22/03/2019

Het nieuwe vennootschapsrecht, 10 zaken die u moet weten

shutterstock_519473755.jpg

Op 28 februari 2019 werd de tekst van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) aangenomen. Het wetboek treedt in werking op 1 mei 2019, maar voor vennootschappen, verenigingen en stichtingen die vóór deze datum werden opgericht is een overgangsregeling voorzien.

Hierna lijsten wij voor u negen weetjes op over wat nieuw is voor vennootschappen om te besluiten met de overgangsregeling voor bestaande vennootschappen.

1. Beperking aantal vennootschapsvormen tot vier.

De wetgever heeft stevig gesnoeid in het aantal vennootschapsvormen als gevolg waarvan er – in essentie – vier belangrijke rechtsvormen overblijven: (1) de maatschap, (2) de BV, (3) de NV en (4) de CV. De maatschap kan door de neerlegging ter griffie rechtspersoonlijkheid verkrijgen en wordt daardoor een Comm.V. of een VOF, naargelang er al dan niet commanditaire (stille) vennoten zijn. In die zin blijven de Comm.V. en de VOF bestaan als modaliteit van de maatschap.  

2. Bestuurdersaansprakelijkheid.

Het nieuwe vennootschapsrecht creëert een gemeenschappelijk aansprakelijkheidsregime voor bestuurders van rechtspersonen. Wij formuleren een aantal aandachtspunten.

  • Ook voor managers. Het toepassingsgebied viseert elk lid van het bestuursorgaan of dagelijks bestuur, maar ook de feitelijke bestuurders. Managers ontspringen voortaan niet meer de dans. De wetgever beoogt hiermee een gelijke behandeling van alle ondernemingsactoren.
  • Hoofdelijk. In het geval de bestuurdersaansprakelijkheid hoofdelijk is, kan een individuele bestuurder die geen deel heeft gehad in de geviseerde fout aan de aansprakelijkheid ontsnappen als hij of zij van de (beweerde) bestuursfout melding doet aan het relevante bestuursniveau (hetzij: aan collega-bestuurders en, zo hiervan sprake, aan het toezichtsorgaan). Het hoeft geen betoog dat een behoorlijke notulering in dat verband aan belang zal winnen.
  • Exoneratie- en vrijwaringsbedingen verboden. Het aansprakelijkheidsrisico kan niet contractueel worden uitgeschakeld of op de vennootschap worden afgewenteld. Dit laatste belet evenwel niet dat een rechtspersoon (1) zijn bestuurders op zijn kosten verzekert bij een verzekeringsonderneming en (2) zijn bestuurders kwijting verleent nadat de fout is begaan.

3. Onthouding in AV voortaan altijd neutraal.

In een stemming over de wijziging van de statuten wordt een onthouding vandaag als een neen-stem meegerekend. Binnenkort zal een onthouding noch in de noemer noch in de teller in aanmerking worden genomen.

4. Afschaffing verplichte meerhoofdigheid inzake aandeelhouderschap.

De oprichting van een BV en een NV kan voortaan door één persoon (natuurlijke persoon of rechtspersoon) geschieden. De regels inzake de verenging van aandelen in één hand zullen tot het verleden behoren, zodat een moedervennootschap voortaan de enige aandeelhouder zal kunnen zijn van haar dochtervennootschap(pen). De meerhoofdigheid voor de maatschap (minimum 2 personen) en CV (minimum drie personen) blijft overeind.

5. Vaste vertegenwoordiger: altijd een natuurlijke persoon, met nieuw cumulverbod.

Zo een bestuurder van een vennootschap een rechtspersoon is, moet deze rechtspersoon een persoon aanduiden die deze rechtspersoon vertegenwoordigt: een vaste vertegenwoordiger. Wat biedt het wetboek?

  • De wetgever verduidelijkt dat dat deze persoon altijd een natuurlijke persoon moet zijn. Het is dus niet langer mogelijk dat een vaste vertegenwoordiger een rechtspersoon is, die dan op zijn beurt een vaste vertegenwoordiger moet aanduiden.
  • Verder voert het nieuwe vennootschapsrecht een tweezijdig cumulverbod in. Ten eerste kan een vaste vertegenwoordiger van een bestuurder-rechtspersoon niet langer ook in eigen naam als bestuurder in de betrokken vennootschap zetelen. Ten tweede kan een natuurlijke persoon niet langer de vaste vertegenwoordiger zijn van meerdere bestuurders-rechtspersonen van de betrokken vennootschap.

