16/10/2014

De familierechtbank

U heeft het wellicht al vernomen, sinds 1 september 2014 is er een familie- en jeugdrechtbank in het leven geroepen. Deze rechtbank werd opgericht in de schoot van de rechtbank van eerste aanleg van ieder gerechtelijk arrondissement. De nieuwe rechtbank bestaat uit drie kamers: de familiekamer(s), de jeugdkamer(s) en de kamer(s) voor minnelijke schikking. Ook op het niveau van het hof van beroep komen er naast jeugdkamers familiekamers en kamers voor minnelijke schikking.

De familiekamers zijn bevoegd voor de burgerlijke geschillen binnen het gezin en in het bijzonder voor alle vorderingen betreffende rechten en verplichtingen die voortvloeien uit familiale betrekkingen, voor zover er geen lex specialis geldt die in een afwijkende regeling voorziet.

Op het vlak van het familiaal vermogensrecht is de familierechtbank onder meer bevoegd voor:

  • vorderingen tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden betreffende de uitoefening van hun rechten of betreffende hun goederen, m.i.v. voorlopige maatregelen;
  • vorderingen met betrekking tot het huwelijksvermogensrecht, de erfopvolging, schenkingen onder levenden en testamenten;
  • vorderingen tot vereffening en verdeling;
  • vorderingen tot omzetting van het vruchtgebruik of overdracht van de blote eigendom bij erfopvolging van de langstlevende echtgenoot;
  • verzoeken om machtiging tot openbare verkoop van onroerende goederen in een nalatenschap;
  • etc.

Met deze gerechtelijke reorganisatie beoogt de wetgever om het geheel aan familiale zaken rond eenzelfde rechter te groeperen. De gerechtelijke geschiedenis van een familie wordt als het ware in één dossier ondergebracht. Zo wordt niet alleen getracht om een efficiëntere rechtsbedeling te bekomen, maar ook, en niet in het minst, om een grotere coherentie te realiseren tussen de onderscheiden rechterlijke uitspraken die een familie raken.

Vorderingen worden in de regel gebracht voor de familierechtbank van de woonplaats van de verweerder of van de laatste echtelijke verblijfplaats. Nieuw is verder dat zodra er een procedure aanhangig is gemaakt voor de familierechtbank, latere vorderingen tussen diezelfde partijen in principe voor diezelfde familierechtbank worden gebracht. Ook op die manier wil de wetgever de debatten beperken tot wat strikt noodzakelijk is voor de oplossing van het geschil en komen tot minder kosten en tegenstrijdigheden tussen de verschillende beslissingen.

Tot slot wordt ook een aantal nieuwe bevoegdheden aan de vrederechter gegeven zoals de aanstelling van een sekwester.