26/03/2014

Handelsagent, let op als de principaal (éénzijdig) uw vergoeding aanpast!

Eénzijdige wijziging

Bij het sluiten van een agentuurovereenkomst bepalen principaal en agent vrij het vergoedingssysteem waaronder de agent zal werken. Dat kan de meest uiteenlopende vormen aannemen. Klassiek wordt een agent vergoed op basis van een commissie die ofwel uniform kan zijn voor alle bestellingen die hij aanbrengt, of die kan verschillen in functie van type klanten, al dan niet door de agent toegekende kortingen, edm. Evenzeer kan een agent evenwel een vaste maandvergoeding krijgen; of partijen komen een combinatie overeen van vast en variabel (art. 15, al. 1 Wet Handelsagentuurovereenkomst). 

Niet weinig komt het evenwel voor de tijdens de samenwerking, de principaal het bedrag van de vaste of variabele vergoeding van de agent verlaagt, in het beste geval na een voorafgaandelijk overleg maar vaak ook middels een eenvoudige mededeling en soms zelfs zonder er ook maar enige ruchtbaarheid aan te geven. Strikt gezien is dergelijke actie van de principaal te beschouwen als een verbreking van de overeenkomst, met recht op (schade)vergoeding voor de agent, zo werd recent nogmaals bevestigd door het Hof van Beroep te Brussel in een arrest van 10 juni 2013.

Inderdaad bepaalt art. 15, al. 5 Wet Handelsagentuurovereenkomst dat iedere wijziging van het oorspronkelijk overeengekomen bedrag of de oorspronkelijk overeengekomen bedragen tijdens de uitvoering van de overeenkomst, een handeling is die gelijkstaat met de verbreking van de overeenkomst. Evenzeer is evenwel bepaald dat de rechter rekening houdend met de concrete omstandigheden kan oordelen dat wanneer de handelsagent gedurende een relatief lange periode zonder enig voorbehoud commissies aanvaardt die zijn berekend op een verlaagd percentage, hij stilzwijgend instemt met de aldus toegepaste wijziging.

Het komt er voor een agent die zich in dergelijk situatie bevindt dus op aan om meteen tegen deze werkwijze te protesteren of minstens het nodige voorbehoud te maken. Ook al had de agent in het geval dat tot voormeld arrest van het Hof van Beroep te Brussel heeft geleid meer dan een jaar gewacht om effectief de verbreking door de principaal in te roepen, doordat hij tussentijds meermaals zijn ongenoegen had geuit en voorbehoud had gemaakt behield hij volgens het Hof het recht om zich op de verbreking te beroepen.

Mocht diezelfde agent zich al die tijd niet hebben verzet tegen het éénzijdig gewijzigde vergoedingssysteem, dan zou zijn beslissing om zich ruim een jaar alsnog op de verbreking door de principaal te beroepen, een heel andere uitkomst hebben gekend. In dat geval zou het Hof naar alle waarschijnlijkheid immers hebben geoordeeld dat het gedurende zoveel maanden zonder enig voorbehoud aanvaarden van een lagere vergoeding als een stilzwijgende aanvaarding moet worden beschouwd. In dat geval had de principaal de agent zelfs nog in vergoeding van mogelijke schade kunnen aanspreken.

Subtiele wijziging

Bijzonder aan de voormelde zaak die door het Hof van beroep te Brussel werd beslecht bij arrest van 13 juni 2013 is dat de principaal de overeengekomen vergoedingsregeling als dusdanig niet heeft aangepast, maar dat hij een naar eigen zeggen nieuw product op de markt bracht met daaraan gekoppeld ook een nieuwe en lagere commissieregeling. Meer bepaald was de agent een bankagent, was er een bepaalde commissie afgesproken voor spaarrekeningen die via zijn kantoor werd geopend maar lanceerde de bank op een gegeven moment een internet- of web-spaarrekening, die een lagere commissie opleverde.

De bank beschouwde deze internet-spaarrekening als een nieuw product dat niet onder de oorspronkelijke overeenkomst met de agent viel en dus evenmin onder het overeengekomen vergoedingssysteem. De feiten spelen zich af in 2008. Internet- of web-spaarrekeningen zaten dan al een tijd in de lift en het was overduidelijk dat in de daaropvolgende jaren, de internet-spaarrekeningen meer en meer de klassieke spaarboekjes zouden verdringen. Voor de bank als principaal een uitgelezen opportuniteit om zo op onrechtstreekse manier de commissies van de agenten naar beneden te halen.

De agent in kwestie had dit door en heeft daarom meteen schriftelijk betwist dat de internet-spaarrekening als een nieuw product kon worden beschouwd. Zowel een klassieke spaarrekening als een internet-spaarrekening zijn spaarrekeningen die hetzelfde doel nastreven en die door de bank zelf als behorend tot dezelfde portefeuille werden beschouwd. Het Hof van Beroep is de agent daar dus in gevolgd en heeft geoordeeld dat de lagere commissie voor internet-spaarrekeningen moest worden beschouwd als een éénzijdige en ongeoorloofde wijziging van de commissieregeling en dus verbreking van de overeenkomst door de principaal.