22/09/2011

Denk tweemaal na vóór u een alter ego op Facebook aanmaakt

Op 21/09/2011 veroordeelde de Correctionele rechtbank te Gent een vrouw voor het plegen van misdrijven via een vals Facebook-profiel. Deze zaak, alsook het uiteindelijke vonnis, kwam uitvoering in de pers. U kan dit hierhier en hier nalezen. De veroordeling vormt immers een primeur in de Belgische rechtsorde. Naar de gemiddelde gebruiker van Facebook toe kan deze beslissing inderdaad als nieuw ervaren worden, voor juristen maakt dit vonnis niets meer uit dan een correcte toepassing van de - reeds vóór het internettijdperk - bestaande strafrechtelijke regels.

De burgerlijke partijstelling en het initiatief tot de opstart van het betreffende strafdossier werden behartigd door Mr. Benoit De Wilde en Mr. Tom Devolder van Bright Advocaten.

De feiten die aan de basis lagen zijn zeer eenvoudig. Een vrouw voelt zich benadeeld door haar ex-werkgever, en besluit om via Facebook een vals profiel aan te maken op naam van de verantwoordelijke bij haar ex-werkgever, en via dit profiel allerhande (lasterlijke) onwaarheden te verspreiden. Dit valse profiel werd al snel opgemerkt door de geviseerde persoon die, met het oog op de opsporing van de (hem toen onbekende) valse Facebook-gebruiker en het staken van deze identiteitsdiefstal, een klacht met burgerlijke partijstelling neerlegde in handen van de Onderzoeksrechter te Gent. Deze startte een strafonderzoek die uiteindelijk heeft geleid tot het vonnis van gisteren.

Het aanmaken van een vals Facebook-profiel is technisch bijzonder eenvoudig. Evenwel verliest de dader daarbij meestal uit het oog dat een dergelijke handeling de iure een misdrijf betreft dat verschillende incriminaties inhoudt. De incriminaties die in het kader van de burgerlijke partijstelling werden aangevoerd, en die door het parket werden weerhouden in de strafvordering zijn:

  1. Valsheid in informatica (artikel 210bis Sw.);
  2. Belaging/stalking (artikel 442bis Sw.);
  3. Laster en eerroof (artikel 443 Sw.);
  4. Belaging via telecommunicatie (o.a. artikel 145 §3bis van de Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie)
  5. Aanmatiging van naam (231 Sw).

De tekst van het vonnis zelf hebben wij nog niet in handen, doch op basis van de op de zitting uitgesproken veroordeling noteren wij alvast dat de beklaagde vrouw werd veroordeeld voor alle aangevoerde incriminaties. De rechtbank was m.a.w. van oordeel dat het belagen en zich lasterlijk uitlaten over een derde via een vals Facebook-profiel, een daad is die elk van deze vijf misdrijven behelst. En dit zijn niet van de minste. Wat dus online eenvoudig en laagdrempelig is, heeft offline zeer verregaande juridische gevolgen.

Op basis van deze terechte rechtspraak, en de kennis dat quasi elke internetgebruiker over een uniek IP-adres beschikt die zijn identificatie mogelijk maakt, is eenieder die overweegt om een vals profiel aan te maken op welkdanig sociaal netwerk meer dan gewaarschuwd. De stelregel inzake het verrichten van (al dan niet schadeberokkende) handelingen op internet is nochtans eenvoudig: wat offline niet mag, mag online evenmin. Het world wide web is (al lang) geen wild wild west (meer).

Dit geldt overigens niet alleen voor strafbare feiten, maar ook voor handelingen die buiten het strafrecht. Handelingen die je via internet stelt - bijv. het sluiten van een aankoop online - hebben ook hun gevolgen offline. Internet en Facebook zijn in die zin immers slechts een medium. Houd er bovendien rekening mee dat informatie die op Facebook of andere sociale netwerksites belandt eveneens als bewijs kan worden aangewend in gerechtelijke procedures: zowel in arbeidsrechtelijke (gelogen werkonbekwaamheid) als in personenrechtelijke (geveinsde onvermogendheid) procedures werden uitprints van Facebookprofielen en -pagina's reeds succesvol als bewijsmateriaal aangewend.

En Twitter of andere social media? Hier van hetzelfde laken een broek. Ook Twitter en andere social media vormen louter een platform, waarbij de gebruiker zich aan de wettelijke en contractuele (gebruiks)regels moet houden. Belgische Twitter-, Netlog- of Google+-rechtpraak volgen ongetwijfeld nog. In Nederland - waar men op ICT-rechtelijk gebied steeds een stap voor is - werden bijvoorbeeld reeds procedures gevoerd omtrent het verrichten van oneerlijke handelspraktijken via Twitter...