13/06/2013

De nieuwe WCO: bijkomende verplichtingen voor accountants, bedrijfsrevisoren en andere cijferberoepen

De Wet betreffende de continuïteit van de ondernemingen van 31/01/2009 (hierna "W.C.O.") is de opvolger van de Wet op het gerechtelijk akkoord van 1997. De W.C.O. heeft, net zoals zijn voorganger, de bedoeling ondernemingen in moeilijkheden te beschermen tegen hun schuldeisers. De Rechtbank van Koophandel verleent een onderneming in moeilijkheden daartoe een beschermingsperiode zodat deze de kans krijgt op adem te komen en een plan tot terugbetaling van haar schuldeisers op te maken. Met de invoering van de W.C.O. had de wetgever onder meer de bedoeling de vroegere procedure van het gerechtelijk akkoord eenvoudiger en soepeler te maken.

Intussen is de W.C.O. al vier jaar in werking, waardoor een evaluatie zich opdrong. De praktijk leert immers dat de instap in een W.C.O.-procedure wel zeer laagdrempelig is, waardoor de W.C.O. al te vaak fungeert als een wachtkamer voor het faillissement.  

Recent werd in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsontwerp gestemd die de W.C.O. op verschillende punten wijzigt, met onder meer de bedoeling de voorwaarden tot instap in de procedure te verscherpen. Deze nieuwe wet kan ieder ogenblik in werking treden. Algemeen dient gesteld dat de essentie van de W.C.O. vanzelfsprekend overeind blijft; het is nog steeds de bedoeling dat de onderneming in moeilijkheden door de Rechtbank van Koophandel gedurende een bepaalde periode (die initieel maximaal zes maanden kan duren) bescherming geniet. De nieuwe wet heeft de bedoeling de procedure transparanter te maken voor de schuldeisers van de onderneming in moeilijkheden. Bovendien kunnen nu ook landbouwers tot de W.C.O. toegelaten worden.    

Een aantal markante wijzigingen lichten wij hierna nader toe.  

Nieuwe preventieve rol voor de cijferberoepen

De nieuwe wet kent een belangrijke preventieve rol toe aan de externe accountant, belastingconsult, boekhouder, boekhouder-fiscalist en bedrijfsrevisor. Wanneer zij bij het uitvoeren van hun opdracht gewichtige en overeenstemmende feiten vaststellen die de continuïteit van de onderneming geheel of gedeeltelijk in gevaar kunnen brengen, moeten zij het bestuursorgaan van de onderneming daarvan inlichten.   

Daarop moet de onderneming binnen één maand de nodige maatregelen nemen om de continuïteit voor minstens 12 maanden te waarborgen. Doet de onderneming dit niet, dan kan de externe cijferberoeper de voorzitter van de Rechtbank van Koophandel inlichten, zonder dat dit beschouwd wordt als een miskenning van het beroepsgeheim.

De bedoeling is duidelijk. De wetgever wil in de vermijden dat W.C.O.'s faliekant aflopen omdat ze te laat werden aangevraagd. De opsporing van probleemsituaties wordt dus niet meer louter overgelaten aan de kamers voor handelsonderzoek, die deel uitmaken van iedere Rechtbank van Koophandel. De nieuwe wet bepaalt bovendien dat de kamers voor handelsonderzoek bij de externe cijferberoepers inlichtingen mogen inwinnen over de aanbevelingen die laatstgenoemden aan de onderneming deden en over de maatregelen die de onderneming daarop nam om de continuïteit te waarborgen. Ook in dat geval is de cijferberoeper bevrijd van zijn beroepsgeheim.   

Dat dit niet de enige wijziging is waarbij cijferberoepen een belangrijke rol krijgen toebedeeld krijgen, blijkt hierna (zie hierna onder "Formaliteiten bij neerlegging verzoekschrift").

Beperking van de mogelijkheden binnen de W.C.O.

De W.C.O. bepaalt momenteel dat wanneer het verzoek tot toelating tot bescherming onder de W.C.O. uitgaat van een schuldenaar die minder dan drie jaar tevoren reeds het openen van een gerechtelijke organisatie heeft aangevraagd en verkregen, de procedure van gerechtelijke reorganisatie dan enkel geopend kan worden indien ze strekt tot overdracht, onder gerechtelijk gezag, van het geheel of een gedeelte van de onderneming of van haar activiteiten.

De nieuwe wet voegt daar nu aan toe dat wanneer het verzoek tot toelating tot bescherming onder de W.C.O. uitgaat van een schuldenaar die meer dan drie, maar minder dan vijf jaar tevoren reeds het openen van een gerechtelijke reorganisatie heeft aangevraagd en verkregen, de nieuwe procedure van gerechtelijke reorganisatie niet mag terugkomen op de rechten die schuldeisers hebben verworven tijdens de vorige procedure. Een nieuwe W.C.O.-procedure mag dus niet raken aan verworven rechten.

