20/09/2010

Makkelijker invorderen ten aanzien van buitenlandse debiteuren

Een verstandig ondernemer die geconfronteerd wordt met een buitenlandse debiteur stelt zich de vraag of het de moeite loont te procederen. Zelfs indien onze ondernemer, dankzij goede algemene factuurvoorwaarden of duidelijke contractuele afspraken, zijn zaak voor de Belgische rechtbank kan inleiden en dus een 'thuismatch' kan spelen, moeten er toch nog hindernissen genomen worden vooraleer het Belgische vonnis in het buitenland kan uitgevoerd worden. Om hieraan tegemoet te komen heeft de Europese regelgever een aantal rechtsinstrumenten gecreëerd met de bedoeling deze 'lokale' obstakels te omzeilen.

Nele Sercu geeft u een overzicht van de interessantste Europese invorderingsmogelijkheden.

Vereenvoudiging ten bate van de schuldeiser

De Europese regelgever is er zich van bewust dat een ondernemer voor de recuperatie van een niet-betwiste of nauwelijks betwistbare schuldvordering vaak al te grote inspanningen moet leveren. Tot op vandaag is het principe immers nog altijd dat een land maar toelating geeft om een vonnis uitgesproken in een ander land op haar grondgebied uit te voeren als ze eerst het vonnis heeft kunnen 'controleren'. Binnen Europa is dat niet anders.

Het vonnis dat een Belgische ondernemer bekomt voor de Belgische rechtbank moet dus nog altijd de controle van de buitenlandse rechtbank doorstaan vooraleer het tegen de buitenlandse debiteur kan uitgevoerd worden. Pas dan kan de ondernemer goedkeuring krijgen om het vonnis in een andere Europese lidstaat uit te voeren.  

Dergelijke 'controleprocedures' voor de buitenlandse rechtbank zijn echter niet alleen tijdrovend, maar vaak ook duur. Immers moet de ondernemer zich dan laten bijstaan door een tweede advocaat, gevestigd in de lidstaat waar hij wenst uit te voeren.

Om aan deze problemen te verhelpen  heeft de Europese regelgever een aantal rechtsinstrumenten gecreëerd die deze buitenlandse 'controleprocedures' overbodig maken wanneer vonnissen uitgesproken in één Europese lidstaat in een andere lidstaat (met uitzondering van Denemarken) uitgevoerd worden.     

Hierna volgt een beknopte bespreking van elk van deze instrumenten.

Europees executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen

Dit rechtsinstrument stelt geen nieuwe procedure in om schulden van een buitenlandse debiteur te innen, maar voorziet integendeel dat de schuldeiser dezelfde procedure doorloopt als wanneer hij een debiteur uit eigen land zou dagvaarden.

Het verschil zit hem in het feit dat de rechtbank zich niet alleen zal uitspreken over de grond van de zaak - en de debiteur dus desgevallend zal veroordelen -  maar de schuldeiser meteen ook toelating kan geven om het vonnis uit te voeren in om het even welke andere Europese lidstaat.

Doordat de Belgische rechtbank aan het vonnis een 'Europees paspoort' verleent kan het, zonder een 'controleprocedure' in het land van de debiteur te moeten doorlopen, onmiddellijk uitgevoerd worden in de andere lidstaten van de Europese Unie.  

Weliswaar is de Europees executoriale titel slechts een soort 'proefproject', waardoor de mogelijkheid om een dergelijk Europees paspoort te bekomen beperkt wordt tot die gevallen waar de debiteur de schuldvordering niet betwist. Dit kan uiteraard blijken uit het feit dat de debiteur zijn schuld erkent, maar ook uit het feit dat hij zich niet verweert, en bijvoorbeeld niet komt opdagen op de zitting.  In het geval de tegenpartij wel een betwisting opwerpt voor de Belgische rechter, kan deze zijn uitspraak niet meer waarmerken als een Europese executoriale titel.

Europees betalingsbevel

Met de Europese betalingsbevelprocedure wil de Europese regelgever tegemoetkomen aan het feit dat de locale rechtbanken overbelast worden met procedures die de inning van niet (ernstig) betwiste factuurschulden betreffen. De Europees executoriale titel biedt daar immers geen oplossing voor, aangezien de gewone procedure voor het innen van schuldvorderingen nog altijd moet doorlopen worden.

De basisidee van de Europese betalingsbevelprocedure is dat er voldoende vertrouwen moet worden gesteld in de schuldeiser die het initiatief neemt om tegen een buitenlandse debiteur een gerechtelijke procedure in te stellen. Wanneer hij voor de inning van zijn vordering dergelijke (geld- en tijdrovende) stappen onderneemt, zal hij toch ook een reden hebben om dat te doen?

De Europese betalingsbevelprocedure laat de schuldeiser toe een vonnis tegen zijn debiteur te bekomen zonder dat de debiteur op de hoogte wordt gebracht van de tegen hem ingediende procedure. De schuldeiser moet enkel een verzoek indienen bij de bevoegde rechtbank, waarna de rechtbank de vordering onderzoekt. Indien alle procedurele stukken voorhanden zijn en de ingediende vordering na een summier onderzoek niet kennelijk ongegrond lijkt, vaardigt de rechtbank (of gerechtelijke instantie) - zelfs zonder de schuldeiser of zijn advocaat te hebben gehoord - binnen de 30 dagen een Europees betalingsbevel uit.  

