28/12/2014

De Vlaamse schenkings- en successierechten zijn niet meer …

De Vlaamse schenkings- en successierechten zijn niet meer. Helaas betekent dit niet dat schenkingen in Vlaanderen in de toekomst onbelast plaatsvinden of dat er geen successierechten meer verschuldigd zijn in geval van een overlijden. Wel zal men voortaan niet onmiddellijk meer spreken over schenkingsrechten, resp. successierechten maar eerder van schenkbelasting, resp. erfbelasting.

Met ingang van 1 januari 2015 neemt het Vlaamse Gewest de dienst van de registratie- en successierechten in eigen beheer over. Tot op vandaag werden deze rechten federaal geïnd en vervolgens omgeslagen naar het Vlaamse gewest. Daar komt dus verandering in. Voortaan verzekert het gewest zelf de dienst van de registratie- en successierechten.

De overname van de dienst van de registratie- en successierechten door het Vlaamse Gewest vertaalt zich in een nieuwe codificatie van de bestaande regelgeving. Het merendeel van de bepalingen uit het Wetboek der Successierechten en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten werd opgeheven en opgenomen in de nieuwe Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013. Op 17 december 2014 werd het decreet tot wijziging van de Vlaamse Codex Fiscaliteit daartoe aangenomen in de plenaire vergadering van het Vlaamse Parlement.

De nieuwe bepalingen rond de erfbelasting werden opgenomen in het nieuwe hoofdstuk 7 van titel II van de Vlaamse Codex Fiscaliteit; deze met betrekking tot de schenkbelasting in hoofdstuk 8. Het verkooprecht, het verdeelrecht en het recht op hypotheekvestiging vormen de nieuwe hoofdstukken 9, 10 en 11 van de Codex. Ieder hoofdstuk bestaat uit een terugkomend schema waarbij achtereenvolgens het belastbaar voorwerp, de belastingplichtigen, de belastbare grondslag, de tarieven, de verminderingen, de vrijstellingen en de wijze van heffing worden behandeld. De voorafgaande definities vindt u terug in titel 1 van de Codex. Daar worden onder meer begrippen als ‘erfbelasting', ‘beurswaarde, ‘partner', ‘gezinswoning', e.d.m. gedefinieerd.

De fiscale bepalingen werden inhoudelijk in hoofdzaak niet gewijzigd (al zijn er wel een aantal nieuwigheden te melden), maar werden aangepast aan de structuur van de Vlaamse Codex Fiscaliteit. Ze werden ook taalkundig gestroomlijnd. Zo wordt voortaan bijvoorbeeld gesproken over ‘erfbelasting' als verzamelterm voor zowel het successierecht als het recht van overgang bij overlijden en over ‘registratiebelasting' als verzamelterm voor de verschillende Vlaamse registratierechten. De individuele termen worden enkel nog afzonderlijk gebruikt daar waar ze ook slechts afzonderlijk worden bedoeld.

Tot slot werden ook de regels rond de invordering van de belastingen gewijzigd. Daarbij werd gestreefd naar een gelijklopende procedure met de reeds in de Vlaamse Codex Fiscaliteit opgenomen belastingen. Dit komt de transparantie, eenvormigheid en vereenvoudiging van de Vlaamse fiscale regelgeving ten goede. Tot op heden werden de registratie- en erfbelasting ingevorderd volgens federale procedurele bepalingen. ‘Gelet op het feit dat de VCF enkel de Vlaamse fiscale regelgeving omvat, vindt de belastingplichtige hierin een coherent geheel terug van de manier waarop registratie- en successierechten zowel op materieel als procedureel vlak in Vlaanderen worden behandeld.' De erf- en registratiebelastingen worden voortaan ingevorderd via een kohier. Aan de belastingplichtigen wordt een aanslagbiljet ter kennis gebracht. ‘Dit betekent dat niet langer kennis wordt gegeven van de te betalen belasting door middel van een betalingsbericht. Evenmin zal via een dwangbevel een uitvoerbare titel moeten worden verschaft om de belasting verder in te vorderen.' De procedurebepalingen met betrekking tot de registratie- en erfbelasting (hoe worden ze gevestigd, wanneer moeten ze worden betaald, hoe kunnen ze worden betwist, hoe kunnen ze worden ingevorderd, e.d.m., vindt u terug in titel 3 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit.