31/08/2018

De wijzigingen in de erfbelasting

shutterstock_340547732.jpg

In navolging van het nieuwe erfrecht wordt, met ingang van zelfde datum, 1 september 2018, ook de erfbelasting in een nieuw kleedje gestoken. Daarmee beoogt de Vlaamse Overheid een ondersteuning te bieden aan het nieuwe erfrecht enerzijds en streeft zij tegelijk een meer gematigde belastingdruk na anderzijds. Naast een aantal punctuele aanpassingen die specifiek zijn geënt op de nieuwe bepalingen van het erfrecht, waar hier niet dieper wordt op ingegaan, kunnen de beoogde (globale) wijzigingen in essentie als volgt worden samengevat:

1. De fiscale druk op verervingen tussen echtgenoten en partners wordt gematigd

Naast de bestaande vrijstelling voor de vererving van de gezinswoning wordt tussen partners voortaan ook de eerste schijf van 50.000 euro in de nettoverkrijging in de roerende goederen vrijgesteld van erfbelasting. Dat betekent een belastingbesparing van (minstens) 1.500 euro. Daarmee wil de Vlaamse Decreetgever tegemoet komen aan het maatschappelijk debat dat partners al te veel erfbelasting moesten betalen op het vermogen dat zij zelf tijdens hun samenleven hebben opgebouwd.

2. Jonge kinderen die op te vroege leeftijd (d.i. vóór hun 21 jaar) wees worden, worden beschermd

Jonge wezen genieten vanaf 1 september 2018 een vrijstelling op de eerste schijf van 75.000 euro in de nettoverkrijging van de roerende goederen  (dat betekent een belastingbesparing van 3.750 euro) én een vrijstelling op de vererving van de woning van de erflater. Met dit laatste beoogt de Decreetgever te bekomen dat de woning niet noodzakelijk meer moet worden verkocht opdat de erfbelasting zou kunnen worden betaald (let op, deze vrijstellingen gelden enkel als beide ouders zijn overleden).

3. Een nieuwe vorm van (fiscale) erfenissprong wordt in het leven geroepen

Het wordt mogelijk om de nalatenschap die men van (groot)ouder(s) of de partner erft, binnen het jaar geheel of gedeeltelijk belastingvrij door te schenken aan de eigen (klein)kinderen (of aan zij die daarmee fiscaal worden gelijkgesteld). Hiermee wil de Vlaamse Decreetgever bekomen dat erfopvolgers met meer flexibiliteit en zonder fiscaal te worden afgestraft, kunnen opteren voor een versneld doorschuiven van het vermogen naar de volgende generatie. Er zijn wel voorwaarden aan verbonden.

4. De tarieven voor verkrijgingen tussen broers & zussen, neven & nichten, vrienden & vriendinnen, ... worden bijgestuurd

Volgende wijzigingen worden aangebracht:

  • broers en zussen betalen op de eerste schijf van 35.000 euro elk 5% minder belastingen; dat betekent een belastingbesparing voor ieder van hen van 1.750 euro;
  • neven en nichten, vrienden en vriendinnen, … betalen op de eerste schijf van 35.000 euro globaal 20% minder belastingen; dat betekent een globale belastingbesparing van 7.000 euro;
  • de belastingdruk op de schijf boven de 125.000 euro daalt met 10% (van 65% naar 55%); dat betekent een belastingbesparing van 10%.

Door de creatie van een nieuwe laagste schijf van 35.000 euro en de afschaffing van het toptarief van 65%, wil de Vlaamse Overheid zowel de grote als de kleine vermogens ten goede komen.

Met deze wijzigingen wordt het fiscale en het civiele aspect van een erfenis op zelfde lijn gebracht. De grotere beschikkingsvrijheid van de erflater zou immers dode letter blijven als deze fiscaal zou worden afgestraft door een al te zware belastingdruk. De globale belastingdruk bij overlijden blijft evenwel hoog. Een overdracht bij leven blijft fiscaal interessanter. Tijdig aan uw planning denken blijft dus de boodschap.