18/02/2015

Liquidatiereserve: een nieuwe, permanente maatregel om te ontsnappen aan liquidatieheffing

In een eerder blogbericht werd u reeds geïnformeerd over de beslissing van de overheid om per 1 oktober 2014 het tarief van de roerende voorheffing op liquidatieboni op te trekken van 10% naar 25%.

Bij wijze van overgangsmaatregel werd wel een regime ingevoerd waarbij men bestaande reserves kon incorporeren in het kapitaal, tegen een eenmalig tarief van 10%. In ruil daarvoor konden die kapitalen bij een latere liquidatie belastingvrij worden uitgekeerd. Voormelde overgangsmaatregel betrof een tijdelijke maatregel. De incorporatie diende immers te gebeuren in het laatste boekjaar dat afsloot op 30 september 2014. Ook dit werd reeds besproken in een eerder blogbericht.

Ondanks voormeld overgangsregime ontlokte de verhoging van de roerende voorheffing op liquidatieboni toch wel wat kritiek. Omwille daarvan heeft de nieuwe regering die verhoging wat willen temperen door de invoering van een nieuw en permanent gunstregime dat de naam "liquidatiereserve" meekreeg.

Vanaf aanslagjaar 2015 verkrijgt een KMO-vennootschap de mogelijkheid om haar winst van het boekjaar (na belastingen) geheel of gedeeltelijk te reserveren en op te nemen in een bijzondere liquidatiereserve op de passiefzijde van haar balans. De opname in een liquidatiereserve wordt voorafgaandelijk onderworpen aan een afzonderlijke aanslag in de vennootschapsbelasting van 10%.

Gunstig is dat wanneer de vennootschap wordt ontbonden en vereffend, de nieuwe regeling voorziet dat er geen aanvullende belasting verschuldigd is bij uitkering van de liquidatiereserve als liquidatiebonus. De liquidatiereserve wordt immers beschouwd als fiscaal gestort kapitaal dat belastingvrij kan worden uitgekeerd. De totale belastingdruk blijft op die manier op 10% behouden.

Uit een liquidatiereserve kunnen daarenboven te allen tijde dividenden worden gekeerd ten voordele van de aandeelhouders. Wanneer die uitkering gebeurt binnen de vijf jaar na de aanleg van die reserve, dan is op die uitkering een aanvullende belasting verschuldigd van 15%. De totale belastingdruk bedraagt in dergelijk geval aldus 25%. Wie wel vijf jaar kan wachten en de reserve al die tijd onaangeroerd laat, is slechts een aanvullende belasting van 5% verschuldigd waardoor de totale belastingdruk op slechts 15% komt.