13/02/2014

Het Hof van Cassatie velt princiepsarrest inzake de vergoedingsrekeningen bij een vereffening en verdeling

De problematiek van de vergoedingsrekeningen in het kader van een vereffening en verdeling (na echtscheiding of overlijden) is gekend. 

Vergoedingsrekeningen hebben tot doel om vermogensverschuivingen die zich tijdens het huwelijk tussen (in hoofdzaak) het eigen vermogen van een der echtgenoten en het gemeenschappelijk vermogen hebben voorgedaan, recht te trekken.

Een klassiek voorbeeld daarbij is de situatie waarbij echtgenoten, gehuwd onder een gemeenschapsstelsel, tijdens het huwelijk samen een (hypothecaire) lening afsluiten om hetzij een eigen onroerend goed voor een van de echtgenoten aan te kopen, hetzij om een eigen onroerend goed van een van de echtgenoten te renoveren.

Vermits deze (hypothecaire) (gemeenschappelijke) leningen in de regel worden terugbetaald met de beroepsinkomsten van de echtgenoten en beroepsinkomsten in een gemeenschapsstelsel per definitie een gemeenschappelijk karakter hebben, is het gemeenschappelijk vermogen bij ontbinding van het huwelijk gerechtigd op een vergoeding van het eigen vermogen van de echtgenoot-eigenaar van het onroerend goed.

Het bedrag van de vergoeding is in de regel nominaal. Dit betekent dat indien het gemeenschappelijk vermogen tijdens het huwelijk 100 betaalt ten voordele van een eigen vermogen, dit eigen vermogen bij de ontbinding van het huwelijk 100 moet terugbetalen aan het gemeenschappelijk vermogen.

Een belangrijke uitzondering is voorzien indien de geïnvesteerde gelden hebben gediend voor de aankoop, de verbetering of de instandhouding van een (onroerend) goed. In voorkomend geval heeft het vermogen dat de gelden heeft geïnvesteerd niet alleen recht op het nominale bedrag, maar deelt het ook in de meerwaarde die het goed inmiddels heeft gerealiseerd.

Een kort voorbeeld om dit te verduidelijken. Een eigen onroerend goed wordt aangekocht. Kostprijs 300.000 €. De aankoop geschiedt voor 200.000 € (2/3) middels een hypothecaire lening en voor 100.000 € (1/3) met eigen gelden van de echtgenoot-eigenaar. Bij ontbinding van het huwelijk is het onroerend goed 450.000 € waard.

In het kader van de vereffening en verdeling heeft het gemeenschappelijk vermogen alsdan recht op een vergoeding ten belope van 2/3 van 450.000 € of 300.000 €.Het gemeenschappelijk vermogen deelt zo mee in de meerwaarde die het goed tijdens het huwelijk heeft gerealiseerd.

Onduidelijkheid bestond er over wat de situatie nu is indien op het ogenblik van de ontbinding van het huwelijk de hypothecaire schuld nog niet integraal is vereffend. Stel bijvoorbeeld dat bij echtscheiding de lening nog een openstaand saldo vertoont van 50.000 € en er dus slechts 150.000 € werd afbetaald (of ½ van de aanschaffingswaarde van 300.000 €).

Een deel van de auteurs was van mening dat de vergoeding in dat geval toch diende te worden berekend rekening houdende met het volledige ontleende kapitaal (dus 2/3 van 450.000 € of 300.000 €). Een ander deel van de auteurs was (m.i. terecht) van mening dat de vergoeding slechts kon worden berekend rekening houdende met het tijdens het huwelijk effectief met gemeenschapsgelden afgeloste kapitaal. In dat geval zou er geen vergoeding zijn verschuldigd van 300.000 € maar enkel van 225.000 € (1/2 van 450.000 €).

In een princiepsarrest van 28 november 2013 heeft het Hof van Cassatie voor het eerst stelling hierover ingenomen. Het Hof volgt terecht de tweede strekking. Het Hof oordeelde meer bepaald dat

‘wanneer beide echtgenoten samen een lening aangaan om een eigen onroerend goed van een van hen te verkrijgen, in stand te houden of te verbeteren, enkel de effectieve afbetalingen van deze lening door het gemeenschappelijk vermogen tijdens het stelsel, aanleiding geven tot vergoeding overeenkomstig artikel 1432 en 1435 Burgerlijk Wetboek.'

Indien bij echtscheiding of overlijden de door beide echtgenoten ten voordele van een eigen goed van een der echtgenoten aangegane hypothecaire lening dus nog niet integraal werd vereffend, zal de notaris en de rechter in de toekomst de geherwaardeerde vergoeding die het eigen vermogen aan het gemeenschappelijk vermogen is verschuldigd enkel mogen en kunnen berekenen rekening houdende met het kapitaal dat tijdens het huwelijk door het gemeenschappelijk vermogen effectief werd afbetaald.