20/08/2013

De gesplitste aankoop: a never ending story

Het kan verkeren: het standpunt over de fiscale behandeling van de gesplitste aankoop is (nog maar eens) gewijzigd.

(Oude) administratieve beslissing van 19 april 2013

In mijn vorig blogbericht schetste ik reeds de techniek van de gesplitste aankoop en de evolutie van de administratieve standpunten ter zake. U vindt deze hier terug.

Slotsom was dat ingevolge een administratieve beslissing van 19 april 2013 een voorafgaande schenking van de gelden door de toekomstige vruchtgebruiker aan de toekomstige blote eigenaar (vanaf 1 september 2013) niet langer als tegenbewijs zou worden aanvaard in het licht van artikel 9 W.Succ. Ook een lening van de gelden zou niet langer worden toegestaan, zolang er een verband was tussen de gelden en de gesplitste aankoop.

Gesplitste aankopen zouden zo definitief geen fiscaal voordeel meer kunnen opleveren.

(Nieuwe) administratieve beslissing van 18 juli 2013

Omwille van de (hevige) kritiek die er op het standpunt van de Administratie kwam uit de diverse hoeken, heeft Minister van Financiën Koen Geens de zaak opnieuw laten onderzoeken.

Met een nieuwe administratieve beslissing van 18 juli 2013 wordt het geweer opnieuw van schouder veranderd.

Met ingang van 1 september 2013 zal een voorafgaande schenking van de gelden voortaan wél als tegenbewijs voor de toepassing van artikel 9 W.Succ. worden aanvaard 

'wanneer de voorafgaande schenking aan de heffing van het registratierecht voor schenkingen werd onderworpen, of wanneer wordt aangetoond dat de begunstigde van de schenking vrij over de gelden heeft kunnen beschikken.'

Is aan één van deze voorwaarden voldaan, dan kan de gesplitste aankoop voortaan dus toch nog plaatsvinden zonder fiscaal te worden afgestraft.

Voorzichtigheid is (nog) aangewezen

Voorzichtigheid is inderdaad nog aangewezen.

Zo is op dit moment nog niet duidelijk wanneer de voorafgaande schenking van de gelden uiterlijk moet zijn geregistreerd. Moet dit uiterlijk vóór het ondertekenen van de compromis? Uiterlijk vóór het verlijden van de notariële akte? Of kan de schenking van de gelden ook na het verlijden van de notariële akte nog worden geregistreerd?

Daarnaast zou de begunstigde volgens de Administratie vrij over de gelden kunnen beschikken als wordt aangetoond dat de schenking 'niet specifiek bestemd was voor de financiering van de aankoop van de blote eigendom in het kader van de gesplitste aankoop'.

Het is nog maar de vraag hoe dit begrip door de Administratie in de praktijk zal worden geïnterpreteerd. Zal louter juridisch worden gekeken (in welk geval de begunstigde in principe vrij over de gelden kan beschikken indien er geen specifieke modaliteit aan de schenking werd gekoppeld dat de gelden moeten worden aangewend voor de aankoop van het onroerend goed)? Of zal een feitelijke analyse worden gemaakt (in welk geval men in de regel zal nagaan in welke mate er eenheid van opzet aanwezig is)?

Dit laatste betreft opnieuw een feitenkwestie en het mag nu al duidelijk zijn dat in voorkomend geval het nieuwe administratieve standpunt nog steeds niet de nodige rechtszekerheid aan de burger zal bieden.

Wordt nogmaals vervolgd?