderling (en niet t.a.v. consumenten dus). De Rechtbank van Koophandel Dendermonde heeft daarentegen in de ZEB-zaak om tekst en uitleg aan het Europees Hof van Justitie verzocht. Deze laatste antwoordde re-cent dat het aan de nationale rechter toekomt om te oordelen of een welbe-paalde handelspraktijk al dan niet de be-scherming van consumenten als voor-werp heeft... 

Thans is het dus wachten op de uit-spraak in het ZEB-dossier. Daarmee zal o.i. de discussie inzake de geldigheid van de sperperiodes wellicht definitief beslecht worden.
In afwachting van deze uitspraak is het dan ook ten stelligste aangeraden om voorlopig de regels inzake de sperperio-de te blijven respecteren.