31/08/2018

Het nieuwe erfrecht

shutterstock_434570134.jpg

Op 1 september 2018 treedt het nieuwe erfrecht in werking. De krachtlijnen van het nieuwe erfrecht kunnen als volgt worden samengevat:

Krachtlijn 1: u heeft meer vrijheid om met uw vermogen te doen wat u wil

U mag voortaan over een groter deel van uw vermogen vrij beschikken. Tot op vandaag hing dat af van welke en het aantal erfgenamen u exact naliet. Dat verandert:

  • laat u kinderen na, dan kan u sowieso de helft van uw vermogen vrij bestemmen; de andere helft is gereserveerd voor uw kinderen, ieder voor een gelijk deel;
  • laat u geen kinderen na, dan kan u met uw vermogen doen wat u wil zonder dat iemand daar iets kan tegen inbrengen (ook de ouders niet; zij worden niet langer beschermd; in ruil bekomen zij enkel een onderhoudsaanspraak voor het geval zij door het overlijden behoeftig zouden worden).

De nieuwe situatie laat u toe om een betere regeling op maat uit te werken, bijv. om zorgkinderen te begunstigen, stiefkinderen, een kind waar u een beter contact mee onderhoudt, een kind dat het financieel minder breed heeft, enz. Kinderloze koppels kunnen voortaan zelfs alles aan elkaar vermaken. Zij moeten daarvoor wel actief optreden. Tussen niet-gehuwde koppels bestaat (nog steeds) geen of slechts een beperkt wettelijk erfrecht.

De situatie moet licht worden genuanceerd indien u bent gehuwd. De langstlevende echtgenoot heeft steeds recht op het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap, en minstens op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad. De langstlevende echtgenoot kan men niet zomaar op straat zetten. De wetgever waarborgt de langstlevende op die manier de bestendiging van zijn/haar eigen leefomgeving. Enkel in geval van hersamengestelde gezinnen is daar een uitzondering op mogelijk. Let op, deze bescherming speelt niet als men enkel (feitelijk of wettelijk) met elkaar samenwoont.

​​​Krachtlijn 2: u kan uw vermogen specifiek toewijzen aan diegene die u wil

U kan voortaan beslissen dat een specifiek bestanddeel van uw vermogen specifiek aan één welbepaalde erfgenaam moet toekomen (bijv. een appartement, aandelen van een bedrijf, een kunst- of boekencollectie, enz.), hetzij door dat reeds tijdens uw leven aan hem/haar te schenken, hetzij door dat bij uw overlijden aan hem/haar te vermaken. Ook dat creëert nieuwe mogelijkheden voor familiale regelingen en vermogensplanning.

Tot op heden bestond die zekerheid niet en diende het geschonken goed in sommige gevallen in natura (d.i. het goed zelf, en dus aan de waarde bij overlijden) in de nalatenschap te worden teruggebracht. In andere gevallen moest enkel de waarde ervan (ten tijde van de schenking) in rekening worden gebracht. Die tweespalt bracht heel wat rechtsonzekerheid met zich mee en leidde niet zelden tot ongewenste scheeftrekkingen.

De erfrechtelijke verrekening van gedane giften vindt voortaan in elk geval in waarde plaats. Dat betekent dat, enkele uitzonderingen niet te na gesproken, de goederen zelf in het bezit blijven van diegene die ze heeft verworven, en dat hij/zij enkel de waarde daarvan bij de afwikkeling van de nalatenschap in rekening moet brengen. Vermits voortaan in de regel enkel de waarde op het ogenblik van de schenking in acht wordt genomen (weliswaar geïndexeerd tot op datum van het overlijden), vindt er op zich ook geen ongelijkheid meer plaats tussen bijvoorbeeld het kind dat 250.000 euro in contanten ontving en het kind dat voor die zelfde waarde een appartement geschonken kreeg (en dat bij overlijden bijv. in waarde is verdubbeld). Let wel, de nieuwe regel is niet absoluut. Er zitten enkele gevaarlijke addertjes onder het gras.

