22/09/2016

Het verband tussen Goliath, de GVR en.... lingerie

300_detail.jpg

Vorige week werd onze aandacht getrokken door het nieuwsbericht dat Murielle Scherre, lingerieontwerpster en oprichtster van het Belgische lingeriemerk "La Fille d'O" kwaad was op een Zweedse modeketen (bronnen: http://deredactie.be/permalink/1.2768263).

Volgens de desbetreffende nieuwsberichten had Scherre via een klant vernomen dat deze modeketen een kopie te koop zou aanbieden van één van de populairste lingerie-modellen van La Fille D'O: 'Fast Girls'. Nadat Scherre ook zelf de bh in kwestie had aangekocht communiceerde zij in de pers dat haar ontwerp inderdaad was nagemaakt en voor een prijs zou worden verkocht die vele malen lager was dan de prijs waarvoor het model van La Fille d'O werd verkocht.

Desondanks het feit dat La Fille d'O naar eigen zeggen zeker is van haar stuk, liet het bedrijf in de pers optekenen geen verdere juridische stappen te ondernemen tegen de geviseerde modeketen, aangezien het hier om een verhaal van "David tegen Goliath" zou gaan.

Is dit wel zo? En is het niet zo dat David met één welgemikte steen Goliath kon vellen nadat deze al 40 dagen lang de tegenstand had zitten jennen dat niemand het tegen hem durfde opnemen?

Intellectuele eigendomsrechten op kledij

Los van het feit of een bh-model al dan niet via een modelrecht zou worden geregistreerd, kan de auteur van een kledingstuk zich op het auteursrecht beroepen indien deze kan bewijzen dat hij/zij inderdaad het desbetreffende kledingstuk heeft ontworpen en dit model van een zekere originaliteit getuigt. Indien een kledijontwerp(st)er kan aantonen dat hij/zij

  • bij de creatie van een bepaald kledingstuk, lingerie of andere, weldegelijk creatieve inspanningen heeft geleverd en
  • bij deze creatieve inspanningen een 'persoonlijke stempel' heeft gedrukt op het ontwerp (in de zin dat een andere ontwerper andere keuzes en resultaten zou bekomen),

dan zal normaliter het kledingstuk in kwestie als origineel moeten worden beschouwd en zal de kledijontwerp(st)er een beroep kunnen doen op de rechten die hem/haar ingevolge het auteursrecht toekomen.

Dit auteursrecht ontstaat automatisch, zonder enige formaliteit of registratie en creëert aldus een monopolie. Op basis van dit auteursrecht kan een kledijontwerp(st)er dus elke derde die haar/zijn toestemming niet heeft verkregen, de reproductie of namaak van haar ontwerp verbieden.

Intellectuele eigendomsrechten afdwingen

Het is echter in de uiteindelijke afdwinging van deze rechten dat soms het schoentje knelt. Vanuit procedureel oogpunt wordt bij namaakzaken immers vaak gestart met het leggen van een zogenaamd beslag inzake namaak. Deze procedure verloopt op eenzijdig verzoekschrift zonder dat de namaker op de hoogte is. Via een beschikking van de rechter bekomt men op deze manier de toelating om met een expert, boekhouder en eventuele andere personen die van belang kunnen zijn, een verrassingsinval te plaatsen bij de namaker om een inzicht te krijgen omtrent 1.) het bestaan van en 2.) de omvang van de namaak.

Na deze procedure zal er dan ook nog een procedure ten gronde worden gevoerd waarbij de discussie omtrent de effectieve namaak en de hoegrootheid van de schadevergoeding zal worden gevoerd om de uiteindelijke veroordeling tot stopzetting van de namaak en schadevergoeding te kunnen bekomen.

Het spreekt voor zich dat één en ander inderdaad wat financiële inspanningen zal vragen. Bij zaken waarbij de namaak manifest is maar de omvang beperkt of onzeker, is het best mogelijk dat de genomen démarches soms niet opwegen tegen de uiteindelijke schadevergoeding die men bekomt. En als er dan nog eens een faillissement van de namaker tussenkomt, is het meestal totaal een maat voor niets. In dat opzicht is het dan ook vaak beter om met een heuse Goliath te maken te hebben dan met een mindere reus.

Echter, in sommige gevallen is die ene reus toch niet zo barbaars als Goliath maar eerder een "Grote Vriendelijke Reus". In dat geval zal ook de reus, ondanks zijn dominante gestalte, inzien dat het beter is om het gevecht niet aan te gaan en een oplossing na te streven. Het kan immers evenzeer dat de namaker zich helemaal niet bewust was van de namaak en bereid is zijn fout te erkennen. In onze praktijk zien wij namelijk vaak dat er na een gemotiveerde ingebrekestelling, waarbij de auteursrechten van de oorspronkelijke auteur duidelijk worden aangetoond, alsnog een minnelijke regeling tot stand kan komen waarbij een onmiddellijke staking van verdere verkopen, schadevergoeding, dadings- of zelfs licentieovereenkomst kan worden afgesloten.

Het kan zelfs nog verder gaan, waarbij partijen in de toekomst vaak op één of andere manier gaan samenwerken...

Hoe een namaakzaak uiteindelijk verloopt en afloopt is allemaal afhankelijk van dossier per dossier. Maar wel is het steeds David die de eerste steen moet gooien.