04/01/2013

Generatiesprong wordt mogelijk! - Wetgever scherpt regels over onwaardigheid en herroeping van giften aan

117_detail.jpg

De Belgische wetgever heeft de vrijwillige generatiesprong mogelijk gemaakt. Dit biedt interessante opportuniteiten op vlak van vermogensplanning. Ook werden de regels over de onwaardigheid om te erven en de herroeping van giften wegens ondankbaarheid aangescherpt.

De wijzigingen kunnen in essentie als volgt worden samengevat.

De vrijwillige erfenissprong

De nieuwe wet voert de zogenaamde vrijwillige erfenissprong in. Dit betekent dat kinderen de nalatenschap van hun ouders voortaan kunnen verwerpen ten voordele van hun eigen kinderen.

We verduidelijken een en ander met volgend voorbeeld:

Wilfried komt (testamentloos) te overlijden. Hij heeft vier kinderen: Sarah, Sofie, Wim en Dieter. Ieder van hen heeft twee kinderen. Wim wenst zijn aandeel in de nalatenschap van zijn vader rechtstreeks aan zijn kinderen te laten toekomen. Wim zou daarvoor de nalatenschap van zijn vader kunnen verwerpen.

Tot voor kort was dit geen optie. Plaatsvervulling voor verwerpende erfgenamen was immers niet mogelijk. Dit leidde ertoe dat de kinderen van Wim slechts in de tweede graad tot de nalatenschap van hun grootvader kwamen, terwijl de andere kinderen Sarah, Sofie en Dieter in de eerste graad tot diens nalatenschap kwamen, waardoor zij de gehele nalatenschap opstreken (ieder voor 1/3). Kleinkinderen konden in de nalatenschap van hun grootouder aldus niet de plaats innemen van hun verwerpende ouder zodat zij de nalatenschap integraal zagen toekomen aan hun overlevende oom(s) en tante(s).

Hieraan komt nu een einde. Plaatsvervulling voor verwerpende erfgenamen wordt voortaan wel mogelijk gemaakt. Dit betekent dat in het aangehaalde voorbeeld de kinderen van Wim diens plaats kunnen innemen en zo in eerste graad tot de nalatenschap van Wilfried komen. De nalatenschap komt zo toe aan Sarah, Sofie, Dieter en aan de tak van Wim, ieder voor een gelijk deel. Sarah, Sofie en Dieter bekomen 1/4 van de nalatenschap. De twee kinderen van Wim erven samen het overige 1/4 deel van hun vader, of ieder 1/8 van de nalatenschap.

Het moet niet worden benadrukt dat dit belangrijke perspectieven opent in het estate planning landschap. Indien bepaalde kinderen hun aandeel in de nalatenschap van hun ouder rechtstreeks aan hun eigen kinderen wensen te laten toekomen, is voortaan niet meer nodig dat zij zelf eerst de nalatenschap aanvaarden (tegen betaling van successierechten) en dit aandeel vervolgens doorschenken aan hun eigen kinderen (tegen betaling van schenkingsrechten of een mogelijke heffing in de successierechten bij vroegtijdig overlijden van de schenker na de schenking) of aan hen laten vererven (tegen een nieuwe betaling van successierechten). Het volstaat nu dat de kinderen de nalatenschap verwerpen. De kleinkinderen nemen dan de plaats van hun ouder in. Zij komen zo in dezelfde graad te staan als hun ooms en tantes en kunnen aldus rechtstreeks van hun grootouders erven (tegen betaling van slechts 1 x successierechten). 

Deze nieuwe regeling is ingegeven vanuit de snel verouderende bevolking waarmee België te kampen heeft. De gemiddelde leeftijd waarop men komt te overlijden, ligt immers steeds hoger, dit terwijl de grootste investeringen worden gedaan op een jonge leeftijd (aankoop huis, krijgen van kinderen, etc.). Door plaatsvervulling voortaan ook bij verwerping mogelijk te maken, kunnen ouders er in de toekomst voor kiezen om datgene wat zij van hun ouders (op latere leeftijd) erven, meteen te laten toekomen aan hun kinderen. Een testament door de grootouder in het voordeel van de kleinkinderen is dan niet langer noodzakelijk.

