Vierdelige opleidingscyclus actualia vermogensrecht (opleiding 4)
11/12/2018, 17u30

De hervorming van de erfbelasting. Wijzigingen na de hervorming van het erfrecht en evaluatie op vlak van successieplanning. Een analyse.

Bart Verhelst, IT Provider Group

We zijn ten zeerste gecharmeerd over de professionele omkadering van Bright en in het bijzonder...

15/11/2016

Niet gehuwd? Let toch maar op! Over vergoedingsaanspraken tussen gewezen (wettelijk en feitelijk) samenwonende partners...

305_detail.png

Patrimonium 2016 is uit. De reeks Patrimonium biedt een jaarlijks overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen op het vlak van huwelijksvermogensrecht en is in het vakgebied dan ook een onmisbaar naslagwerk. Ik ben trots elk jaar daaraan te kunnen meewerken. Waar ik in de vorige edities telkens een overzicht gaf van de nieuwe wetgeving en wetsvoorstellen (zowel op civiel als op fiscaal vlak), besprak ik dit jaar de nieuwste tendensen op het vlak van samenwoningsvermogensrecht. En ook daar is er een opmerkelijke evolutie vast te stellen.

Het samenwoningsvermogensrecht regelt de rechtsverhoudingen tussen niet-gehuwde samenwoners. Vele koppels huwen de dag van vandaag niet meer. Ze wonen samen, wettelijk of feitelijk, zonder dat zij door het huwelijk met elkaar zijn verbonden (over de vraag waar nu het echte verschil zit tussen trouwen en wettelijk of feitelijk samenwonen, geef ik samen met collega Nele Schelstraete op 17 februari 2017 een ontbijtseminarie, voor meer informatie klik hier). Waar er voor wettelijke samenwoners nog een minimum aan juridische bescherming is, is dat niet het geval voor feitelijke samenwoners. Voor hen bestaat er geen afzonderlijk juridisch statuut met rechten en plichten. Zij kiezen voor een niet-geïnstitutionaliseerde samenlevingsvorm met alle vrijheid, risico's en gevolgen van dien.

In tegenstelling tot voor gehuwden, voorziet de wetgever niet in enige solidariteit tussen samenwonende partners. Zij leven onder een strikte scheiding van goederen. Wat van hen is, is en blijft van hen. Zij delen niet in de vermogensaangroei van de andere partner. Is er een merkelijk inkomstenverschil, of gaat een van de partners niet (fulltime) werken (bijv. omdat hij/zij thuis blijft voor de kinderen), dan is het dus opletten geblazen. Intussen investeren de partners wel in hun samenwoning, ieder op hun manier. De ene draagt financieel al sneller iets meer bij dan de andere, de andere besteedt dan weer meer aandacht aan de noden van het gezin. Zolang de relatie goed gaat, vormt dat allemaal geen probleem. Er wordt zelden ook iets van op papier gezet. Het spel zit echter vaak op de wagen als de relatie spaak loopt en het koppel uiteengaat. Dan wil diegene die financieel grotere inspanningen heeft geleverd (en die zich - naar zijn aanvoelen - benadeeld voelt), vaak een en ander financieel recupereren. Het wordt vooral een netelige kwestie als het over belangrijke(re) bedragen gaat, zoals wanneer een van de partners een merkelijk groter aandeel heeft geleverd in de afbetaling van een gezamenlijk krediet of als een van hen een financiële inbreng heeft gedaan ten voordele van een eigen goed van de andere partner (zoals het afbetalen van een eigen krediet, het financieren van veranderingswerken of van allerlei andere kosten die aan de eigen woning van de partner zijn verbonden).

Zijn de partners gehuwd, dan regelt de wetgever zelf hoe een en ander moet worden geregeld. Wie eigen vermogen investeert in het gemeenschappelijk vermogen, heeft bij de ontbinding van het huwelijk recht op een vergoeding van het gemeenschappelijk vermogen ten belope van het nominale bedrag van de verarming. De vergoedingsregeling geldt uiteraard ook in de omgekeerde richting. Heeft een echtgenoot geïnvesteerd in gemeenschappelijk onroerend goed (of vice versa) dan is men bovendien gerechtigd op de meerwaarde die het goed ingevolge de investering inmiddels heeft verworven. Voor samenwoners regelt de wetgever niets. In de praktijk wordt dan klassiek een beroep gedaan op de rechtsgrond ‘verrijking zonder oorzaak'. Er is sprake van verrijking zonder oorzaak indien in het vermogen van de ene (verarmde) partner een verschuiving intreedt ten voordele van het vermogen van de andere (de verrijkte) partner zonder dat daarvoor een juridische oorzaak kan worden aangewezen. Ex-samenwoners halen dat al snel aan om vergoedingsaanspraken tussen hen hard te maken.

