31/03/2011

Het 'dagelijks bestuur' revisited

In de naamloze vennootschap heeft de wetgever het begrip 'dagelijks bestuur' in het Wetboek van Vennootschappen geïntroduceerd als zijnde een orgaan dat bestuurs- en vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft voor handelingen van 'dagelijks bestuur'. In de regel wordt dit orgaan aangeduid als directeur of als dagelijks - of gedelegeerd bestuurder, afhankelijk van het feit of de dagelijks bestuurder al dan niet deel uitmaakt van de raad van bestuur van de betreffende vennootschap. De rol van deze directeur of gedelegeerd bestuurder is essentieel. Hoewel de notie 'dagelijks bestuur' in de wet niet is gedefinieerd, bestond er in de rechtspraak en de rechtsleer min of meer een consensus omtrent de draagwijdte ervan. Ingevolge rechtspraak van het Hof van Cassatie van 26 februari 2009 werd deze draagwijdte schijnbaar sterk beperkt. Deze rechtspraak blijft tot op heden ongewijzigd.

Mr. Nele Schelstraete schetst u een overzicht van de evolutie en van de huidige (pragmatische) alternatieven, zodoende dat het duidelijk is waar u zich als directeur of dagelijks bestuurder best aan houdt.

De notie 'dagelijks bestuur'

De wetgever heeft de notie 'dagelijks bestuur' wel in de wet ingeschreven, maar heeft tot op heden nagelaten om dit begrip ook effectief te definiëren. Dit begrip dient aldus te worden ingevuld door de rechtspraak en de rechtsleer. Daarbij kunnen enkel handelingen die tot de bevoegdheid van de raad van bestuur behoren, in aanmerking worden genomen en als handelingen van dagelijks bestuur worden gekwalificeerd, vermits het dagelijks bestuur een delegatie van de bestuursbevoegdheden van de raad van bestuur inhoudt.

In zijn rechtspraak heeft het Hof van Cassatie 'dagelijks bestuur' herhaaldelijk omschreven als omvattende de handelingen "die niet verder reiken dan de behoeften van het dagelijks leven van de vennootschap, of de behoeften die om reden zowel van het minder belang dat ze vertonen, als van de noodzakelijkheid een spoedige oplossing te treffen, de tussenkomst van de raad van bestuur niet rechtvaardigen".

Op basis van deze rechtspraak kunnen aldus twee categorieën van handelingen worden onderscheiden:

 

  • handelingen die het dagelijks reilen en zeilen van de vennootschap betreffen en in die zin courant zijn, en;
  • handelingen die eerder uitzonderlijk zijn, maar omwille van hun gering belang alsook het feit dat een spoedige beslissing noodzakelijk is, eveneens onder dagelijks bestuur vallen.

 

Wat deze laatste categorie van 'uitzonderlijke handelingen' betreft, werd in het kader van een pragmatische benadering in de rechtsleer verdedigd dat het gering belang en de urgentievereiste geen cumulatieve voorwaarden zijn. Het zou aldus volstaan, in geval van niet-courante handelingen, dat deze ofwel van gering belang zijn ofwel een urgent optreden vereisen. Op die manier werden in werkelijkheid drie categorieën gecreëerd, met name:

 

  • courante handelingen;
  • handelingen die niet courant zijn maar wel een gering belang hebben;
  • handelingen die niet tot één van de vorige categorieën behoren maar die dringend zijn zodat ze niet kunnen wachten op een tussenkomst van het bestuursorgaan.

 

De concrete invulling van deze categorieën verschilt van vennootschap tot vennootschap. De ene vennootschap is de andere niet, dus wat courant is voor de ene vennootschap is niet noodzakelijk als courant te beschouwen voor een andere vennootschap. In het kader van deze beoordeling dient rekening te worden gehouden met de grootte van de vennootschap, haar maatschappelijk doel, de hoogte van het maatschappelijk kapitaal, de aard van de te stellen handeling en de economische impact ervan op de vennootschap. Zo zal het aangaan van een koopovereenkomst met betrekking tot onroerend goed voor een immobiliënvennootschap een courante handeling kaderend in het maatschappelijk doel uitmaken, terwijl dit voor een andere vennootschap als een eerder uitzonderlijke beslissing te kwalificeren zal zijn.

