14/05/2016

Happy Birthday! 25 jaar Richtlijn Softwarebescherming.

266_detail.jpg

De oorspronkelijke Richtlijn 91/250/EEG  betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's dateert van 14 mei 1991, en is op datum van publicatie van huidige bijdrage exact 25 jaar oud (Richtlijn Softwarebescherming). Happy birthday! Inmiddels werd deze richtlijn wel gecodificeerd door de Richtlijn 2009/24/EG van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's; dezelfde inhoud, maar een andere indeling en structuur. Een ideale aanleiding om nog eens de principes van softwarebescherming te herhalen.

Kort overzicht van de principes

Vijfentwintig jaar geleden bestond er discussie in de rechtsleer omtrent diverse IE-aspecten van software, waaronder de kwalificiatie van software onder het auteursrecht en omtrent het titularisschap op de software. In 1991 bevestigde de Richtlijn Softwarebescherming dat een computerprogramma, in bron- dan wel doelcode, alsook de daarbij horende voorbereidende werken beschouwd moeten worden als een werk van letterkunde en dus worden beschermd onder de Bernerconventie en het algemeen auteursrecht. Software geniet bescherming indien het oorspronkelijk is, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de auteur is; bovendien moet het in een concrete uitdrukkingswijze bestaan aangezien ideeën en beginselen die aan enig element van een computerprogramma ten grondslag liggen, met inbegrip van de ideeën en beginselen die aan de interfaces daarvan ten grondslag liggen, niet auteursrechtelijk worden beschermd.

Bovendien riep de richtlijn een vermoeden van overdracht van auteursrechten van de werknemer-programmeur aan de werkgever in het leven. Ook voorziet deze richtlijn in een aantal bijzondere vermogensrechten op software, alsook in een aantal specifieke uitzonderingen en bepalingen eigen aan software (recht tot decompilatie, reverse engineering, reservekopie, uitputting distributierecht bij eerste gebruik, bewerking en vertaling m.o.o. compatibiliteit, enz.). De bescherming voorziet ook dat handelingen door de rechtmatige gebruiker die noodzakelijk zijn om het computerprogramma te kunnen gebruiken voor het beoogde doel, automatisch toegelaten zijn behoudens andersluidende afspraak.

Softwarebescherming onder Belgisch recht

In het Belgisch recht werd de Richtlijn Softwarebescherming (laattijdig) omgezet in de Wet van 30/06/1994 houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (kortweg: de Softwarewet). Op heden werd de Softwarewet ongewijzigd gecodificeerd in het Wetboek Economisch recht (Boek XI, titel 6. Computerprogramma's).

Praktische tips

Het belang van de Richtlijn Softwarebescherming en het boek XI, titel 6 WER in de praktijk is niet alleen dat een aantal automatische en aanvullende beschermingen in het leven worden geroepen maar ook, vice versa, dat het duidelijk werd welke aspecten van rechten op software niet wettelijk geregeld worden. Ondanks het bestaan van een specifieke softwarebescherming, is het nog steeds bijzonder aangeraden om de bescherming van software ook contractueel te regelen. Volgende zaken zijn voorbeelden van probleempunten die met een contract kunnen worden opgevangen.

  1. Er is een vermoeden van overdracht van rechten op software ontwikkeld door werknemers en beambten. Deze automatische  overdracht van rechten geldt niet voor software geschreven door een freelancers/consultants of een extern bedrijf, maar ook niet door zaakvoerders of bestuurders;
  2. De softwarebescherming geldt enkel voor software. Het Europees Hof van Justitie heeft in het verleden bevestigd dat enkel de uitdrukkingswijze van een computerprogramma wordt beschermd zodra de reproductie ervan ook de reproductie meebrengt van het computerprogramma zelf (geheel of gedeeltelijk), waardoor de computer zijn taken kan uitvoeren. Bijgevolg vallen interfaces, graphics, vormgeving van besturingselementen, front end opmaak, 3D-modellen en -objecten, enz. niet onder regels van de softwarebescherming, maar onder het gemeen auteursrecht.
  3. Broncode. Noch de richtlijn, noch de wet bevatten regels omtrent broncode. Welke eventuele rechten op de broncode de eindgebruiker heeft wordt best contractueel geregeld. Idem voor het gebruik van broncode na beëindiging van de samenwerking met, een ernstige wanprestatie door of het faillissement van de softwareleverancier: een software-escrow  dient voorafgaandelijk te worden overeengekomen.
  4. Licentiemodaliteiten. Het auteursrecht laat toe om op zeer verregaande wijze licenties te modeleren naar de wensen van de auteursrechthebbende. Het is dan ook van groot belang het license business model doordacht aan te pakken, maar dit ook correct en exhaustief te definiëren en omschrijven. De contractuele bedingen met betrekking tot het auteursrecht en de exploitatiewijzen ervan moeten immers restrictief worden geïnterpreteerd. Bovendien moet de auteur, behoudens een andersluidend contract, per exploitatiewijze worden uitbetaald. Licenties voor niet-gekende exploitatiewijzen en toekomstige werken kunnen slechts mits de licentieovereenkomst contractuele bepalingen dienaangaande bevat.

Conclusie

Het komt de ontwikkelaar van software ten goede dat er een wettelijke bescherming bestaat van software. Doch de meest veilige werkwijze is om niet uitsluitend zijn boontjes te week te leggen op de bepalingen van de wet, maar de overdracht of licentie ook contractueel te regelen.