Vierdelige opleidingscyclus actualia vermogensrecht (opleiding 1)
16/10/2018, 17u30

De beëindiging van een (feitelijke of wettelijke) samenwoningsrelatie. Een praktische kijk op de vermogensrechtelijke afhandeling anno 2018

Carine Esprit, B-Minus

De aanpak van de advocaten bij Bright is veel meer dan rechtsbijstand alleen. Bright begeleidt...

31/08/2018

Het nieuwe huwelijksvermogensrecht

shutterstock_166808456.jpg

Op 1 september 2018 treedt het nieuwe huwelijksvermogensrecht in werking. De belangrijkste wijzigingen daarvan kunnen als volgt worden samengevat:

1. Minder notariskosten voor koppels die eerst een woning kopen & nadien huwen

Bent u niet gehuwd en wilt u samen met uw partner een woning aankopen? Dat kan. Wilt u dat die woning tot jullie gemeenschappelijk vermogen behoort eens jullie wel gehuwd zijn? Dat kan ook, maar tot op heden moest u daarvoor een tweede maal bij de notaris aankloppen, met dus dubbele kosten van dien. Vanaf 1 september 2018 kan u twee vliegen in een klap slaan en in de aankoopakte reeds verklaren dat, eens u gehuwd bent, de woning (automatisch) deel zal uitmaken van uw gemeenschappelijk vermogen. Zo spaart u de kost van een tweede notariële akte uit. Opgelet, deze ‘anticipatieve inbreng’ geldt niet voor iedereen en is niet in elke situatie een te overwegen optie. U laat zich dus best goed adviseren.

2. Nieuwe spelregels voor ondernemers gehuwd onder een gemeenschapsstelsel

Bent u zoals de meesten gehuwd onder een stelsel van gemeenschap van goederen? Dan vallen alle inkomsten uit de beroepsactiviteiten automatisch in het gemeenschappelijk vermogen. Na het huwelijk heeft u elk recht op de helft daarvan. Het gebeurt evenwel dat een echtgeno(o)t(e)-ondernemer zijn/haar beroepsactiviteiten via een eigen vennootschap uitoefent en alle of belangrijke inkomsten in die vennootschap aanhoudt/oppot, bijvoorbeeld door zichzelf geen of onvoldoende dividenden toe te kennen of vergoedingen als bedrijfsleider uit te keren. Hierdoor loopt de gemeenschap mogelijk niet onbelangrijke inkomsten mis. De waarde van de eigen vennootschap komt bij ontbinding immers uitsluitend aan de echtgenoot-eigenaar toe.

Die mislopen inkomsten zal de echtgeno(o)t(e)-ondernemer voortaan aan de gemeenschap moeten (terug) vergoeden. Dat wordt het principe van ‘de huwelijksvermogensrechtelijke neutraliteit van de beroepsuitoefening via een vennootschap’ genoemd. M.a.w., of men zijn beroep uitoefent buiten of binnen een vennootschap, dat mag voor de huwgemeenschap (lees: de echtgenoten) geen verschil meer uitmaken. Men mag/kan geen beroepsinkomsten aan de huwgemeenschap meer onttrekken door zijn activiteiten via een vennootschap uit te oefenen. Zo niet, zou een ongelijke behandeling voorliggen tussen zij die dat wel en zij die dat niet doen. De vergoeding die de echtgeno(o)t(e)-ondernemer bij ontbinding van het huwelijk aan het gemeenschappelijk vermogen is verschuldigd, is gelijk aan datgene dat de gemeenschap tijdens het huwelijk redelijkerwijs had kunnen ontvangen indien het beroep rechtstreeks en niet via een vennootschap werd uitgeoefend.