Formaliteiten bij neerlegging verzoekschrift

In de W.C.O. zoals die tot op vandaag van kracht is hoeven verschillende stukken die aan de Rechtbank van Koophandel moeten overgemaakt worden (o.a. boekhoudkundige staat van actief en passief, simulatie van de kasstromen, lijst van de schuldeisers,...) niet noodzakelijk neergelegd te worden samen met het verzoekschrift waarbij toelating tot de W.C.O. gevraagd wordt. De neerlegging van deze stukken kan gebeuren tot 14 dagen na de neerlegging van het verzoekschrift.

De nieuwe wet bepaalt echter dat de stukken onmiddellijk sámen met het verzoekschrift moeten neergelegd worden, en dit op straffe van niet-ontvankelijkheid van het verzoek. Bovendien wordt ook wat de noodzakelijke stukken betreft een belangrijke rol toebedeeld aan de cijferberoepen. De boekhoudkundige staat en de kasstroomsimulatie, die de huidige wet reeds verplicht stelt, moeten nu opgemaakt worden met de bijstand van een externe cijferberoeper. Hiermee wil de wetgever bewerkstelligen dat de kasstroomsimulaties dichter aanleunen bij de realiteit en ook een effectief werkinstrument voor de onderneming vormen.    

(Elektronisch) dossier van de gerechtelijke reorganisatie 

Momenteel voorziet de W.C.O. reeds dat op de griffie van de Rechtbank van Koophandel een dossier van de gerechtelijke reorganisatie moet bijgehouden worden dat alle elementen met betrekking tot de procedure en de grond van de zaak bevat. De nieuwe wet voegt daar aan toe dat het dossier onder meer de verslagen van de gerechtsmandatarissen, de voorlopige bestuurders, de gedelegeerd-rechter en de adviezen van het openbaar ministerie moet bevatten.

Verder zet de nieuwe wet ook ten volle in op elektronische communicatie. Zo is het de bedoeling dat de dossiers op termijn elektronisch van op afstand kunnen geraadpleegd worden.   

Wettelijke beperking op het recht tot inperken van schuldvorderingen

Onder de huidige W.C.O. heeft de onderneming het recht om bij de opmaak van haar herstelplan de vorderingen van haar schuldeisers, rekening houdend met de omvang en de aard ervan, te herleiden. In de mate dat schuldeisers op basis van objectieve criteria in verschillende categorieën kunnen ingedeeld worden, mag de onderneming die verschillende categorieën dus ook anders behandelen.

Een gevolg van deze bepaling is dat een beredeneerde gok al te vaak de basis vormt voor de opmaak van een  reorganisatieplan. De onderneming gaat aan die schuldeisers die nodig zijn om de meerderheid (in aantal en in volume) te bekomen noodzakelijk voor de goedkeuring van het plan, een hoger percentage toekennen dan de andere schuldeisers. Een andere vaststelling die zich opdringt is dat minder interessant schuldeisers (lees: deze die de onderneming niet (meer) nodig heeft) al te vaak slechts een klein(er) deel van de koek toebedeeld krijgen.

Terecht wil de nieuwe wet de vrijheid van de onderneming hierin in zekere mate aan banden leggen. Zo is bepaald dat het reorganisatieplan voor alle schuldeisers moet voorzien in een betalingsvoorstel dat minimum 15 procent van het bedrag van de schuldvordering bedraagt. De wetgever geeft ook gedacht aan de openbare schuldeisers, waaronder de fiscus en de RSZ. Geen enkele onderneming heeft er op zich belang bij om deze schuldeisers belangrijke percentages uit te betalen, wat dan ook al te vaak resulteert in een reorganisatieplan dat aan fiscus en RSZ een zeer laag percentage toekent.  

De nieuwe wet voorziet nu dat als het reorganisatieplan in een gedifferentieerde behandeling van de schuldeisers voorziet, de behandeling van de openbare schuldeisers die een algemeen voorrecht genieten, niet minder gunstig mag zijn dan die welke de best behandelde gewone schuldeisers in de opschorting genieten. Enkel met een strikte motivering, die verband moet houden met de continuïteit van de onderneming, zou alsnog een lager percentage kunnen toegekend worden.     

Reorganisatieplan bis

Na goedkeuring van het reorganisatieplan door de schuldeisers, is het aan de Rechtbank van Koophandel om het plan te homologeren, zodat het kan uitgevoerd worden. Wanneer de Rechtbank vaststelt dat de vormvereisten van de W.C.O. niet zijn nageleefd of dat het reorganisatieplan de openbare orde schendt, moet zij de homologatie weigeren. Met andere woorden: onder de huidige wet is de homologatie erop of eronder.

De nieuwe wet voorziet echter in een tussenoplossing. Wanneer de Rechtbank van Koophandel zou oordelen dat de vormvereisten van de W.C.O. niet werden nageleefd of dat het plan de openbare orde schendt, mag zij met een met redenen omklede beslissing en vooraleer een vonnis uit te spreken, aan de schuldenaar toestaan een aangepast reorganisatieplan aan de schuldeisers voor te leggen. In dat geval wordt de periode van opschorting ook verlengd. Via het aangepast reorganisatieplan wordt de onderneming dus de kans geboden om noodzakelijke rechtzettingen alsnog door te voeren, zodat het plan toch gehomologeerd kan worden.