De nieuwe regels zijn bij een later overlijden ook van toepassing op alle schenkingen die vóór 1 september 2018 hebben plaatsgevonden of testamenten die vóór die datum zijn opgemaakt. Ook dat kan roet in het eten gooien en tot wanverhoudingen aanleiding geven. Best laat u een en ander dus goed nazien, zodat alles ook ná 1 september 2018 nog steeds op uw wensen en verwachtingen is afgestemd. U kan voor reeds gedane schenkingen (d.i. schenkingen van vóór 1 september 2018) ook kiezen voor het behoud van de oude regels van het erfrecht (dat kan soms voordelig zijn), maar daarvoor moet u wel een uitdrukkelijke verklaring afleggen. Daarvoor heeft u nog een jaar de tijd (tot en met 31 augustus 2019).

Krachtlijn 3: u kan met uw (toekomstige) erfgenamen afspraken maken over (de regeling van) uw (toekomstige) nalatenschap

Bij uw overlijden vererft uw vermogen hetzij volgens hoe de wetgever dat heeft bepaald, hetzij volgens de wensen uitgedrukt in uw testament of uiterste wilsbeschikking. Er geldt op vandaag een principieel verbod om deze overgang in een overeenkomst - een “erfovereenkomst” in het vakjargon - te regelen. De nieuwe erfwet heft dat verbod niet op, maar voorziet in enkele belangrijke uitzonderingen daarop. Nieuw is onder meeer de invoering van de ‘globale erfovereenkomst’.

De globale erfovereenkomst laat u toe om (al dan niet samen met uw partner) met uw toekomstige erfgenamen rond de tafel te zitten en a.h.w. ‘af te kloppen’. U kunt m.a.w. reeds tijdens uw leven een regeling treffen over hoe datgene dat in het verleden heeft plaatsgevonden (gebeurlijk ten voordele van slechts één van de erfgenamen), bij uw later overlijden erfrechtelijk moet worden verrekend. Eventueel kunnen er in de overeenkomst zelf ook nog schenkingen en/of andere voordelen (ten voordele van één van de erfgenamen) worden toegekend om reeds ontstane ongelijkheden recht te trekken/te corrigeren. Nadien trekt ieder daar dan een streep onder, wat impliceert dat ieder erkent dat wat in de overeenkomst staat, hij/zij later niet meer kan aanvechten en de rechten die daarin opgenomen zijn als definitief verworven moeten worden beschouwd. Op die manier kunnen potentiële niet onbelangrijke erfenisclaims reeds tijdens uw leven in de kiem worden gesmoord.

Er kan ook rekening worden gehouden met de persoonlijke situatie van elk van de erfgenamen. Zo kan bijvoorbeeld het feit dat één van de kinderen steeds thuis heeft ingewoond of jarenlang in het buitenland mocht studeren, voordelen die bij een overlijden niet in the picture komen, via een globale erfovereenkomst alsnog in evenwicht worden gebracht ten voordele van zij die deze voordelen niet hebben genoten. Zo ook kunnen aandelen van een familiebedrijf aan de geschikte erfgenaam-opvolger worden toevertrouwd, terwijl de anderen overige vermogensbestanddelen worden aangereikt. Deze mogelijkheden bestaan op vandaag niet. De globale erfovereenkomst, die aan een zware procedure is onderworpen, laat ook toe om stiefkinderen in de regeling te betrekken. Ook de intussen gekende generatiesprong (‘generation skipping’) kan daarin worden opgenomen. 

Het zou ons te ver lijden om ook op alle andere uitzonderingen dieper in te gaan, maar wat zeker is, is dat deze, mits een correct gebruik ervan, voor meer mogelijkheden en dito gemoedsrust kunnen/zullen zorgen en - zoals gezegd - latere erfenisbetwistingen maximaal kunnen/zullen uitsluiten.