Vierdelige opleidingscyclus actualia vermogensrecht (opleiding 4)
11/12/2018, 17u30

De hervorming van de erfbelasting. Wijzigingen na de hervorming van het erfrecht en evaluatie op vlak van successieplanning. Een analyse.

Johan Delesie, Saint Gobain Benelux

Mijn waardering voor Bright gaat naar hun deskundigheid in het commercieel recht, hun...

29/12/2014

Globale hervorming van het erfrecht op komst

Op 3 december 2014 werd het wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot het erfrecht (opnieuw) ingediend. Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van het in de Senaat op 5 augustus 2013 ingediende voorstel, dat ingevolge de ontbinding van de wetgevende kamers bij het einde van de vorige legislatuur vervallen was. Het wetsvoorstel beoogt een actualisering en verbetering van het erfrecht, vermits dit niet langer aangepast is aan de actuele diversiteit van familiale situaties.

De krachtlijnen van het wetsvoorstel kunnen in essentie als volgt worden samengevat:

- de wettelijke erfaanspraken van een langstlevende echtgenoot van een erflater die zonder nakomelingen komt te overlijden, worden anders ingevuld: de langstlevende bekomt de tijdens het huwelijk opgebouwde aanwinsten in volle eigendom en de overige goederen in vruchtgebruik;

- het wettelijk erfrecht van de langstlevende wettelijk samenwonende partner wordt verduidelijkt: omschrijving van het begrip gezinswoning, verduidelijking van het recht op huur van de gezinswoning, bijdrage in de schulden van de nalatenschap, etc.;

- er wordt voorzien in een verruimde toepassing van de anomale nalatenschap: wanneer een ouder een schenking heeft gedaan aan een zonder afstammelingen overleden kind, komt bij overlijden van dat kind het geschonkene terug aan de schenker of bij zijn of haar vooroverlijden aan zijn of haar familie (paterna paternis, materna maternis);

- de termijn om een nalatenschap te aanvaarden of te verwerpen wordt ingekort tot vijf jaar (vanaf de dag waarop de erfgerechtigde kennis heeft gekregen van zijn roeping tot de nalatenschap); ook de termijn om de vordering tot inkorting in te stellen wordt ingekort (verjaring door verloop van vijf jaar na het openvallen van de nalatenschap of twee jaar vanaf de dag waarop de erfgenamen kennis hebben van de aantasting van hun reservatair deel, zonder de termijn van tien jaar na het openvallen van de nalatenschap te overschrijden);

- er wordt voorgesteld om de inbreng van schenkingen voor zowel roerende als onroerende goederen voortaan op dezelfde wijze te laten plaatsvinden, te weten in waarde; de gelijkheid tussen de deelgenoten zou zo worden beoordeeld naar de waarde van de kavels en niet naar hun samenstelling; schenkingen zouden voor de verreffening en verdeling bovendien allen op hetzelfde tijdstip worden gewaardeerd, te weten op de datum van de schenking;

- er wordt voorgesteld om ook de inkorting van gedane schenkingen niet meer in natura te laten plaatsvinden maar enkel nog in waarde toe te staan; zodoende zou de erflater zelf kunnen bepalen welke goederen hij aan welke reservataire erfgenaam toekent; reservataire erfgenamen zouden zich enkel nog tevreden kunnen stellen met de tegenwaarde van hun erfdeel in geld;

- de reserve van de kinderen wordt beperkt; er wordt voorgesteld om het beschikbaar deel van de nalatenschap uniform te bepalen op de helft van de nalatenschap; de reserve van de ascendenten (ouders, grootouders, etc.) wordt dan weer afgeschaft en vervangen door (louter) een onderhoudsvordering;

- een schenking die in eerste instantie buiten erfdeel werd gedaan, kan in een later stadium worden omgezet naar een schenking op voorschot van erfdeel, weze het mits onderlinge toestemming;

- de toepassing van wilsgebreken en benadeling met het oogmerk om gedane verdelingen aan te vechten, wordt aangescherpt;

- de regels met betrekking tot de onterving van de langstlevende echtgenoot worden verduidelijkt; er wordt verder aangegeven dat de langstlevende echtgenoot, onverminderd het levenslang vruchtgebruik op de gezinswoning en het huisraad, enkel nog minimaal het vruchtgebruik op de aanwinsten moet erven (de langstlevende behoudt wel een wettelijke onderhoudsvordering jegens de nalatenschap); daarnaast worden ook de voorwaarden om bij huwelijkscontract een regeling te treffen nopens de erfaanspraken van de langstlevende echtgenoot versoepeld (niet langer beperkt tot de situatie van echtgenoten met niet-gemeenschappelijke kinderen);

- er wordt in de mogelijkheid voorzien om onder voorwaarden voorafgaandelijk aan een reservataire aanspraak te verzaken; eveneens wordt voorgesteld om het absolute verbod van het sluiten van erfovereenkomsten op te heffen; erfovereenkomsten onder bijzondere titel en een familiepact worden onder voorwaarden toegelaten;

- verder wordt het mogelijk gemaakt om onder voorwaarden voor zorgenkinderen aangepaste structuren op te zetten, worden de toepassingsvoorwaarden van de erfrechtelijke heling verduidelijkt en worden de regels voor de inbreng van schulden ingevoerd.

Dit is natuurlijk enkel maar een wetsvoorstel dat nog aan het parlementaire debat moet worden blootgesteld. Maar het geeft alvast een indicatie van de weg die de federale wetgever wenst in te slaan. Wordt uiteraard vervolgd.