Een aantal handelingen zullen op grond van die overwegingen zeer duidelijk onder de noemer 'dagelijks bestuur' kunnen worden gebracht. Voor wat betreft andere handelingen kan er discussie of twijfel rijzen, in welk geval voorzichtigheid een goede raadgever is en de directeur of de dagelijks bestuurder er goed aan doet om terug te koppelen naar de raad van bestuur.

Het arrest van het Hof van Cassatie van 26 februari 2009

Uit de recentere rechtspraak van het Hof van Cassatie in deze materie blijkt dat het Hof niet bijster opgezet is met de pragmatische invulling die de rechtsleer aan het begrip 'dagelijks bestuur' heeft gegeven. In zijn arrest van 26 februari 2009 brengt het Hof de principes 'pur sang' in herinnering.

De zaak die tot voormeld arrest heeft geleid, had betrekking op een grote onderneming. Twee kaderleden van dit bedrijf, die daartoe gemachtigd waren door de gedelegeerd bestuurder, hadden een bezwaarschrift tegen een gemeentebelasting op parkeerterreinen ondertekend. De gemeente, en vervolgens ook de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, achtten het bezwaarschrift onontvankelijk. Het Hof van Beroep echter meende dat dergelijke beslissing als een handeling van dagelijks bestuur kan worden beschouwd. Dit oordeel steunde onder meer op de overweging dat de betrokken belasting en het indienen van het bezwaarschrift slechts een beperkte invloed hadden op de activiteiten en de financiële toestand van de vennootschap. De gemeente stelde tegen deze beslissing een voorziening in cassatie in, waarbij zij argumenteerde dat de voorwaarden om de handeling te kunnen kwalificeren als dagelijks bestuur, met name het beperkt belang van de verrichting en de noodzaak van een spoedig handelen, cumulatief moeten vervuld zijn. Het Hof van Beroep had duidelijk enkel rekening gehouden met het beperkt belang van de handeling, maar niet met het al dan niet spoedeisend karakter ervan.

Het Hof van Cassatie aanvaardde deze zienswijze en stelde formeel dat, in geval van niet-courante handelingen, er steeds sprake moet zijn van een handeling van gering belang die tegelijk een dringende interventie vereist.

Gevolgen van de rechtspraak van het Hof van Cassatie

Deze rechtspraak is een streep door de rekening van veel ondernemingen, die het begrip 'dagelijks bestuur' ruim, soms bijzonder ruim, interpreteren en waarbij de directeur of de dagelijks bestuurder slechts in een heel beperkt aantal gevallen de neiging heeft om zich tot de raad van bestuur te wenden.

Immers, los van de courante handelingen die de dagelijks bestuurder steeds kan stellen, impliceert de stelling van het Hof van Cassatie dat niet-courante beslissingen enkel zouden kunnen worden genomen door de raad van bestuur, behoudens indien deze beslissingen eveneens dringend zouden zijn, in welk geval de directeur of de dagelijks bestuur binnen de grenzen van zijn wettelijk mandaat zouden kunnen optreden.

Dat een directeur of een dagelijks bestuurder zich niet zonder meer zou kunnen bekommeren om álle handelingen en beslissingen van beperkt belang, ongeacht of deze al dan niet hoogdringend zijn, is in de praktijk moeilijk verdedigbaar. In de huidige uitdagende economische omstandigheden moet de raad van bestuur zich meer dan ooit bezighouden met de strategie van de vennootschap en moet zij de algemene beleidslijnen uitzetten. En toch impliceert een strikte interpretatie van de  rechtspraak van het Hof van Cassatie dat de raad zich daarnaast ook zou moeten bezig houden met 'onbenulligheden' die niet dringend zijn, vermits de directeur of de dagelijks bestuurder hiervoor niet bevoegd is.

Anderzijds leidt het huwelijk van het gering belang en de spoedeisendheid als cumulatieve voorwaarden er evenzeer toe dat  niet-courante handelingen die spoedeisend zijn, evenmin door een directeur of dagelijks bestuurder kunnen worden beslecht. En precies terwijl het de taak van een dagelijks bestuur is om snel en adequaat te kunnen handelen indien de omstandigheden dit vereisen.

