18/12/2014

Eenvoudiger uitvoeren van buitenlandse vonnissen

Stel: een onwillige klant weigert u te betalen. Als Belgische leverancier geeft u er natuurlijk de voorkeur aan om, wanneer niets anders nog wil baten, uw onwillige klant voor de rechtbank te dagvaarden in België. Een procedure voeren voor de ‘eigen' rechtbank is niet alleen vaak kostenefficiënter maar vraagt dikwijls ook minder tijd dan wanneer u uw klant voor zijn eigen rechtbank, en dus in het buitenland, zou moeten dagvaarden. 

De laatste jaren heeft Europa al verschillende initiatieven genomen die het voor een leverancier makkelijker moeten maken om zijn facturen betaald te krijgen van zijn klant-handelaar die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Unie. ‘Makkelijker' betekent dan dat de leverancier sneller een vonnis krijgt (de Europese betalingsbevel-procedure), of ook dat het vonnis dat in één Europese lidstaat wordt uitgesproken sneller kan uitgevoerd worden in een andere lidstaat van de Unie (de Europees executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen). Meer daarover vindt u terug in het blogbericht op The Bright Side van 20/09/2010).

Op 10 januari 2015 treden binnen de Europese Unie opnieuw nieuwe regels in werking die de belemmeringen voor het uitvoeren van vonnissen in het buitenland verder willen opheffen. Die regels duiden bij een commercieel geschil tussen partijen gevestigd in verschillende lidstaten van de Europese Unie niet alleen de bevoegde rechtbank aan, maar leggen ook de procedure vast die een in het gelijk gestelde partij moet volgen om een vonnis dat een rechtbank van een Europese lidstaat heeft uitgesproken in een andere Europese lidstaat uit te voeren.

Voor vonnissen en arresten uitgesproken vóór 10 januari 2015 moet de in het gelijk gestelde partij die een vonnis wil uitvoeren in een andere Europese lidstaat dan die waar de beslissing is uitgesproken, daarvoor eerst toestemming krijgen van een instantie in het land van uitvoering. In België is de Rechtbank van Eerste Aanleg bevoegd om die toestemming te geven. Zonder zo'n toestemming zal de Belgische deurwaarder een vonnis uit een andere Europese lidstaat dus niet uitvoeren.

Voor vonnissen en arresten uitgesproken vanaf 10 januari 2015 wil Europa nu dat dit in het belang van de schuldeiser efficiënter en vooral ook goedkoper verloopt. Daarom hoeft de in het gelijk gestelde partij niet langer om toestemming te vragen in de lidstaat waar hij het vonnis wil uitvoeren. In plaats daarvan krijgt de schuldeiser op eenvoudige vraag een certificaat van de rechtbank die zich heeft uitgesproken. Dat certificaat bevat informatie die bestemd is voor de instantie die uiteindelijk in een andere Europese lidstaat bevoegd is voor de uitvoering. Naast informatie over de kosten van de procedure en de eventuele berekening van de verschuldigde interesten, moet het certificaat ook bevestigen dat de beslissing in het land van oorsprong, dit is waar de rechtbank zich over de zaak heeft uitgesproken, zonder verdere voorwaarden uitvoerbaar is. De rechtbank geeft dat certificaat dus af zonder dat de schuldeiser daar in een vreemd land, waar hij het vonnis wil uitvoeren, nog een formele procedure moet voor opstarten. Dat moet hem dus tijd en geld doen besparen.