Hierbij is evenwel belangrijk aan te stippen dat de schuldeiser zijn verzoek tot het bekomen van een Europees betalingsbevel moet indienen voor de rechtbank die volgens de bevoegdheidsregels van het internationaal privaatrecht bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. Indien bijv. een Belgische onderneming met een Italiaanse zakenpartner een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten waarin een beding van rechtsmacht (bevoegdheidsbeding) ten gunste van de Belgische rechtbanken is opgenomen, dan zijn deze laatste bevoegd. Indien u daarentegen als Belgische onderneming in Duitsland aannemingswerken uitvoert, zonder dat u met uw opdrachtgever een bevoegdheidsbeding bent overeengekomen, zal normaliter de Duitse rechtbank bevoegd zijn om kennis te nemen van het verzoek.

Nadat het vonnis is uitgesproken wordt de debiteur op de hoogte gebracht van zijn veroordeling, en krijgt hij dus voor het eerst kennis van de tegen hem aanhangig gemaakte procedure. Hij heeft dan gedurende 30 dagen de  mogelijkheid om zich te verweren, maar moet daarvoor wel zelf de nodige stappen zetten. Precies dit lijkt in de praktijk een brug te ver te zijn: dat de debiteur zelf in actie moet komen - en niet, zoals in een gewone invorderingsprocedure kan volstaan met twijfel te zaaien - blijkt een sterk afradend effect te hebben. Een vordering die voor de procedure dikwijls nog - onterecht - werd betwist, blijkt dat na afloop van de procedure dus niet meer te zijn...

Indien de tegenpartij tijdig een verweer indient bij de bevoegde rechtbank (die dezelfde is als deze die het bevel heeft uitgevaardigd) wordt de betalingsbevelprocedure 'omgevormd' naar een 'gewone' burgerrechtelijke procedure die volgens de nationale procedurele regels van de bevoegde rechtbank wordt gevoerd. Het risico bestaat dus dat een procedure die door de eisende partij via een Europees betalingsbevelprocedure werd ingeleid uit kostenbesparende overwegingen, alsnog in een duurdere 'gewone' procedure ontaardt, eventueel zelfs voor een vreemde rechtbank. Vandaar dat de Europese regelgever heeft voorzien in een mogelijkheid voor de schuldeiser om, wanneer er verweer door de tegepartij komt, in zijn verzoek reeds bezwaar kan maken tegen een dergelijke overgang. In dat geval stopt de procedure ten gunste van de tegenpartij.   

Wanneer reactie uitblijft kan de schuldeiser vanaf de 31ste dag nadat de debiteur op de hoogte is gebracht van zijn veroordeling, het vonnis meteen ook in de Europese lidstaat waar de debiteur gevestigd is ten uitvoer leggen. Dit rechtsmiddel biedt dus een dubbel voordeel: enerzijds hoeft de schuldeiser geen lange procedure voor de Belgische rechtbank te doorlopen en anderzijds is eveneens de 'controleprocedure' voor de buitenlandse rechtbank overbodig.    

Procedure voor geringe vorderingen

De laatste stap die de Europese regelgever tot op heden gezet heeft is de invoering een nieuwe procedure voor de inning van geringe vorderingen.  

Het doel dat hiermee wordt beoogd is het vereenvoudigen en versnellen van inningen van geringe vorderingen, ongeacht of deze al dan niet betwist zijn. Onder 'gering' wordt begrepen vorderingen tot   € 2.000,00. In dit bedrag zijn rente, kosten en uitgaven niet meegerekend. De Europese regelgever kon immers niet om de vaststelling heen dat de proceskosten voor de inning van deze beperkte schulden zeer hoog oplopen. Vandaar de beslissing om ook hier voor een uitkomst voor de schuldeiser te zorgen.

Het grote verschil met de Europese betalingsbevelprocedure is niet alleen dat de procedure kan gebruikt worden voor schulden die (op gemotiveerde manier) betwist worden, maar ook dat de debiteur verwittigd wordt dat tegen hem een procedure is ingeleid. De debiteur krijgt dus de kans om zich te verweren.

Het kenmerkende van de procedure is dat zij in principe schriftelijk verloopt. Dat de zaak niet moet gepleit worden voor de rechtbank werkt uiteraard ook een snellere behandeling in de hand.  Bovendien worden er - net zoals bij de Europese betalingsbevelprocedure - strikte termijnen opgelegd voor woord en wederwoord.

Ook voor dit rechtsmiddel geldt dat, wanneer de rechtbank een vonnis uitspreekt, er meteen ook machtiging wordt verleend om het vonnis in de andere Europese lidstaten uit te voeren.  

Besluit

Met deze nieuwe rechtsinstrumenten is de Europese regelgever tegemoetgekomen aan een aantal verzuchtingen van de ondernemer die geconfronteerd wordt met onwillige buitenlandse (doch Europese) debiteurs.

Naast een vrij verkeer van personen, goederen en diensten wordt er binnen Europa nu ook werk gemaakt van een vrijer verkeer van vonnissen. Dit laat de ondernemer toe om eenvoudig, snel en goedkoop te procederen tegen een buitenlandse debiteur. 

In de toekomst kunnen we nog meer dergelijke Europese initiatieven verwachten.

Echter zal het wellicht nog enige tijd duren vooraleer Europa, als sluitstuk van het vrij verkeer van vonnissen, erin slaagt om alle nationale 'controleprocedures' in de lidstaten af te schaffen. Intussentijd komt het er op aan de rechtsinstrumenten die nu reeds voor handen zijn optimaal te gebruiken