De praktijk

Een strikte volgzame koers in het zog van de strenge rechtspraak van het Hof van Cassatie is in de praktijk moeilijk werkbaar. En toch, de lagere rechtbanken die zich sedert het arrest van 26 februari 2009 van het Hof van Cassatie over de materie hebben moeten uitspreken, lijken deze rechtspraak strikt te volgen.

Teneinde de discussie met betrekking tot de omvang van het dagelijks bestuur te vermijden, doen sommige vennootschappen pogingen om dit begrip in hun statuten te omschrijven. Dit is echter een maat voor niets. Het begrip 'dagelijks bestuur' vormt een wettelijke beperking van de vertegenwoordigingsmacht van de organen van dagelijks bestuur. De omvang van het dagelijks bestuur volgt dan ook uit de wet waarbij een omschrijving ervan in de statuten misschien wel een aanwijzing kan vormen, maar ook niet meer dan dat. Een statutaire omschrijving van het begrip 'dagelijks bestuur' is niet bindend voor derden, en dient zo nodig te worden herleid tot wat de wet onder deze noemer heeft gebracht.

Er bestaan echter betere alternatieven om de rechtspraak van het Hof van Cassatie te counteren, minstens af te zwakken.

Bekrachtiging - Het is mogelijk dat de handeling verricht door een onbevoegde directeur of dagelijks bestuurder naderhand wordt bekrachtigd door de raad van bestuur. Door deze bekrachtiging, die terugwerkende kracht heeft, wordt de vennootschap geacht ab initio verbonden te zijn. Let wel, hoewel dergelijke bekrachtiging in principe stilzwijgend kan gebeuren, verdient een uitdrukkelijke bekrachtiging de voorkeur, alleen al om bewijsproblemen te vermijden. Bovendien, indien de kwestieuze beslissing binnen een bepaalde termijn moest worden genomen, dient ook deze bekrachtiging binnen dezelfde termijn te volgen.

Volmacht - Aan de directeur of dagelijks bestuurder kunnen ook specifieke, welomschreven bijkomende bevoegdheden worden toegekend, dewelke ruimer zijn dat de bevoegdheden waarover de directeur of de dagelijks bestuurder krachtens het dagelijks bestuur beschikt. Ook op deze manier zou kunnen worden vermeden dat een raad van bestuur zich met niet-dringende onbenulligheden moet bezig houden, of dat dringende handelingen met een zekere impact toch accuraat door een directeur of een dagelijks bestuurder kunnen worden aangepakt. In de praktijk wordt bij de benoeming van de directeur of de dagelijks bestuurder vaak een lijst van bevoegdheden toegekend. Dergelijke volmacht vormt echter een loutere lastgeving, wat impliceert dat de volmachtdrager telkens bij iedere handeling een kopie van zijn volmacht dient voor te leggen. Bovendien moet zo'n volmacht steeds specifiek zijn, zodat er toch enige nauwkeurigheid in acht moet genomen worden bij de omschrijving van de handelingen waarvoor een volmacht wordt verleend.

In de praktijk kunnen handelingen die een directeur of een dagelijks bestuurder buiten zijn bevoegdheidsomvang verricht op grond van deze rechtsfiguren worden gedekt. De vennootschap zal zich in de regel achter de beslissingen van haar directeur of gedelegeerd bestuurder scharen. De vertegenwoordiging in rechte daarentegen zal in de praktijk wél tot geschillen leiden, nu in het kader van dergelijk optreden er strikte termijnen van toepassing zijn, en de handelingen gesteld door het orgaan van dagelijks bestuur niet steeds binnen deze strikte termijnen door de vennootschap worden bekrachtigd.

Besluit

De reikwijdte van het begrip 'dagelijks bestuur' is een verhaal van meerdere hoofdstukken en vele nuances. De onduidelijkheid die er over de omvang van het begrip bestaat, kent een lange geschiedenis en leidt tot rechtsonzekerheid. De rechtspraak van het Hof van Cassatie biedt geen soelaas. Integendeel. De kloof tussen deze rechtspraak en de noden in de praktijk kan moeilijk dieper zijn, en dit terwijl ondernemingen baat hebben bij organen van dagelijks bestuur die krachtdadig, adequaat en snel kunnen optreden. Op basis van de huidige rechtspraak is dit echter niet steeds mogelijk, zelfs niet met behulp van diverse rechtsfiguren die deze rechtspraak ietwat milderen.