15/05/2015

Naar een snellere en meer efficiënte rechtspleging

217_detail.jpg

Als het van Minister van Justitie Koen Geens afhangt, boeken we de komende jaren duidelijk vooruitgang in het streven naar een meer efficiënte en een kwaliteitsvolle justitie, een justitie die meer aansluiting neemt bij de realiteit van het dagelijkse leven in het bijzonder ook het handels- en ondernemingsleven, een justitie die vertragingsmanoeuvres inperkt en die sneller tot een uitkomst moet leiden, een justitie ook die nieuwe communicatiemiddelen niet meer schuwt en daarmee (eindelijk) de 19e eeuw verlaat om de 20e eeuw binnen te treden.

We zouden een volledig boek kunnen schrijven over het Justitieplan van Minister Geens -het is dan ook een werkstuk van maar liefst 135 pagina's-, maar beter dan hij het zelf heeft geschreven zouden we vermoedelijk toch niet kunnen, en het in eigen woorden herschrijven is uiteraard maar weinig zinvol. Wij geven u daarom graag de link mee naar het plan zelf dat van 18 maart 2015 dateert: http://justitie.belgium.be/nl/binaries/Plan%20justitie_18maart_NL_tcm265-264636.pdf.

Hoewel een groot deel van het plan betrekking heeft op de aanpak van criminaliteit en veiligheid, en daarbij aansluitend de strafprocedure, staan ons ook inzake de burgerlijke rechtspleging belangrijke wijzigingen te wachten. Een eerste stap daarin is het Voorontwerp van wet houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht dat op 8 mei 2015 aan de Ministerraad werd voorgesteld en gelijk ook door haar werd goedgekeurd. Doel van de hervorming: een kwaliteitsvolle doch tegelijk efficiënte en snelle(re) rechtspleging. Vanuit de idee dat rechtszekerheid een basisprincipe is van onze samenleving moeten burgers effectief ook sneller dan nu zekerheid kunnen kennen. De maatregelen die worden voorgesteld moeten dat bewerkstellingen.

Terwijl er vermoedelijk geen enkele advocaat, gerechtsdeurwaarder of andere actor van justitie is die op vandaag geen gebruik maakt van elektronische communicatie, is dat bij justitie zelf toch wel even anders. Abstractie gemaakt van enkele proefprojecten waarbij conclusies en dossiers elektronisch neergelegd kunnen worden, moet dat bij de meeste hoven en rechtbanken nog steeds in papieren vorm gebeuren. Met zijn Voorontwerp van wet wil Minister Geens vooreerst een algemene wettelijke basis creëren om elektronische communicatie tussen de verschillende actoren van justitie mogelijk te maken. Vervolgens zal geïnvesteerd worden in de ontwikkeling van een informaticasysteem (e-Box) dat de nodige garanties moet bieden inzake identificatie en authenticiteit, vertrouwelijkheid, datum, edm. Dat moet het mogelijk maken binnen afzienbare tijd van het elektronisch neerleggen van conclusies en procedurestukken een standaard praktijk te maken.

Om de rechtspleging zelf sneller te laten verlopen wordt voorgesteld om de optie om voor een kamer met drie rechters te kiezen ernstig te beperken, om "overbodige" tussenkomsten van het Openbaar Ministerie te vermijden, om hoger beroep tegen tussenvonnissen uit te sluiten, en om het inroepen van vormfouten die tot de nietigheid vaneen procedurehandeling kunnen leiden aan veel striktere voorwaarden te beperken.  In functie van de efficiënte van de rechtspleging, die logischerwijs uiteraard ook de snelheid ervan ten goede moet komen, zullen advocaten de taak krijgen hun argumenten "duidelijk" te formuleren. Op mistige stellingen en vaag geformuleerde argumenten zal een rechter niet meer moeten antwoorden. De idee is om ook de vorm waarin dat moet gebeuren verplicht op te leggen.

Belangrijk is ook dat waar thans een vonnis (eerste aanleg) in principe niet uitvoerbaar bij voorraad is en wanneer hoger beroep wordt aangetekend men dus in principe nog niet tot uitvoering is gehouden, dat in de toekomst vermoedelijk anders wordt. Om te vermijden dat hoger beroep als een vertragingsmanoeuvre wordt aangewend stelt Minister Geens om vonnissen in de regel wel meteen uitvoerbaar te verklaren, waarbij uiteraard wel (tenzij gemotiveerde afwijking) de mogelijkheid zal blijven bestaan om in afwachting van de uitkomst van een hoger beroep, eventuele betalingen niet meteen in handen van de tegenpartij te doen maar op een geblokkeerde rekening bij de Deposito- en Consignatiekas (kantonnement).

Met het oog op een snellere en meer efficiënte inning van niet-betwiste schulden (facturen) en om te vermijden dat een schuldenaar binnen het gerechtelijk apparaat nog langer de mogelijkheden vindt om zijn schuldeiser vele jaren te laten wachten op zijn of haar geld, voorziet het voorstel tot slot in een specifieke en éénvoudige procedure voor de inning van niet-betwiste schuldvordering (naar analogie van het Europees Betalingsbevel dat ondertussen al enkele jaren in voege is; Europese Verordening 1896/2006 van 12 december 2006). Gelet op het belang daarvan voor het dagelijkse handels- en ondernemingsleven wordt daar nader op ingegaan in een aparte nieuwsbrief