16/01/2019

Hervorming van het (appartements-)mede-eigendom in werking

shutterstock_154789070.jpg

Op 1 januari 2019 trad de hervorming van mede-eigendomsrecht in werking. De hervorming omvat een welgekomen modernisering van de bepalingen inzake gedwongen en gewone mede-eigendom en is gesteund op vier krachtlijnen:

§  een flexibilisering in de werking van de vereniging van mede-eigenaars en haar organen;

§  een optimalisering van de efficiëntie binnen de vereniging van mede-eigenaars;

§  een herbalancering binnen de mede-eigendom en 

§  een verduidelijking van de wet op diverse vlakken.

Flexibilisering in de werking van de VME en haar organen. Dit houdt onder meer in dat de meerderheden in de algemene vergaderingen worden versoepeld. Zo volstaat voortaan een meerderheid van twee derde van de eigenaars om beslissingen te treffen over belangrijke renovatiewerken, terwijl dat in het verleden drie vierde was. De meerderheden werden tevens aangepast voor beslissingen omtrent werken die bij wet opgelegd worden, voor beslissingen omtrent afbraak- en heropbouwwerken en voor beslissingen omtrent wijzigingen in de bestemming van het gebouw. Om blokkeringen in de besluitvorming te vermijden, werd dan weer een mogelijkheid gecreëerd om via de vrederechter een voorlopig bewindvoerder aan te stellen. 

Meer efficiëntie in het beheer van de mede-eigendom wordt onder meer verwezenlijkt door de inhoud van de statuten (vastgelegd in een authentieke akte) af te slanken teneinde hieraan een grotere stabiliteit te geven. Wijzigingen van de statuten zullen zich in toekomst dan ook veel minder opdringen. Het opstellen van een onderhands reglement van interne orde wordt dan weer verplicht gemaakt.

Ook wordt de aanleg van een “reservefonds” voorzien om grote en onverwachte kosten op te vangen. Mede-eigenaars dienen jaarlijks een bijdrage te storten in dat reservefonds. Verder verkrijgt ook de syndicus meer slagkracht om niet-betaalde bijdragen te innen en zal die syndicus kunnen overgaan tot het nemen van alle gerechtelijke en buitengerechtelijke maatregelen om een efficiënte betaling te waarborgen.

De hervorming is tevens gericht op de herbalancering van de rechten en plichten binnen de mede-eigendom. Zo wordt een beperkte invoering van het principe “betaler beslist” ingevoerd. Wanneer voor bepaalde delen de lasten verdeeld worden tussen bepaalde mede-eigenaars, zullen die mede-eigenaars daarover als enige kunnen beslissen. Ook de verhouding met de syndicus komt daarin aan bod. Meer bepaald wordt een betere omschrijving van de inhoud van het syndicuscontract voorop gesteld, in het bijzonder voor wat betreft de taken en de vergoedingen van de syndicus.

Tot slot heeft de hervorming ook een verduidelijking ten aanzien van de geldende wetgeving teweeggebracht. Zo krijgt bijvoorbeeld elke mede-eigenaar het recht om op eigen kosten en voor eigen gebruik kabels, leidingen en bijhorende faciliteiten in de gemene delen aan te leggen voor zover die werken geen schade toebrengen aan de bestaande infrastructuur.