28/06/2016

Lang leve de polyglot: alvast een barrière minder in uw internationale handelsrelaties

287_detail.jpg

In een arrest van 21 juni 2016 heeft het Europees Hof van Justitie de Vlaamse taalregeling over de opmaak van facturen in internationale handelsrelaties nietig verklaard. Volgens die regeling mogen akten en bescheiden, waaronder dus facturen, die uitgaan van ondernemingen met exploitatiezetel in het Nederlandse taalgebied, uitsluitend in het Nederlands opgesteld worden. De sanctie is niet mals: de akten en bescheiden die in strijd met deze regeling zijn opgemaakt zijn absoluut nietig.

Meteen begrijpt u het schizofrene van de situatie. Door handelspartners de mogelijkheid te ontnemen documenten op te stellen in de taal die zij in hun communicatie gebruiken, stijgt het risico op onbetaalde facturen. Uw buitenlandse klant is immers niet geneigd uw factuur te betalen wanneer die opgesteld is een taal die hij niet machtig is.

Omgekeerd kan uw buitenlandse klant die uw factuur ontvangt die, in strijd met de Vlaamse taalregeling, opgesteld is in de taal in dewelke hij gebruikelijk met u communiceert zich achter die Vlaamse taalregeling verschuilen om uw factuur niet te hoeven betalen. Immers is ze absoluut nietig.

Met haar arrest wil het Hof van Justitie aan deze voor de internationale handel belemmerende toestand paal en perk stellen.

Feiten

Een onderneming gelegen in het Nederlandstalig taalgebied van België, New Valmar, had aan haar Italiaanse concessiehouder, Global Pharmacies Partner Health (hierna GPPH), facturen uitgeschreven. Volgens GPPH waren de facturen, die in het Italiaans waren opgemaakt, absoluut nietig, want in strijd met de Vlaamse taalregeling. Zij weigerde dan ook de facturen te betalen.

New Valmar betwistte de nietigheid niet, maar verdedigde zich door te stellen dat de Vlaamse taalregeling strijdig is met de Europese regels inzake het vrij verkeer van goederen.

Het Europees Hof heeft zich over deze zaak uitgesproken nadat de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Gent, haar gevat heeft door het stellen van een prejudiciële vraag.

Standpunt van het Europees Hof

Het Europees Hof acht het doel van de Vlaamse taalregeling, m.n. het bevorderen van het gebruik van het Nederlands en het vergemakkelijken van administratieve en fiscale controles, rechtmatig.

Echter is zij terecht van mening dat hetzelfde doel niet enkel kan bereikt worden met de bestaande maatregel (zijnde de verplichting om grensoverschrijdende facturen op straffe van nietigheid uitsluitend in het Nederlands op te stellen), maar dat ook een maatregel die minder ingrijpt op het vrij verkeer van diensten datzelfde doel kan bewerkstelligen. Een regeling die zou voorschrijven dat facturen voor internationale transacties in het Nederlands moeten opgesteld worden, maar die daarnaast voorziet in de mogelijkheid om een rechtsgeldige versie van de facturen op te stellen in een door beide handelspartners begrepen taal, zou hetzelfde doel bereiken, terwijl een dergelijke regeling minder zou ingrijpen in het vrij verkeer van goederen.

Een dergelijke regeling zou de handelspartner immers toelaten om de factuurgegevens te controleren, en dus na te gaan of de verkoper zijn contractuele verplichtingen is nagekomen.Volgens het Europees Hof is de Vlaamse taalwetgeving dus niet evenredig, want gaat zij verder dan wat noodzakelijk is voor het bereiken van het nagestreefde doel.

Wellicht volgt nu een wettelijk ingrijpen, om deze rechtspraak in de Vlaamse taalregeling te implementeren.