3. Betere wettelijke omkadering voor echtgenoten gehuwd onder het stelsel van scheiding van goederen

Koppels waarvan een of beide partner(s) onderneemt/ondernemen, kiezen vaak voor het stelsel van scheiding van goederen. De inkomsten uit en de risico’s verbonden aan hun beroepsactiviteiten worden in dat geval niet gedeeld. Ieder behoudt wat hij of zij verdient en er is geen deelname in de opbouw van de andere zijn/haar vermogen.

Deze regeling is niet zelden problematisch indien een van de partners minder verdient of zijn/haar beroepsactiviteiten zelfs helemaal terugschroeft, bijvoorbeeld om thuis te blijven voor de kinderen en/of het huishouden. Deze laatste blijft na ontbinding van huwelijk vaak met lege handen achter. Hooguit kan hij of zij aanspraak maken op een onderhoudsuitkering. Om dat te vermijden, voorziet de nieuwe wet in enkele maatregelen die de harde gevolgen van een zuivere scheiding van goederen milderen en voorzien in een zekere vorm van huwelijkse solidariteit.

Zo wordt bij ontbinding van het huwelijk voortaan voorzien in een verrekening van de aanwinsten. Dat betekent dat de economisch sterkere echtgeno(o)t(e) (een deel van) zijn of haar (tijdens het huwelijk) opgebouwd vermogen verplicht zal moeten delen met zijn/haar economisch zwakkere echtgeno(o)t(e). De concrete modaliteiten van de verrekening (omvang, tijdstip, wijze, enz.) worden door de wetgever bepaald, maar kunnen door de echtgenoten in hun huwelijkscontract worden aangepast. Ze kunnen de regeling ook volledig uitsluiten. Voor de notaris geldt er een verscherpte informatieplicht.

Er wordt daarnaast voorzien in een rechterlijke billijkheidscontrole. Op basis daarvan kan de rechter in geval van echtscheiding aan de economisch zwakkere echtgenoot een vergoeding toekennen op voorwaarde dat (a) de omstandigheden sedert het huwelijk onvoorzien en ongunstig zijn gewijzigd waardoor (b) de zuivere uitwerking van het stelsel van scheiding van goederen, rekening houdende met de vermogensrechtelijke situatie van beide echtgenoten, tot manifest onbillijke gevolgen ten nadele van de verzoekende echtgeno(o)t(e) aanleiding zou leiden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als er gezondheidsproblemen zijn gerezen waardoor een echtgenoot noodgedwongen minder kon gaan werken of zelfs volledig moest stoppen met werken. Ook hiervan kunnen de echtgenoten evenwel afstappen en geldt er een verscherpte aansprakelijkheid van de notaris.

4. Hersamengestelde gezinnen, een betere bescherming van de kinderen uit het vorig huwelijk

Heeft u kinderen uit een vorige relatie en plant u te huwen met uw nieuwe partner? Niet onterecht zullen uw kinderen dan vrezen dat zij een deel van uw erfenis zullen verliezen. Na uw overlijden erft uw tweede partner het vruchtgebruik over uw volledige nalatenschap; uw kinderen slechts de blote eigendom. Omdat beiden niet noodzakelijk in een goede verstandhouding (zullen) leven en om de eigen kinderen te beschermen, kan het daarom gewenst zijn om de erfaanspraken van uw partner in uw nalatenschap uit te sluiten (en eventueel omgekeerd) zodat die toch volledig naar de kinderen gaat.

Deze afspraken kunnen de echtgenoten in hun huwelijkscontract maken. Tot voor kort moest deze regeling echter hoe dan ook het levenslang vruchtgebruik van de langstlevende echtgeno(ot(e) op de gezinswoning en de huisraad onverlet laten, hetgeen een rem zette op een (tweede) huwelijk en/of de planning die daarop volgde. De stiefouder zou sowieso zijn/haar leven lang in de woning kunnen blijven wonen. Aan de stiefkinderen staan slechts beperkte maatregelen ter beschikking.

