18/10/2012

Durf kijken naar wat kan mislopen en anticipeer

Zaken doen is in eerste instantie opletten wat u aan informatie uitwisselt, en voorkomen dat deze zomaar vrij gebruikt kan worden. Internationaal zaken doen is bovendien durven kijken naar situaties waarin het kan mislopen. Volgens welk recht en voor welke instantie zullen we eventuele geschillen (moeten) brengen. Twee zaken die in het enthousiasme van een nieuwe opportuniteit vaak worden vergeten.

Non disclosure agreement

Bescherming van kennis en knowhow is meer dan octrooien en merken, dan tekeningen en modellen, edm. Ook goeie afspraken in het kader van distributieovereenkomsten of andere vormen van samenwerking zijn van groot belang, zeker als informatie wordt uitgewisseld die niet wettelijk is beschermd. Denken we aan de uitvinder die voor de productie beroep doet op een derde. Noodzakelijkerwijs zal hij zijn kennis met deze derde moeten delen. Of de ondernemer die de verkoop van zijn bedrijf onderhandelt. Hoe de verstrekte info beschermen voor het geval de deal niet doorgaat?

Het afsluiten van non disclosure agreements (NDA) is een absolute must. Niet als bijkomstigheid, maar als eerste actiepunt bij het opstarten van onderhandelingen. Immers wordt niet alleen in het kader van een daadwerkelijke samenwerking vertrouwelijke informatie uitgewisseld, maar vaak ook al tijdens de onderhandelingen vooraf. Het voorafgaandelijk sluiten van een NDA wil verhinderen dat informatie aan derden wordt doorgegeven. Voorzie ook een forfaitaire schadevergoeding voor het geval de NDA miskend wordt. Dit werkt vooreerst afschrikkend, en is er sprake van een inbreuk, dan zal u in principe zonder bewijs van effectieve schade een vergoeding kunnen eisen.

Bevoegdheidsbeding

Men wil er op voorhand veelal niet aan denken, maar zeker wanneer men in een internationale context contracten sluit, is het van belang om er reeds bij de contractsluiting rekening mee te houden dat er geschillen kunnen ontstaan. Voorzie in duidelijke afspraken over hoe met geschillen zal worden omgegaan, volgens welk nationaal rechtssysteem ze zullen worden beoordeeld en welke rechtelijke instantie bevoegd zal zijn ze te beslechten wanneer partijen er onderling niet uit geraken.

Zijn partijen daarover niets overeengekomen dan geldt in Europa als algemene regel dat men zijn medecontractant zal moeten dagvaarden voor het gerecht van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd of moe(s)t worden uitgevoerd (art. 5, 1 EEX). Bij koop-verkoop van roerende goederen is dat bijvoorbeeld de plaats waar geleverd is of moest worden; voor dienstverlening is dat de plaats waar de diensten volgens de overeenkomst worden verstrekt. In een internationale context kan dit dus betekenen dat men op verplaatsing moet gaan spelen, met alle ongemakken en extra kosten van dien. Dit geldt des te meer als uw medecontract buiten Europa is gevestigd en de EEX Verordening niet van toepassing is. Een bevoegdheidsbeding kan dat opvangen.

Beding van rechtskeuze

Behoudens specifieke bepalingen inzake bijvoorbeeld vervoerovereenkomsten en verzekeringsovereenkomsten, geldt in Europa als algemene regel dat bij het ontbreken van een contractuele rechtskeuze, een overeenkomst wordt beheerst door het nationale recht van de partij die de meest kenmerkende prestatie levert (art. 4 Rome I). In een distributieovereenkomst zal dit bijvoorbeeld de distributeur zijn, bij een aannemingsovereenkomst de aannemer, bij koop-verkoop de verkoper, enz.

Is men in dergelijke samenwerking de (Belgische) producent, dan is de kans groot dat de relaties dus niet door het Belgische recht worden beheerst, maar dat integendeel het nationale recht van de buitenlandse medecontractant van toepassing is. Een beding van rechtskeuze in de overeenkomst, of in de algemene voorwaarden van bijvoorbeeld een verkoper, kan een oplossing bieden.

Arbitrage?

Een alternatief waar men in een internationale context dikwijls voor kiest is arbitrage. In dat geval houdt men de beslechting van geschillen buiten de klassieke -per definitie nationale- rechtbanken, en zijn het arbiters die een bindende uitspraak vellen. In een Belgische context is Cepina (www.cepina.be) één van de gekendste instellingen die arbitrage organiseren. Op internationaal niveau is dit vooral de International Chambre of Commerce (www.iccwbo.org). Beide werken met een netwerk van arbiters, die ze naargelang de materie in een bepaalde zaak aanstellen. Verder volgen ze het goede verloop van de procedure op.

Arbitrage kent voor- en nadelen. De voornaamste voordelen zijn dat de procedure evident minder nationaal getint is, dat men veel sneller weet waar men aan toe is, en dat naargelang de materie gespecialiseerde arbiters worden aangesteld. Zeker in vaak technische materies zoals intellectuele eigendomsrechten of informatica is dit een niet te onderschatten meerwaarde. Nadeel is de kostprijs. Op de voormelde websites kan een simulatie worden gemaakt. Afhankelijk van enerzijds de inzet van het geding en anderzijds de keuze voor 1 of 3 arbiters, kan de prijs hoog oplopen. 

*

Deze bijdrage verscheen eveneens in het tweewekelijks magazine Ondernemers van Voka West-Vlaanderen (editie 12/10/2012)