13/03/2016

Huwelijk Ahold en Delhaize, met de mededingsautoriteit als boze stiefmoeder

245_detail.jpg

Dat de distributiesector woelige tijden kent, is een understatement. De hevige concurrentie op de markt heeft er toe geleid dat strategieën werden aangepast, of minstens scherp gesteld, besparingen werden doorgevoerd.

Een speler met roots bij onze noorderburen, Ahold, koos een andere weg, die van de expansie. In juni 2015 kondigden de groep boven Albert Heijn en Delhaize op een ondernemingsraad de geplande fusie aan, een die van Ahold-Delhaize de grootste supermarktketen in België zou maken. Een huwelijk die zou leiden tot de integratie van 6.500 winkels, met 380.000 personeelsleden.

De euforie van de geplande fusie bij de partners werd ondertussen wat getemperd door het ontwerprapport van de Belgische Mededingingsautoriteit dat in februari met betrekking tot de fusieplannen werd voorgesteld. Hoewel vertrouwelijk, zou uit dit rapport blijken dat er bij een fusie zowel aan de zijde van Albert Heijn als aan de Delhaize-kant winkels zouden moeten sneuvelen.

Rol van de Belgische Mededingingsautoriteit (BMA)

De BMA is een onafhankelijke administratieve instantie die bijdraagt tot het definiëren en toepassen van een mededingingsbeleid in België. Concreet vervolgt de BMA mededingingsbeperkende praktijken, zoals kartels en misbruiken van machtspositie, en ziet zij toe op belangrijke fusies en overnames. De BMA, waarvan de inhoud van zijn werking in belangrijke mate bepaald wordt door Europese regels, werkt daarvoor samen met de mededingingsautoriteiten van de lidstaten van de Europese Unie en de Europese Commissie binnen het Europees Mededingingsnetwerk (ECN).

Eén van de kerntaken van de BMA situeert zich dus op het vlak van fusies tussen ondernemingen. Om tal van redenen kan het combineren door ondernemingen van hun activiteiten de werking van de markt verbeteren en de consument en de economie ten goede komen. Bepaalde fusies kunnen de werking van de markt evenwel schaden, meer bepaald indien dergelijke fusie een dominante speler creëert of versterkt. In dergelijke gevallen kunnen fusies leiden tot hogere prijzen, minder keuze of minder innovatie.

Daarom moet elke concentratie van een zekere omvang in termen van omzet vooraf worden goedgekeurd door de BMA, of in sommige gevallen door de Europese Commissie.

De door Ahold en Delhaize aangekondigde fusie valt onder de in het Wetboek van Economisch Recht (WER) bedoelde concentraties: een transactie (overname of joint venture) die leidt tot een duurzame wijziging in de zeggenschap van een onderneming, met de mogelijkheid om een beslissende invloed uit te oefenen op de activiteit van de onderneming (cf. definiëring art. IV.6 WER).

De toezichtsrol van de BMA speelt effectief indien dergelijke concentraties bepaalde omzetdrempels bereiken (art. IV.7 WER):

  • de betrokken ondernemingen halen samen een omzet in België van meer dan 100 miljoen euro; en
  • ten minste twee van de betrokken ondernemingen halen elk een omzet van minstens 40 miljoen euro in België.

De omzet die in aanmerking komt, is deze die tijdens het vorige boekjaar in België werd behaald (art. IV.8 WER).

Slechts in het geval van grootschalige operaties die doorgaans effecten sorteren die de nationale grenzen overstijgen, verliest de BMA haar bevoegdheid en wordt een onderzoek door de Europese Commissie ingesteld. [1]

Procedure - voorafgaande goedkeuring

Indien de voorwaarden van artikel IV.7 WER zijn voldaan, is voor de bewuste concentratie de voorafgaande goedkeuring nodig van de BMA, die vaststelt of zij al dan niet toelaatbaar is (art. IV.9 WER).

Er dient daartoe een strikte procedure te worden gevolgd, waarbij de concentratie in eerste instantie moet worden aangemeld bij de Auditeur-generaal van de BMA. Ondernemingen moeten deze meldingsplicht vervullen na het sluiten van de overeenkomst of de ontwerpovereenkomst en voor de uitvoering ervan. Er mag, behoudens bepaalde uitzonderingen, geen uitvoering worden gegeven aan de concentratie voordat de BMA zijn beslissing betreffende de toelaatbaarheid van de concentratie heeft genomen (art. IV.10 WER).

