Vierdelige opleidingscyclus actualia vermogensrecht (opleiding 4)
11/12/2018, 17u30

De hervorming van de erfbelasting. Wijzigingen na de hervorming van het erfrecht en evaluatie op vlak van successieplanning. Een analyse.

Veronique Huysmans-Belaen, Tekna

We zijn ten zeerste gecharmeerd over de professionele omkadering van Bright en in het bijzonder...

10/05/2016

Mag ik een vonnis waarbij mijn concurrent werd veroordeeld, openbaar maken en publiceren?

265_detail.jpg

Een gerechtelijke procedure vormt vaak een onverkwikkelijke omstandigheid: niet alleen kost het tijd, moeite en geld, maar bovenal brengt het - afhankelijk van de zaak in meer of mindere mate - een onzekerheid met zich mee. Zullen de inspanningen en investeringen die u in het kader van de procedure levert, ook de nodige baten met zich meebrengen?

Een gunstig vonnis vormt dan ook een meer dan welkom sluitstuk van een gerechtelijke procedure. Doch een gunstig vonnis brengt soms niet op alle vlakken soelaas. Zeker niet indien er ingevolge de aard van de zaak enige vorm van negatieve publiciteit of onwaarheden door de tegenpartij werden verspreid.

"Mag ik dit vonnis aan mijn klanten/leveranciers toesturen?", "Mag ik hierover een nieuwsbericht of persbericht online plaatsen?", "Mag ik dit in de wacht- en vergaderzalen leggen?", enz. zijn vragen die ons in de praktijk geregeld worden gesteld.

In een door ons kantoor behartigd dossier werd partij A in eerste aanleg veroordeeld voor een inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van partij Z, een concurrent van partij A. Ook oordeelde de rechtbank dat partij A zich schuldig zou hebben gemaakt aan misleidende reclame. Een stakingsbevel werd opgelegd aan partij A, doch er werd hoger beroep aangetekend tegen dit eerste vonnis.

Niet onbelangrijk feitelijk detail hierbij is dat partij Z aan de eerste rechter ook uitdrukkelijk om de publicatie van het te vellen vonnis door partij A had verzocht, o.m. op diens website; dit onderdeel van de eis werd evenwel uitdrukkelijk afgewezen.

Dit weerhield partij Z er evenwel niet van om:

  • Het vonnis in kwestie niet-geanonimiseerd te publiceren op haar website;
  • Diverse nieuwsberichten op haar website aan te maken waarbij het tussengekomen vonnis en de veroordeling van partij A uitgebreid werd besproken, en diverse (voor partij A) negatieve passages werden geciteerd en beklemtoond;
  • Diverse koppen van citaten op haar site te publiceren (via 'inzetten');
  • Deze koppen en nieuwsberichten ook op sociale media te publiceren (!);
  • And last but certainly not least: een Google Adwordscampagne op te zetten met als zoekterm de merken en productnamen van partij A, met geadverteerde links naar voormeld vonnis en deze denigrerende nieuwsberichten (!!).

Partij A was van oordeel dat dergelijke handelingen haar beroepsbelangen ernstig schendden en derhalve een manifest oneerlijke handelspraktijk uitmaakten. Bovendien bevatte het vonnis diverse persoonsgegevens over de zaakvoerder van partij, wat leidde tot een manifeste schending van diens privacy.

Partij A en haar zaakvoerder startten daarop twee procedures: één voor de rechtbank van eerste aanleg op basis van de Privacywet, en één voor de rechtbank van koophandel op basis van de leer van de oneerlijke marktpraktijken.

Voor beide rechtbanken kreeg Partij A gelijk:

  • De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde oordeelde dat het publiceren van een vonnis, zonder enige vorm van anonimisering van persoonsgegevens, een flagrante schending inhield van de Privacywet. Dit was temeer zo aangezien een aanbeveling van de Privacycommissie van 08/02/2012 daaromtrent eveneens negatief stond t.a.v. dergelijke publicaties:

"De Commissie voor de bescherming voor persoonlijke levenssfeer stelt in haar aanbeveling d.d. 08.02.2012 zeer duidelijk dat het integraal publiceren van een vonnis of arrest op een website een verwerking is van persoonsgegevens van de partijen die er in worden vermeld.

Het kan bezwaarlijk worden ontkend dat het publiceren van een integrale rechterlijke uitspraak - zoals in casu - wel degelijk persoonsgegevens bevat, in hoofde van [de zaakvoerder van partij A], vermits deze daadwerkelijk in deze uitspraak wordt vermeld. Onder andere verwijst de kwestieuze publicatie, door Partij Z op haar website geplaatst, naar de naam van de geding voerende partijen, naar het adres, beroep, activiteiten alsmede andere feitelijke gegevens over partijen.

Blijkens de thans vigerende wetgeving mogen persoonsgegevens slechts worden verwerkt in de welbepaalde gevallen zoals voorzien in artikel 5 van gezegde wet. Geen van de door de wetgever opgesomde gevallen zijn in onderhavige beslissing van toepassing.

[...] De vordering van partij A is dan ook gegrond voor wat het opleggen van de gevorderde maatregel betreft."

  • De voorzitter van de rechtbank van koophandel Gent, afdeling Kortrijk oordeelde op zijn beurt dat dergelijke initiatieven en acties, niettegenstaande partij Z in voormelde procedure gelijk kreeg, onmogelijk door de beugel kon en een manifeste B2B oneerlijke handelspraktijk vormden:

"Het afbreken van een concurrent is onrechtmatig. [...] Potentiële schade van de beroepsbelangen volstaat om een inbreuk te laten verbieden.

De publicatie van een vonnis, zonder toestemming van de rechter dat nadelig is voor de concurrent [i.c. partij A], wordt door de rechtbank als het afbreken van de concurrent weerhouden en als onrechtmatig bestempeld, gelet in dit geval op de omstandigheden van die publicatie. Zij wordt begeleid met een tekst waar denigrerend over het door Partij A aangeboden product wordt gedaan: [...] en in die tekst in vetjes de gebruikte termen doet oplichten als "misleiden, bedrieglijk, namaakproduct".

Die alzo denigrerend overkomende begeleidende tekst bij het vonnis, kan slechts wijzen op het feit dat het de bedoeling was met de publicatie van het vonnis en de begeleidende tekst Partij A en haar product in een slecht daglicht te plaatsen, afbreuk te doen aan haar reputatie. In één woord partij A zwart of slecht te maken. Dit is strijdig met de eerlijke marktpraktijken en valt onder het verbod geviseerd door WER.".

Ingevolge de tussengekomen gerechtelijke uitspraken haalde partij Z inmiddels de litigieuze website, nieuwsberichten en publicatie van het vonnis offline.

Moraal van het verhaal: indien u een gunstig vonnis bekomt onthoudt u er zich best van om dit ook enige (publieke) ruchtbaarheid te geven; tenzij de rechtbank u dat zou hebben toegestaan natuurlijk. Want mogelijks begaat u daarmee een oneerlijke handelspraktijk jegens uw concurrent. En indien u er op staat om een deel of het gehele vonnis op één of andere manier kenbaar te maken, doe dat dan zeer omzichtig, zo neutraal mogelijk en win desgevallend voorafgaand advies in.