19/12/2013

Domeinnamen en metatags, reclame volgens het Hof van Justitie?

In een recent arrest van 11 juli 2013 heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken omtrent de vraag of  domeinnamen en metatags reclame uitmaken in de zin van de Europese Richtlijnen inzake misleidende en vergelijkende reclame.

In de Europese Richtlijnen omtrent misleidende en vergelijkende reclame wordt het begrip 'reclame' gedefinieerd als:

"iedere mededeling bij de uitoefening van een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit of van een vrij beroep ter bevordering van de afzet van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen".

Per 11 juli 2013 heeft het Hof van Justitie dit reclamebegrip geïnterpreteerd in een internetcontext. Meer concreet diende het Hof te antwoorden op de vraag of onder 'reclame' ook de registratie en het gebruik van een domeinnaam enerzijds en het gebruik van metatags anderzijds wordt verstaan. 

De loutere registratie van een domeinnaam is volgens het Hof geen 'mededeling ter bevordering van de afzet van goederen of diensten'. Het houdt immers niets anders in dan een formele handeling waarbij de domeinnaam in een gegevensbank wordt opgenomen en waarbij vervolgens internetgebruikers, die de domeinnaam invoeren, verbonden worden met het IP- adres van de domeinnaamhouder.  

Deze formele handeling wil niet per se zeggen dat de domeinnaam tevens effectief gebruikt wordt en bijgevolg bekend zou geraken bij potentiële consumenten. Hun keuze wordt door een loutere registratie dan ook geenszins beïnvloed.

Anders oordeelt het Hof wanneer men ook effectief een domeinnaam gebruikt die verwijst naar de handelsnaam van een concurrerende onderneming of naar diens producten of diensten. Een dergelijk gebruik is wel reclame, daar het kennelijk tot doel heeft de bevordering van 'de afzet van goederen en diensten' van de domeinnaamhouder.

Ook het gebruik van metatags maakt reclame uit volgens het Hof.  Metatags zijn trefwoorden die het mogelijk maken om een ranglijst van websites weer te geven naargelang een internetgebruiker een bepaalde zoekterm inbrengt in een zoekmachine.

Wordt nu de naam van producten en diensten of de handelsnaam van een onderneming als metatag gebruikt door een concurrerende onderneming, dan zal aan de internetgebruiker in het zoekresultaat niet alleen een link naar de oorspronkelijk ingebrachte producten en diensten of handelsnaam worden weergegeven, maar tevens een link naar de desbetreffende concurrerende onderneming. Bijgevolg zal de consument mogelijks de producten of diensten van de concurrent als alternatief zien.

Het gebruik van metatags is volgens het Hof van Justitie dan ook een vorm van reclame. Het houdt immers een mededeling in, daar gesuggereerd wordt dat de website van de concurrerende onderneming in verband staat met de ingevoerde zoekterm. Alle vormen van mededeling zijn reclame, zelfs als het gaat om indirecte communicatie.

Het gevolg hiervan is dat de Europeesrechtelijke regels inzake reclame alsook de overeenstemmende bepalingen uit de Wet Marktpraktijken en Consumentenbescherming tevens van toepassing zijn op het gebruik van domeinnamen en metatags. Dit geeft ondernemingen die zich geschaad voelen ingevolge het (onrechtmatig) gebruik van een domeinnaam of van metatags, extra slagkracht om een dergelijk gebruik te laten verbieden.