Ahold en Delhaize hebben deze aanmelding verricht op 13 januari 2016. Deze aanmelding wordt onder het dossiernummer CC-16-0002 weergegeven op de website van de BMA. [2]

De Auditeur definieert de betrokken markten en onderzoekt de veronderstelde effecten daarop van de concentratie. Daartoe kan hij informatie vragen aan de aanmeldende partijen, maar hij kan ook concurrenten, klanten en leveranciers om inlichtingen vragen. In zijn analyse houdt de Auditeur onder meer rekening met de noodzaak om een daadwerkelijke mededinging te handhaven op de betrokken markten, om keuzemogelijkheden te behouden voor de leveranciers en gebruikers en om de belangen van de consument te vrijwaren.

Binnen een termijn van 25 werkdagen na de aanmelding legt de Auditeur een ontwerp van beslissing neer bij het Mededingingscollege. Die termijn kan nog met vijf werkdagen worden verlengd wanneer verbintenissen worden voorgesteld om tegemoet te komen aan de bezorgdheid die de Auditeur aanhaalt in zijn brief waarmee hij de aanmeldende partijen laat weten dat hij van mening is dat de voorgenomen concentratie de mededinging op de Belgische markt op significante wijze zou belemmeren.

In het dossier Ahold-Delhaize is de teneur van deze voorlopige beslissing op 22 februari 2016 gelekt. Daaruit zou blijken dat er competitiviteitsbezwaren zijn in een aantal regio's, in die zin dat Delhaize en Ahold in deze regio's te sterk aanwezig zouden zijn wat tot een ontoelaatbare beperking van de concurrentie zou leiden. In het rapport van de Auditeur wordt dan ook gesuggereerd dat een aantal winkels in deze regio's, zowel Albert Heijn als Delhaize winkels, verplicht zouden moeten worden afgestoten, wil men de fusie effectief realiseren.

Mede op basis van dit voorlopig rapport en op basis van de standpunten van partijen die tijdens een bijzondere zitting worden gehoord, neemt het Mededingingscollege een definitieve beslissing, in principe en behoudens mogelijke verlening, binnen een termijn van 40 werkdagen na ontvangst van de aanmelding (art. IV.60 e.v. WER).

Het Mededingingscollege zal groen licht geven voor (art. IV.61 WER):

  • concentraties die een daadwerkelijke mededinging niet op een significante wijze belemmeren, onder andere door een machtspositie te creëren of te versterken; en
  • concentraties waarbij de betrokken ondernemingen samen minder dan 25% controleren van welke voor de transactie relevante markt ook, ongeacht of het horizontale of verticale relaties betreft.

Indien nodig kunnen de ondernemingen verbintenissen voorstellen opdat de concentratie toelaatbaar zou verklaard worden. Daarin worden voorwaarden bepaald die de bedrijven zullen naleven om te waarborgen dat de transactie geen nadelige gevolgen voor de mededinging zal hebben.

Indien er echter ernstige twijfels bestaan over de toelaatbaarheid van de concentratie kan het Mededingingscollege beslissen om de procedure van bijkomend onderzoek in te zetten (ook wel 'tweede fase' genoemd).  

De betrokken ondernemingen, de Minister evenals derden die een belang kunnen aantonen en die aan het Mededingingscollege hebben gevraagd om gehoord te worden, kunnen een beroep indienen tegen de beslissingen van het Mededingingscollege bij het Hof van beroep te Brussel.

Groen licht voor Ahold-Delhaize?

Dat er finaal groen licht komt voor de beoogde fusie tussen Ahold en Delhaize is waarschijnlijk, wat niet betekent dat de fusiepartners ongetwijfeld rekening zullen moeten houden met een aantal beperkingen die de - voorwaardelijke - goedkeuring van de BMA zal opleggen.

Midden maart, eerstdaags dus, valt de definitieve beslissing van het Mededingingscollege. Wordt vervolgd.



[1] De voorwaarden van een concentratie met een Europese dimensie wordt bepaald door de Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties. Het gaat over concentraties met (1) een totale wereldwijde omzet van de betrokken ondernemingen van meer dan 5 miljard euro, en (2) een omzet van meer dan 250 miljoen euro binnen de Europese Unie voor ten minste twee van de betrokken ondernemingen, elk afzonderlijk. Ook concentraties die aan volgende voorwaarden voldoen, worden geviseerd: (1) een totale wereldwijde omzet van de betrokken ondernemingen van meer dan 2,5 miljard euro, (2) een totale omzet van de betrokken ondernemingen van meer dan 100 miljoen euro in minstens drie Lidstaten, (3) een omzet van meer dan 25 miljoen euro voor ten minste twee van de betrokken ondernemingen in elk van de drie Lidstaten waarvan sprake is in punt 2, en (4) een omzet van meer dan 100 miljoen euro in de Europese Unie voor minstens twee van de betrokken ondernemingen.

[2] http://www.mededinging.be/nl/over-ons/actualiteit/aanmelding-cc-16-0002