6. Kapitaalvereiste BV afgeschaft.

Ingevolge het nieuw wetboek is in de BV geen sprake meer van het kapitaalbegrip en het geheel van de daaraan vastgeknoopte regels. De bescherming van de schuldeisers werd evenwel niet uit het oog verloren en is te vinden op de verschillende levensfasen van een vennootschap, (onder meer) met name:

  1. het minimumkapitaal wordt vervangen door een aanvangsvermogen dat toereikend is in het licht van de voorgenomen bedrijvigheid van de vennootschap;
  2. elke uitkering (in de brede zin van het woord: dividenden, tantièmes, inkoop van eigen aandelen) is voortaan onderworpen aan twee testen: de nettoactieftest en de liquiditeitstest; onterechte uitkeringen kunnen teruggevorderd worden, zelfs indien de ontvanger te goeder trouw was;
  3. op bestuurders rust een doorlopende verplichting om de financiële gezondheid van de vennootschap op te volgen; het bestuursorgaan roept de algemene vergadering bijeen van zodra een van voornoemde testen faalt (vernieuwde alarmbelprocedure).

7. Aandelen in een BV: vrij overdraagbaar, met lidmaatschaps- en vermogensrechten naar keuze. Nieuwe perspectieven voor vermogensplanning!

  • Nauw samenhangend met de afschaffing van de kapitaalvereiste, is het gegeven dat de aandelen die in ruil voor inbreng worden uitgegeven niet langer een deel van het kapitaal vertegenwoordigen. De lidmaatschaps- en vermogensrechten die een bepaalde inbreng oplevert, zal vrij in de statuten kunnen geregeld worden. Dit laatste evenwel onder de lichte beperking dat minstens één aandeel stemrecht heeft en elk aandeel deelt in de winst en/of het vereffeningssaldo.
  • Het nieuwe wetboek beschouwt bovendien de principiële niet-overdraagbaarheid van aandelen als een default-optie waarvan (enkel) statutair kan worden afgeweken.

8. Dwingende regel van ad nutum-herroepbaarheid in NV voortaan van aanvullend recht.

Dat het mandaat van een bestuurder in een NV ad nutum herroepbaar is (zonder reden en zonder vergoeding), is in het nieuwe wetboek het uitgangspunt waarvan (statutair of door een besluit van de algemene vergadering) van kan afgeweken worden.

9. Een NV en een stichting hebben voortaan maar één bestuurder nodig

10. Overgangsregeling

WAT MET BESTAANDE VENNOOTSCHAPPEN?

Het wetboek is van toepassing op 1 januari 2020 (tenzij de vennootschap opteert om het wetboek eerder toe te passen, mits statutenwijziging), voor wat betreft de bepalingen van dwingend recht (zoals de bestuurdersaansprakelijkheid, de dubbele uitkeringstest in de BV, de nieuwe alarmbelprocedure in de BV, de wijze van stemming in de AV) en – voor zover de statuten er niet van afwijken – de bepalingen van aanvullend recht. Dit is ongeacht een statutenwijziging.

De uiterlijke datum om de statuten in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het wetboek is 1 januari 2024, op straffe van persoonlijke en hoofdelijke bestuurdersaansprakelijkheid.

WAT MET BESTAANDE VENNOOTSCHAPPEN WAARVAN HET WETBOEK DE RECHTSVORM OPHEFT?

Deze vennootschappen blijven beheerst door hun huidig wettelijk regime (ingevolge het W.Venn.), tot zij worden omgezet. Daarenboven worden de dwingende bepalingen van hun nieuw wettelijk regime van toepassing vanaf 1 januari 2020  (zo is de Comm.VA. vanaf 1 januari 2020 onderworpen aan de dwingende bepalingen van een NV). In het uitzonderlijke geval van conflict tussen de dwingende bepalingen van het huidige en van het nieuwe regime, prevaleren de bepalingen van het nieuwe regime.

Zo de vennootschap haar (afgeschafte) rechtsvorm niet heeft omgezet op 1 januari 2024, volgt een omzetting van rechtswege op straffe van bestuurdersaansprakelijkheid (zo moet de Comm.VA. haar statuten aanpassen aan de NV, bij gebreke waarvan de Comm.VA. automatisch in een NV wordt omgezet).