29/04/2014

Europees Hof van Justitie noopt tot aanpassing van Vlaams Taaldecreet inzake 'grensoverschrijdende' arbeidsovereenkomsten

Enige historiek

Het Vlaams Taaldecreet van 19 juli 1973 stipuleert dat een onderneming met exploitatiezetel in het Vlaams taalgebied de arbeidsovereenkomsten met haar werknemers ook in het Nederlands dient op te stellen. Handelingen of documenten die niet aan deze voorwaarde beantwoorden, zoals een arbeidsovereenkomst die in een andere taal is opgesteld, zijn nietig.

Een jaar geleden geleden hebben wij in dit verband al gewezen op een arrest van het Hof van Justitie van 16 april 2013. Een opmerkelijk arrest vermits het Hof had geoordeeld dat de regeling voorzien in het Vlaams Taaldecreet een onnodige belemmering vormde voor het vrij verkeer van werknemers. Een arrest ook dat duidelijk niet zonder consequenties kon blijven, en de wetgever lijkt dat ook begrepen te hebben.

De wetgever grijpt in

Kort na voormeld arrest had Minister van Werk Philippe Muyters al laten verstaan dat het Vlaams Taaldecreet zou worden herzien om tegemoet te komen aan de kritiek van het Europees Hof van Justitie. Met het Vlaams Decreet van 14 maart 2014 werd de daad bij het woord gevoegd, en werd daarbij nuttig gebruik gemaakt van de suggestie van het Hof om, naast een officiële Nederlandstalige versie, een versie in een andere, door alle betrokken partijen begrepen taal op te stellen. (1)

In het gewijzigd Taaldecreet blijft de Nederlandse taal voor de sociale betrekkingen tussen werkgevers en werknemers en documenten ter zake de basis, maar specifiek voor individuele arbeidsovereenkomsten bepaalt artikel 5 Taaldecreet voortaan dat bijkomend een rechtsgeldige versie kan worden opgemaakt in een officiële taal van de Europese Unie, dan wel van de Europese Economische Ruimte indien het betrokken land geen lid is van de Europese Unie (Noorwegen, Ijsland en Liechtenstein), taal die door alle betrokken partijen wordt begrepen.

Dergelijke anderstalige versie zal slechts rechtsgeldig zijn indien de betrokken werknemer:

  • op het grondgebied van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte woont;
  • in België woont en van het recht op vrij verkeer van werknemers of van de vrijheid van vestiging, zoals gewaarborgd door het EU-Verdrag en de EU-verordening nr. 492/2011, gebruik heeft gemaakt;
  • onder het vrij verkeer van werknemers op grond van een internationaal of supranationaal verdrag valt.

Het Taaldecreet benadrukt dat de arbeidsovereenkomst in de andere taal steeds steeds een accessorium van de Nederlandstalige versie zal zijn. Het opmaken van een Nederlandstalige arbeidsovereenkomst blijft aldus primordiaal. In het verlengde van dit principe zal de Nederlandstalige versie van de overeenkomst primeren, indien er een verschil tussen beide versies zou bestaan.

Met deze wetswijziging werd een wetgevend kader geschapen voor de praktijk waarbij naast de officiële Nederlandstalige versie een vertaling werd voorzien. Maar niettemin, de Nederlandstalige arbeidsovereenkomst primeert ook in de toekomst, zodat er wezenlijk weinig wijzigt.

 

(1) Decreet van 14 maart 2014 tot wijziging van artikel 1, 2, 4, 5, 12 en 16 van het decreet van 19 juli 1973 tot regeling van het gebruik van de talen voor de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en de werknemers, alsmede van de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen, B.S. 22 april 2014.