Vierdelige opleidingscyclus actualia vermogensrecht (opleiding 4)
11/12/2018, 17u30

De hervorming van de erfbelasting. Wijzigingen na de hervorming van het erfrecht en evaluatie op vlak van successieplanning. Een analyse.

Katrien Gallo, Kreski

Toen ik een jaar geleden als enthousiaste zelfstandige bij Kreski aan de slag ging, wist ik nog...

08/03/2013

Het voorrecht van de onbetaalde verkoper: versoepeling van de bescherming van de verkoper bij faillissement

De Belgische Hypotheekwet dateert van 19/12/1851. Naast bepalingen inzake het hypothekeren van onroerende en roerende goederen - schepen en vliegtuigen - bevat de hypotheekwet eveneens bepalingen over de zogenaamde 'rangregeling bij samenloop'. Eén van de bekendste (commerciële) vormen van samenloop is het faillissement: dan komen schuldeisers immers in samenloop, wat inhoudt dat zij samen meer eisen dan de faillissementsboedel kan ophoesten.

In geval van samenloop speelt art. 8 Hypotheekwet, dat het principe van de gelijkheid onder schuldeisers poneert, en bijgevolg de gelijke verdeling van beschikbare gelden onder de schuldeisers ("De goederen van de schuldenaar strekken tot gemeenschappelijke waarborg voor zijn schuldeisers, en de prijs ervan wordt onder hen naar evenredigheid van hun vordering verdeeld, tenzij er tussen de schuldeisers wettige redenen van voorrang bestaan."). 

Evenwel kent de regel van art. 8 Hypotheekwet (tal van) uitzonderingen in de vorm van zekerheden en voorrechten. Zo zullen zakelijke zekerheden als hypotheken en pand op de handelszaak aan de houder ervan een recht van voorrang geven op de opbrengst (bijv. een bank die een krediet heeft toegestaan dat gedekt is door een hypotheek). De houder van de zekerheid wordt dan bij voorrang uitbetaald met de opbrengsten van de verkoop van het gehypothekeerde goed. Eigen aan zekerheden is dat ze moeten worden ingeschreven op het hypotheekkantoor om tegenstelbaar te zijn aan derden (dus om er zich op te kunnen beroepen).

Een bijzonder voorrecht dient eenzelfde doel: de schuldeiser die op een bijzonder voorrecht een beroep kan doen, wordt bij voorrang uitbetaald uit de opbrengsten van een bepaald goed. Groot verschil met een zekerheid: een voorrecht ontstaat op basis van de wet zelf, en moet dus niet worden ingeschreven bij het Hypotheekkantoor.

Eén van de bekendste bijzondere voorrechten betreft het voorrecht van de onbetaalde verkoper. De onbetaalde verkoper is immers bevoorrecht op "de prijs van niet betaalde roerende goederen, indien zij zich nog in het bezit van de schuldenaar bevinden." Met andere woorden: u verkoopt aan een onderneming een wagen, die niet contant wordt betaald, en vóór betaling te hebben ontvangen gaat de onderneming failliet. Dan zal u - als u zich niet op een eigendomsvoorbehoud kan beroepen, zie hierna - bij voorrang boven de andere schuldeisers worden uitbetaald met de opbrengst van de verkoop van die wagen (i.p.v. de verdeling van de opbrengst onder alle schuldeisers).

Op heden kan dit nochtans zeer interessante voorrecht in de praktijk slechts beperkt worden ingeroepen, omdat het huidige art. 20, 5° Hypotheekwet dit voorrecht aan een strenge vormvereiste onderwerpt: om zich op het voorrecht te kunnen beroepen dient de verkoper binnen de vijftien dagen na de levering (!) een door hem "eensluidend verklaard afschrift van de al dan niet aanvaarde factuur of van elke andere akte waaruit de verkoop blijkt, neer te leggen op de griffie van de rechtbank van koophandel van het arrondissement waarin de schuldenaar zijn woonplaats of, bij gebreke hiervan, zijn verblijfplaats heeft.". Dit is een eerder zware administratieve verplichting, die in de praktijk niet steeds wordt opgevolgd.

Legt men zijn facturen niet neer ter griffie, dan vervalt het voorrecht.

Per 01/03/2013 verscheen in het Belgisch Staatsblad de Wet van 14 januari 2013 houdende diverse bepalingen inzake werklastvermindering binnen justitie. Art. 45 van die wet schaft nu de vereiste van voorafgaande neerlegging van facturen/afschriften af. Dit betekent dus dat in de toekomst elke onbetaalde verkoper, ongeacht of er facturen werden neergelegd ter griffie van de woonplaats/zetel van de koper, zich zal kunnen beroepen op het voorrecht van de onbetaalde verkoper.

Dit is een toe te juichen versteviging van de rechten van de onbetaalde verkoper, maar onmiddellijk ook een verslechtering van de rechten van de algemeen bevoorrechte en de 'gewone', niet-bevoorrechte schuldeisers. Want logischerwijze zullen er voor hen minder gelden overblijven na verdeling aan de bijzonder bevoorrechte schuldeisers.

Dit nieuwe art. 20, 5° Hyp. W. treedt in werking per 01/09/2013.

Tot slot recapituleer ik graag nog snel eens de voorwaarden van nieuw art. 20, 5° Hyp. W.. Een verkoper kan dus op dit bijzondere voorrecht een beroep doen in volgende gevallen:

  • de verkochte roerende goederen zich nog in het bezit zijn van de schuldenaar bevinden
  • het voorrecht houdt op te bestaan wanneer die roerende goederen onroerend zijn geworden door bestemming of incorporatie (bijv. bouwstoffen, sanitair, enz.), behalve
    • indien het machines, toestellen, gereedschappen en ander bedrijfsuitrustingsmaterieel betreft, gebruikt in nijverheids-, handels- of ambachtsondernemingen.
  • het voorrecht met betrekking tot deze goederen blijft gedurende vijf jaren bestaan vanaf de levering (maar wordt verlengd ingevolge een onroerend beslag of een faillietverklaring van de koper voordat vijf jaren zijn verstreken);
  • ook kan de verkoper de verkochte voorwerpen terugvorderen zolang zij zich in het bezit van de koper bevinden, mits de terugvordering geschiedt binnen acht dagen na de levering*.
* Memo: dit is het geval indien er geen clausule van eigendomsvoorbehoud werd overeengekomen bij de verkoop. Is er wel een clausule van eigendomsvoorbehoud schriftelijk overeengekomen tussen koper en verkoper, dan kan de verkoper in geval van faillissement van de koper onder bepaalde voorwaarden het goed ook ná deze termijn van 8 dagen terugvorderen, op voorwaarde dat deze goederen zich nog in natura bij de koper bevinden (art. 101 Faill. W.).