Onwaardigheid om te erven

Verder heeft de wetgever ook de regels omtrent de onwaardigheid sterk gewijzigd.

Erfgenamen die zich ten aanzien van de erflater onbetamelijk hebben gedragen, kunnen door de wet van diens nalatenschap worden uitgesloten. Zij worden dan als 'onwaardig' gezien om van de overledene te erven.

De gevallen die hiertoe aanleiding geven, worden in de wet (limitatief) opgesomd. Omdat vele gedragingen tot op vandaag echter nog zonder gevolg bleven, wordt de lijst nu aangepast en geactualiseerd.

De wet maakt daarbij een onderscheid tussen feiten die automatisch (d.i. door het louter feit van de veroordeling) aanleiding geven tot de burgerrechtelijke sanctie van onwaardigheid en feiten waarbij de onwaardigheid niet automatisch wordt opgelegd, maar door de rechtbank kan worden uitgesproken.

Geven rechtstreeks aanleiding tot de sanctie van onwaardigheid, hij die schuldig werd bevonden aan:  

  • verkrachting en aanranding van de eerbaarheid, met de dood tot gevolg;
  • doodslag, moord, oudermoord, kindermoord en vergiftiging;
  • opzettelijke slagen en verwondingen, met de dood tot gevolg;
  • opzettelijk toedienen van gevaarlijke stoffen, met de dood tot gevolg;
  • uitvoeren, vergemakkelijken of bevorderen van eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht, met de dood tot gevolg.

Verder wordt bepaald dat indien de schuldige reeds zou zijn overleden vóór hij voor één van voormelde feiten werd veroordeeld, de rechtbank de onwaardigheid alsnog kan uitspreken, dit op vordering van het Openbaar Ministerie. Hiermee wil de wetgever voorkomen dat bij familiedrama's waarbij de dader na de feiten bijvoorbeeld zelfmoord pleegt (en dus niet langer kan worden veroordeeld), de dader toch als erfgenaam van het slachtoffer moet worden aanzien (vermits de dader na het slachtoffer is gestorven). Tot voor kort was het dan zo dat de familie van de dader recht had op (een deel van) de erfenis van het slachtoffer.

Kunnen aanleiding geven tot onwaardigheid, zo dit door de rechter wordt uitgesproken, hij die schuldig werd gevonden aan:  

  • verkrachting;
  • opzettelijke slagen en verwondingen;
  • opzettelijk toedienen van gevaarlijke stoffen, indien die een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid veroorzaken, dan wel het volledig verlies van het gebruik van een orgaan;
  • uitvoeren, vergemakkelijken of bevorderen van eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijk geslacht;
  • schuldig verzuim.

De wetgever heeft dus ook gemeend om in geval van gezinsgeweld de onwaardigheid te kunnen opleggen. Pas op, deze onwaardigheid geldt niet van rechtswege. Ze moet door de rechter als bijkomende straf worden uitgesproken. Een vader die zijn dochter heeft verkracht, kan dus van de nalatenschap van zijn dochter worden uitgesloten, maar enkel indien dit door de rechter wordt opgelegd.

Voor één van voormelde feiten die aanleiding geven tot onwaardigheid indien de rechter dit uitspreekt, is het mogelijk dat het slachtoffer vergiffenis schenkt aan de dader. De vergiffenis heft de onwaardigheid op. Ze is evenwel aan strikte vereisten onderworpen.

De burgerrechtelijke sanctie treft niet alleen de dader, maar ook de mededader en de medeplichtige. Ook wie schuldig werd bevonden aan een poging om een dergelijk feit te plegen, is onwaardig of kan de onwaardigheid worden opgelegd, afhankelijk van het geval.

