03/03/2016

Naar een bescherming van bedrijfsgeheimen versie 2.0?

227_detail.jpg
Als ondernemer heeft u ongetwijfeld knowhow en bedrijfsinformatie verzameld die essentieel is voor uw activiteit, maar die u toch niet via intellectuele eigendomsrechten wil of kan laten beschermen. Tot de verbeelding sprekende voorbeelden zijn het recept van Coca-Cola, recepten van koekjesfabrikanten, samenstellingen van parfums, enz..

Voor de bedrijfsvoering essentiële geheimen zijn in ieder geval geen exclusiviteit voor grote ondernemingen. Iedere ondernemer heeft klantenlijsten, leveranciersinformatie, marktstrategieën, gegevens over prijzenpolitiek, technische gegevens, recepten, fabricageprocessen, enz., die hij liever niet deelt met (potentiële) concurrenten. Het succes van zijn onderneming is mee op deze informatie gestoeld en toegankelijkheid van deze informatie voor (potentiële) concurrenten zou het verlies van een concurrentieel voordeel betekenen. Heel vaak is deze informatie namelijk het resultaat van jarenlange inspanningen en invetseringen.

Europese stimulans voor de kenniseconomie

Europa wil onderzoek en innovatie, pijlers van de kenniseconomie, aanwakkeren door ervoor te zorgen dat de scheppers van bedrijfsinformatie op een uniforme manier beschermd worden en dit zelfs zonder dat zij de bescherming van intellectuele eigendomsrechten kunnen genieten. De ervaring is immers dat de lidstaten op vandaag de bescherming van bedrijfsgeheimen, en de juridische middelen die ter beschikking zijn om die bescherming af te dwingen, al te verschillend regelen. En net dat staat een optimale werking van de eengemaakte Europese interne markt in de weg.

Om dit probleem weg te werken staat er een Europese richtlijn op stapel die niet openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie moet beschermen tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken ervan. Via de richtlijn moet het voor scheppers van bedrijfsgeheimen dus mogelijk zijn om voor de rechtbanken van de lidstaten op te treden tegen oneerlijke praktijken waarmee derden bedrijfsgeheimen in handen krijgen.

Krachtlijnen

Het voorstel van richtlijn voorziet uiteraard eerst en vooral in een gemeenschappelijke definitie van "bedrijfsgeheimen". Het gaat om:

  • informatie die niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk met deze informatie bezighouden;
  • informatie die bezit handelswaarde bezit omdat zij geheim is;
  • informatie die door de persoon die er rechtmatig over beschikt onderworpen is aan redelijke maatregelen om deze geheim te houden.

Uiteraard bepaalt het voorstel ook wat als onrechtmatig beschouwd wordt. Het verkrijgen van een bedrijfsgeheim is onrechtmatig wanneer de verkrijging plaatsvond door:

  • onbevoegde toegang tot of toe-eigening of kopie-name van documenten, voorwerpen, materialen of elektronische bestanden die het bedrijfsgeheim bevatten of waaruit het kan afgeleid worden;
  • elk ander gedrag dat, gezien de omstandigheden, wordt beschouwd als strijdig met de eerlijke handelsgebruiken.

Het gebruiken of openbaar maken van een bedrijfsgeheim is dan weer onrechtmatig wanneer dit, zonder de toestemming van de houder van de informatie, gebeurt door een persoon die aan één van volgende voorwaarden voldoet:

  • de persoon heeft het bedrijfsgeheim op een onrechtmatige wijze verworven;
  • de persoon pleegt inbreuk op een vertrouwelijkheidsovereenkomst of een andere verplichting om de informatie niet te openbaren;
  • de persoon pleegt inbreuk op een contractuele of andere verplichting tot beperking van het gebruik van het bedrijfsgeheim.