Aan deze beperking is nu gesleuteld. Voortaan moet de langstlevende partner enkel nog het recht worden gewaarborgd om gedurende minstens zes maanden in de gezinswoning te kunnen blijven wonen. Voor het overige kan men de erfaanspraken in elkaars nalatenschap volledig uitsluiten, dus ook het vruchtgebruik. Wel is hiervoor het akkoord nodig van beide echtgenoten. De regeling moet ook hier worden opgenomen in het huwelijkscontract. Enkel dan kunnen de rechten van de eigen kinderen worden gemaximaliseerd. Opgelet, er moet voor deze opname een ganse procedure worden gevolgd. Dat neemt tijd in beslag. Laat u dus tijdig adviseren en wacht niet tot de dag vóór uw huwelijk.

5. Een verruimd (wettelijk) erfrecht voor de langstlevende echtgeno(o)t(e) bij kinderloos overlijden

De langstlevende echtgeno(o)t(e) bekomt een ruimer wettelijk erfdeel indien men zonder afstammelingen komt te overlijden. Omdat een en ander is gelinkt aan het huwelijksvermogensrechtelijk regime waaronder men is gehuwd, heeft de wetgever ervoor geopteerd om deze wijziging in deze wet in te lassen (en niet in de wet houdende het nieuwe erfrecht).

Concreet kan de situatie als volgt worden samengevat:

  • als er kinderen zijn, dan erft de langstlevende echtgeno(o)t(e) het vruchtgebruik op gans de nalatenschap; de kinderen erven de blote eigendom; aan deze regel is niets gewijzigd;
  • als er geen kinderen zijn, maar wel (groot)ouders en/of broers en zussen (of hun kinderen), dan komt het gezamenlijk (50-50) opgebouwd vermogen integraal en in volle eigendom toe aan de langstlevende echtgeno(o)t(e); dat was tot op vandaag niet het geval; het overige vermogen vererft dan opnieuw klassiek: vruchtgebruik voor de langstlevende, blote eigendom voor de erfgenamen-bloedverwanten ((groot)ouders en/of broers en zussen, of hun kinderen);
  • als er geen kinderen zijn, en ook geen (groot)ouders en/of broers en zussen, of hun kinderen, maar wel verre zijverwanten (tantes, nonkels, neven en nichten, …), dan komt de ganse nalatenschap voortaan toe aan de langstlevende echtgeno(o)t(e); uiteraard ook als er geen verre zijverwanten opkomen.

Concreet wijzigen er twee zaken in vergelijking met de situatie op vandaag: de langstlevende echtgeno(o)t(e) erft bij kinderloos overlijden voortaan de volle eigendom van het gezamenlijk opgebouwd vermogen ongeacht het huwelijksstelsel waaronder men is gehuwd, en de langstlevende echtgeno(o)t(e) gaat voortaan in alle gevallen voor op verre zijverwanten, die hun erfrecht in samenloop met een langstlevende echtgeno(o)t(e) verbeurd zien.

Een en ander sluit beter aan bij de vermoede wil van de erflater wiens banden met zijn of haar langstlevende echtgeno(o)t(e) doorgaans sterker zijn dan met de verre zijverwanten. Uiteraard kan van deze regeling worden afgeweken.

6. Overige

Er zijn nog vele andere wijzigingen die vermeldenswaard zijn (over aandelen, beroepsgoederen, cliënteel, opzeg- en schadevergoedingen, levensverzekeringen, preferentiële overname, heling, inbreng van eigen goederen, huwelijksvoordelen, enz.) maar het zou ons te ver leiden om deze hier allemaal te benoemen.

Uiteraard informeren wij u graag verder indien u hierover meer informatie wenst.

Als toemaatje geven wij u wel nog mee dat voortaan het verbod tot koop-verkoop tussen echtgenoten (art. 1595 BW) wordt opgeheven. Dat is op zich niet bijzonder baanbrekend maar maakt wel enkele praktische regelingen mogelijk.