De onwaardigheid heeft verstrekkende gevolgen, meer bepaald op vlak van:  

  • de nalatenschap zelf van het slachtoffer (de onwaardige verliest iedere aanspraak in de nalatenschap - de rechten van derden te goeder trouw worden wel beschermd);
  • vorderingen tot levensonderhoud (de onwaardige verliest iedere aanspraak op levensonderhoud ten laste van de nalatenschap);
  • het ouderlijk vruchtgenot (de onwaardige ouder verliest zijn recht op het genot van de goederen van het kind ten aanzien van wie hij onwaardig is - de onwaardige ouder heeft evenmin het genotsrecht op de goederen die zijn kinderen ten gevolge van zijn onwaardigheid erven);
  • de huwelijksvoordelen (de onwaardige langstlevende echtgenoot verliest alle voordelen die hij uit de samenstelling, de werking, de vereffening of de verdeling van het gemeenschappelijk vermogen had kunnen verkrijgen - hij blijft wel gerechtigd op de helft van de aanwinsten, behoudens andersluidende overeenkomst);
  • toekomstig erfrecht (de onwaardige ouder verliest iedere toekomstige erfaanspraak op de goederen die zijn kinderen ten gevolge van zijn onwaardigheid erven - hij kan deze goederen in de toekomst aldus op geen enkele wijze van deze kinderen erven).

In tegenstelling tot hetgeen vroeger het geval was, kunnen de kinderen voortaan ook in geval van onwaardigheid de plaats van hun (onwaardige) ouders vervullen. De wetgever is van oordeel dat kinderen niet moeten worden gestraft voor de fouten van hun ouders. Kleinkinderen worden zo niet langer uitgesloten van de nalatenschap van hun grootouders door de schuld van hun (onwaardige) ouders.

Voorbeeld: Jan overlijdt. Hij laat twee zonen na, Bert en Tom. Bert is onwaardig om van zijn vader te erven. Bert heeft één dochter, Marieke. Tot voor kort zou de gehele nalatenschap aan Tom toekomen. Tom staat in de eerste graad ten opzichte van Jan, Marieke in de tweede graad. Plaatsvervulling voor een onwaardige erfgenaam was niet mogelijk. Marieke bleef in de tweede graad staan. Plaatsvervulling wordt nu wel mogelijk. Marieke vervult de plaats van haar onwaardige vader en treedt zo in de eerste graad. Zij zal samen met Tom de nalatenschap van Jan erven, ieder voor de helft.

Herroeping van giften

Schenkingen zijn in de regel onherroepelijk. 'Wat gegeven is, is gegeven', luidt het vaak. Soms is het toch mogelijk de schenking terug naar zich toe te trekken. Zo bijvoorbeeld indien de begiftigde de schenker niet dankbaar is voor de schenking die hem is gedaan. In dat geval kan de schenker de schenking herroepen wegens ondankbaarheid.

Wat onder 'ondankbaarheid' moet worden begrepen, wordt in de wet beperkend opgesomd. Zo kan een schenking wegens ondankbaarheid worden herroepen indien de begiftigde: 

  • een aanslag op het leven van de schenker heeft gepleegd;
  • zich tegenover de schenker schuldig heeft gemaakt aan mishandelingen, misdrijven of grove beledigingen;
  • weigert om de schenker levensonderhoud te verschaffen.

De gronden waarop schenkingen wegens ondankbaarheid kunnen worden herroepen, worden niet gewijzigd. Wel kan de schenker in de toekomst de vordering tot herroeping van de schenking wegens ondankbaarheid na het overlijden van de begiftigde ook tegen diens erfgenamen instellen. Dit was voorheen niet mogelijk. Ook de erfgenamen van de schenker kunnen overigens de herroeping van de schenking wegens ondankbaarheid vorderen na het overlijden van de schenker, weze het dat hiertoe aan een aantal voorwaarden moet worden voldaan.

Onder gelijkaardige voorwaarden kunnen ook uiterste wilsbeschikkingen door de erfgenamen van de testator worden herroepen. Ook schenkingen tussen echtgenoten, ook al werden ze bij huwelijkscontract gedaan, kunnen wegens ondankbaarheid worden herroepen.

Edit 11/01/2013: de wetswijziging verscheen vandaag in het Belgisch Staatsblad en treedt derhalve in werking binnen 10 dagen, hetzij per 21/01/2013.