Belangrijker is echter dat het voorstel ook een concreet arsenaal aan middelen bevat die de houder van bedrijfsgeheimen vooreerst moeten helpen om het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken te voorkomen, maar ook om, wanneer de houder desondanks toch met een inbreuk geconfronteerd wordt, deze inbreuk stop te zetten en eventueel een schadevergoeding te krijgen:

  • voorlopige en bewarende maatregelen:
    • de stopzetting van, of het verbod op het gebruik of de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim op voorlopige basis;
    • het verbod om inbreukmakende goederen te produceren, aan te bieden, in de handel te brengen of te gebruiken, of om inbreukmakende goederen voor deze doeleinden in te voeren, uit te voeren of op te slaan;
    • de inbeslagname of overhandiging van de verdachte inbreukmakende goederen, met inbegrip van ingevoerde goederen, om te vermijden dat ze in de handel worden gebracht of op de markt worden verhandeld;
  • zodra de rechter ten gronde heeft vastgesteld dat er een inbreuk is, kan hij volgende maatregelen opleggen:
    • de stopzetting van, of het verbod op het gebruik of de openbaarmaking van het bedrijfsgeheim;
    • een verbod om de inbreukmakende goederen te produceren, aan te bieden, in de handel te brengen of te gebruiken, of om inbreukmakende goederen voor deze doeleinden in te voeren, uit te voeren of op te slaan;
    • van corrigerende maatregelen, v.b. de verplichting om de inbreukmakende goederen van de markt te halen, de vernietiging van de inbreukmakende goederen enz.;
    • de gehele of gedeeltelijke vernietiging van een document, voorwerp, materiaal, stof of elektronisch bestand dat het bedrijfsgeheim bevat of de afgifte aan de houder van het bedrijfsgeheim van alle of een deel van die documenten, voorwerpen, materialen, stoffen en elektronische bestanden;
    • de inbreukmaker veroordelen tot een schadevergoeding die de schade vergoedt die de houder van het bedrijfsgeheim lijdt doordat de inbreukmaker het bedrijfsgeheim onrechtmatig verkregen, gebruikt of openbaar heeft gemaakt;
    • van informatie over de uitspraak, waarbij openbaarmaking van de uitspraak in de (gedrukte of elektronische) media de meest voor de hand liggende maatregel is.

Tot slot legt het voorstel ook een verjaringstermijn op van maximaal zes jaar. Het is dus aan de lidstaten zelf om de exacte verjaringstermijn te bepalen, maar die mag in geen geval langer zijn dan zes jaar. De houder van het bedrijfsgeheim zal dus binnen de door het nationaal recht bepaalde termijn een procedure moeten instellen volgens de concrete maatregelen die het nationaal recht uiteindelijk biedt.

Nog te nemen hordes

Onder het Luxemburgse voorzitterschap werd midden december 2015 met de vertegenwoordigers van het Europees Parlement een voorlopig akkoord bereikt over de gemeenschappelijke regels voor de bescherming van bedrijfsgeheimen en vertrouwelijke informatie.

Op 12 april 2016 zou de ontwerprichtlijn in het Europees Parlement besproken en gestemd worden. Na bekendmaking van de richtlijn in het Publicatieblad hebben de lidstaten dan twee jaar de tijd om de nieuwe bepalingen om te zetten in hun nationaal recht.

Besluit

Het voorstel heeft zeker zijn merites, precies omdat het binnen Europa voor meer uniformiteit zal zorgen en dus een stimulans voor de kenniseconomie zal zijn. Anderzijds bevestigt het voorstel het belang van de nu reeds bestaande praktijken inzake vertrouwelijkheid.

Zo verdient het verder aanbeveling om vertrouwelijke informatie die gecommuniceerd wordt uitdrukkelijk als vertrouwelijk aan te merken. Diegene die de informatie in handen krijgt kan dan alvast niet beweren niet op de hoogte te zijn van de gevoeligheid van de informatie.

Verder maakt het voorstel de vertrouwelijkheidsovereenkomsten (de zogenaamde "NDA's") of- clausules niet overbodig, maar winnen zij zelfs nog aan belang. Vooreerst stellen ze de houder van het bedrijfsgeheim in staat om de wettelijke verplichtingen verder te modelleren of meer uit te diepen. Maar dat is niet alles. Het voorstel voorziet voor verschillende maatregelen dat bij de toepassing ervan het proportionaliteitsvereiste moet gerespecteerd worden. Dat betekent zoveel als dat de maatregel die de rechtbank oplegt, rekening houdend met de situatie, niet buitensporig mag zijn. Wanneer de houder van het bedrijfsgeheim kan aantonen dat hij zelf alle nodige maatregelen genomen heeft om het bedrijfsgeheim te beschermen, onder meer door zijn contractspartner een verbod op openbaring op te leggen, dan zal zijn vraag aan de rechtbank om verregaande maatregelen op te leggen in elk geval meer gelegitimeerd zijn dan wanneer hij zelf niet alle mogelijkheden heeft benut om zijn bedrijfsgeheim te beschermen.