Vierdelige opleidingscyclus actualia vermogensrecht (opleiding 4)
11/12/2018, 17u30

De hervorming van de erfbelasting. Wijzigingen na de hervorming van het erfrecht en evaluatie op vlak van successieplanning. Een analyse.

Filip Vermeulen, Belumeco

Menselijke gevoeligheden, emoties en financiële hangijzers werden op deskundige wijze omgezet in...

15/03/2018

De nieuwe pandwet en het eigendomsvoorbehoud

Slot.jpg

Overeenkomstig de bepalingen in het Belgische Burgerlijk Wetboek gaat het eigendomsrecht van een roerend goed in principe over van zodra er tussen koper en verkoper wilsovereenstemming bestaat omtrent de prijs van dat betreffende goed. Het verkochte goed wordt dan eigendom van de koper, ook al heeft die koper daarvoor nog niet betaald.

Het hoeft geen betoog dat de hierboven beschreven principes in de praktijk tot problemen kunnen leiden, met name in het geval een leverancier van roerende goederen te maken krijgt met een slecht betalende koper.

Net om die reden voorzien de algemene voorwaarden of factuurvoorwaarden van heel wat handelaars of ondernemingen in een afwijking op die wettelijk beschreven principes inzake eigendomsoverdracht door de inlassing van een beding van eigendomsvoorbehoud. Het eigendomsvoorbehoud stelt de effectieve eigendomsoverdracht dan uit tot op het moment dat de koper de koopprijs integraal heeft betaald.

Een beding van eigendomsvoorbehoud kan uiteraard slechts nuttig zijn in het geval het een situatie van samenloop met andere schuldeisers (faillissement, beslag, collectieve schuldenregeling edm.) kan doorstaan.

Net daar wrong in het verleden het schoentje want aangezien de geldigheid en tegenstelbaarheid van een dergelijk beding enkel in de faillissementswet werd geregeld, werd die geldigheid en tegenstelbaarheid in andere gevallen van samenloop betwist.

De Wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake (hierna “de nieuwe pandwet” genoemd) heeft hier verandering in gebracht door het toepassingsgebied van het eigendomsvoorbehoud sterk te verruimen:

  • Zo heeft de nieuwe pandwet de regels inzake eigendomsvoorbehoud ingevoegd in het Burgerlijk Wetboek onder de nieuwe titel XVII “Zakelijke zekerheden op roerende goederen”, hetgeen tot gevolg heeft dat het eigendomsvoorbehoud een algemene strekking heeft gekregen en dus niet enkel meer kan worden ingeroepen in geval van samenloop door faillissement, maar ook toepassing kan vinden in ieder ander geval van samenloop.
  • Verder wordt in de bepalingen van de nieuwe pandwet uitdrukkelijk bepaald dat het eigendomsvoorbehoud kan worden ingeroepen “ongeacht de juridische aard van de overeenkomst waarin het is opgenomen”, hetgeen impliceert dat een eigendomsvoorbehoud dus niet alleen toepassing kan vinden in geval van een koop-verkoop maar ook kan worden ingeroepen binnen andere contracten (bijvoorbeeld in geval van aanneming).
  • Voortaan blijft het eigendomsvoorbehoud verder zijn werking behouden ingeval de verkochte goederen werden vermengd met andere (vervangbare) goederen of wanneer de verkochte goederen werden verwerkt tot een nieuw goed. Het is dus niet vereist dat de verkochte goederen nog in natura aanwezig zijn bij de koper teneinde het eigendomsvoorbehoud uit te oefenen.
  • Het principe van de zakelijke subrogatie werd expliciet opgenomen in de bepalingen van de nieuwe pandwet, wat betekent dat het eigendomsvoorbehoud overgaat naar alle schuldvorderingen die in de plaats komen van de verkochte goederen (bijvoorbeeld de schuldvordering tot betaling van de koopprijs in geval van een doorverkoop).
  • In het geval de verkochte roerende goederen onroerend geworden zijn door incorporatie, blijft het eigendomsvoorbehoud eveneens behouden, op voorwaarde dat het eigendomsvoorbehoud werd geregistreerd in het Pandregister. Door de registratie krijgt het eigendomsvoorbehoud bovendien voorrang op eventuele hypothecaire schuldeisers.

De nieuwe pandwet stelt wel een voorwaarde voorop opdat een verkoper zich op deze verruimde toepassing van het beding van eigendomsvoorbehoud zou kunnen beroepen. Zo moet het beding van eigendomsvoorbehoud schriftelijk zijn opgesteld en dit uiterlijk op het ogenblik van de levering van het goed. Wanneer het beding dus enkel werd opgenomen in factuurvoorwaarden die na levering aan de koper werden bezorgd, zal de verkoper zich niet op de verruimde toepassingsmogelijkheden die de nieuwe pandwet biedt betreffende het eigendomsvoorbehoud, kunnen beroepen.

Het is dan ook raadzaam om het beding van eigendomsvoorbehoud op te nemen in uw algemene contractvoorwaarden en deze zeker voorafgaandelijk aan de levering aan uw koper te bezorgen (bijvoorbeeld samen met uw offerte).

De nieuwe pandwet is in werking getreden op 1 januari 2018.

Naast de hierboven beschreven veranderingen inzake het eigendomsvoorbehoud heeft de nieuwe pandwet ook een aantal ingrijpende wijzigingen doorgevoerd inzake het retentierecht en het pandrecht. Aarzel niet om verder contact met ons op te nemen indien u ook hieromtrent vragen zou hebben.