09/03/2013

Moeten vergoedingen voortaan ook in stelsels van scheiding van goederen worden geherwaardeerd?

Wie geregeld te maken krijgt met procedures van vereffening en verdeling (ingevolge echtscheiding of ingevolge overlijden), weet dat de opmaak van de vergoedingsrekeningen steeds een heikele aangelegenheid is en vaak de reden waarom procedures jarenlang aanslepen (al zou een en ander met de nieuwe wet op de gerechtelijke vereffening en verdeling in de toekomst vlotter moeten verlopen).

  • Gemeenschapsstelsels

Vergoedingsrekeningen worden traditioneel gelinkt aan de vereffening en verdeling van een gemeenschapsstelsel. Een gemeenschapsstelsel kenmerkt zich door het bestaan van drie vermogens: het eigen vermogen van de ene echtgenoot, het eigen vermogen van de andere echtgenoot en het gemeenschappelijk vermogen.

Bij een ontbinding van het huwelijk en de daaropvolgende vereffening en verdeling,  moeten in eerste instantie traditioneel de zgn. vermogensverschuivingen tussen het eigen vermogen van een van de echtgenoten en het gemeenschappelijk vermogen worden gecorrigeerd (de vergoedingen tussen de twee eigen vermogens van de echtgenoten zijn aan een afzonderlijke regeling onderworpen).

Concreet gaat men na of er tijdens de werking van het huwelijk gelden van het eigen vermogen van een van de echtgenoten zijn toegekomen aan het gemeenschappelijk vermogen of vice versa. Zo kunnen bijvoorbeeld tijdens het huwelijk gemeenschappelijke gelden (bijv. de beroepsinkomsten) zijn aangewend geweest voor het aanbrengen van verbeteringswerken aan een eigen (onroerend) goed van een van de echtgenoten. Of kunnen er gelden die afkomstig zijn van een schenking op een gemeenschappelijke rekening zijn gestort geweest. 

Omdat in al deze gevallen het ene vermogen zich heeft verarmd ten voordele van het andere vermogen dat zich heeft verrijkt, moet dit bij de ontbinding van het huwelijksstelsel worden gecorrigeerd. In de aangehaalde voorbeelden betekent dit concreet dat de echtgenoot-eigenaar van het (onroerend) goed de gelden die hij of zij uit het gemeenschappelijk vermogen heeft opgenomen om zijn of haar eigen vermogen tot voordeel te strekken, aan de gemeenschap moet terugbetalen. En dat de echtgenoot die de schenking heeft ontvangen, gerechtigd is om dit bedrag van de gemeenschap terug te vorderen.

Het bedrag van de vergoeding is in de regel nominaal. U geeft 50, u krijgt 50 terug. De wet voorziet evenwel in een belangrijke uitzondering. Indien de gelden hebben gediend voor de aankoop, de verbetering of de instandhouding van een goed (bijv. een huis of appartement), dan heeft diegene die de gelden heeft geïnvesteerd niet alleen recht op dit nominale bedrag, maar deelt hij of zij ook in de meerwaarde die het betreffende goed inmiddels heeft gerealiseerd.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Jan en Mia zijn gehuwd en kopen samen een woning aan. Kostprijs 250.000 €. De aankoop gebeurt deels via een gezamenlijk aangegane hypothecaire lening (200.000 €), deels via een schenking die Jan van zijn ouders heeft ontvangen (50.000 €). Omdat een schenking in de regel eigen is in hoofde van de begiftigde echtgenoot, heeft Jan dus 50.000 € eigen gelden geïnvesteerd in de woning (die toebehoort aan het gemeenschappelijk vermogen). Tien jaar later gaan Jan en Mia uiteen. De woning heeft op dat ogenblik een waarde van 400.000 €.  Op welk bedrag heeft Jan nu recht? Jan heeft bij de aankoop 50.000 € geïnvesteerd (d.i. 1/5 van de toenmalige aankoopprijs). Omdat de geïnvesteerde gelden hebben gediend voor de verwerving van een (onroerend) goed, deelt Jan mee in de meerwaarde. Concreet zal Jan bij de ontbinding van het stelsel recht hebben op een vergoeding door het gemeenschappelijk vermogen van 80.000 € (1/5 van 400.000 €).

De voorwaarden om toepassing te kunnen maken van deze meerwaarderegel waren tot voor kort zeer strikt (de regel kon bijv. niet worden toegepast ingeval een van de echtgenoten een eigen onroerend goed had van vóór het huwelijk,  daartoe vóór het huwelijk een eigen hypothecaire lening had afgesloten en deze lening vervolgens tijdens het huwelijk door het gemeenschappelijk vermogen werd terugbetaald). Ingevolge twee (overigens nog vrij recente) cassatiearresten werden de voorwaarden om van de meerwaarderegel te kunnen gebruik maken, evenwel sterk versoepeld zodat bijv. ook het hiervoor geschetste voorbeeld voortaan onder de regel van de meerwaarde lijkt te vallen. 

  • Stelsels van scheiding van goederen

Zijn de echtgenoten gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen, dan kan van de meerwaarderegel klassiek geen gebruik worden gemaakt. Bij een stelsel van scheiding van goederen zijn er slechts twee vermogens: het eigen vermogen van de ene echtgenoot en het eigen vermogen van de andere echtgenoot.

Vergoedingen (of schuldvorderingen) tussen echtgenoten gehuwd onder een scheidingsstelsel, worden traditioneel uitsluitend nominaal vergoed (tenzij een andere regel in het huwelijkscontract werd overeengekomen). De uitzondering van de meerwaarderegel is immers enkel wettelijk voorzien in het geval van een gemeenschapsstelsel.

In navolging van twee arresten van het Hof van Beroep te Luik, die van mening waren dat de meerwaarderegel ook in scheidingsstelsel moet kunnen worden toegepast (indien aan de concrete voorwaarden daartoe is voldaan), oordeelde ook het Hof van Cassatie recent (in een arrest van 27 september 2012) dat de schuldvordering van een ex-echtgenoot in de concrete omstandigheden geen loutere geldschuld betrof, maar een waardeschuld en dus kon worden geherwaardeerd.

Ook het Hof van Cassatie lijkt thans aldus aan te nemen dat zelfs in stelsels van scheiding van goederen vergoedingsrekeningen kunnen worden geherwaardeerd. Het hoeft geen betoog dat dit belangrijke poorten opent in het kader van toekomstige of zelfs hangende vereffening en verdelingen...