We moeten echter vaststellen dat het hoe langer hoe moeilijker wordt om jegens de gewezen samenwonende partner een vergoeding op grond van verrijking zonder oorzaak in te stellen.

Zo oordeelde het Hof van Cassatie, ons hoogste rechtscollege, dat een vordering op grond van verrijking zonder oorzaak niet (meer) mogelijk is indien de samenwonende partner ten tijde van de investering niet de bedoeling had dat dit later nog zou worden gecorrigeerd. Dat is bijvoorbeeld het geval als de partner handelde uit vrijgevigheid of (mede) uit eigenbelang. In dat geval zal een vordering tot recuperatie van de geïnvesteerde gelden nog moeilijk slagen.

Aangenomen wordt verder dat, hoewel niet wettelijk geregeld, de solidariteitsgedachte ook tussen samenwoners centraal staat en er tussen hen een welbepaald bestedingspatroon tot stand komt waarbij zij ieder naar best vermogen en in verhouding tot hun financiële mogelijkheden bijdragen in de dagdagelijkse lasten van het samenleven. Als de investeringen die zij spontaan en vrijwillig tijdens het samenwonen hebben gedaan, welke die dan ook moge zijn, in verhouding staan tot hun respectieve financiële draagkracht, wordt het eveneens minder evident om na het beëindigen van de relatie alsnog een vordering in terugbetaling daartoe in te stellen. Zo oordeelde de rechtbank van eerste aanleg Gent, in een zaak waar een van de partners de gewezen gezinswoning, die hen ieder voor de helft in onverdeeldheid toebehoorde, zo goed als volledig zelf had gefinancierd, dat de investering niet in het ijle plaatsvond, maar kaderde in de relatie die partijen hadden. Het ging voor de rechtbank dan ook niet op om na de beëindiging van de relatie en het samenwonen plots al hetgeen men tevoren, ten behoeve van zijn partner en van zichzelf, als vanzelfsprekend en zonder omhaal heeft gegeven en/of gedaan, als onverschuldigd te gaan terugvorderen.

Ook de hoven van beroep van Gent en Antwerpen verwijzen naar de solidariteitsgedachte en houden voor dat het aangaan van een relatie of het stichten van een gezin, ook al opteert men bewust voor een niet wettelijke regeling of organisatie van de relatie of gezinskern, minstens en alleszins de morele plicht genereert om bij te dragen in de noden van het dagelijks leven die voortvloeien uit de samenleving. Uitgaven die vrijwillig zijn gedaan ten behoeve van het samenwonen gelden dan als de uitvoering van een natuurlijke verbintenis waaromtrent latere vergoedingsaanspraken uitgesloten zijn. De hoven van beroep zijn van oordeel dat samenwoners zelf kiezen op welke wijze zij de solidariteit binnen hun relatie organiseren en dat zij de lasten en dienovereenkomstige uitgaven ad hoc regelen, naar gelang van de concrete omstandigheden van hun samenleven, en dat door retroactief een deel van de uitgevoerde engagementen uit het veronderstelde geheel van gemaakte afspraken binnen het koppel te lichten, de consensus die tussen de samenlevers bestond ten tijde van het samenwonen zou dreigen te worden aangetast, wat moet worden vermeden. Enkel indien een van hen manifest méér heeft bijgedragen in de lasten van het samenleven dan wat op basis van voormeld solidariteitsgevoel van hem/haar verwacht werd en er dus een manifest onevenwicht voorligt, zou een vordering op grond van verrijking zonder oorzaak alsnog kunnen slagen. De rechtspraak evolueert bovendien in die zin dat men dan ook aanspraak kan maken op de meerwaarde die het goed ingevolge de investering heeft verworven.

Al schijnt het hof van beroep van Antwerpen een nog strengere houding aan te nemen. Het hof stelt immers dat men geen beroep kan doen op de verrijking zonder oorzaak ‘om de gevolgen van zijn eigen vergetelheid of nalatigheid te herstellen'. Het hof is van oordeel dat ieder van ons voogd is over zijn eigen belangen en dat men zelf maar de nodige voorzorgen moet nemen tijdens het samenwonen. Dat is streng want dat gebeurt zelden in de praktijk. Toch is het hof van oordeel dat indien men ervoor kiest om, ter gelegenheid van het samenleven of minstens, ter gelegenheid van bepaalde vermogenstransfers, geen regeling te voorzien op het vlak van terugbetaling van bepaalde investeringen of geldtransacties, men bezwaarlijk van de rechter kan verwachten om dit gegeven, dat ofwel wijst op een bewuste keuze ofwel op nalatigheid, nadien te remediëren. Opletten geblazen dus!

Moraal van het verhaal: samenwonende partners calculeren het risico dat met een louter buitenhuwelijks samenleven gepaard gaat (i.e. het gebrek aan vergoedingsaanspraken) best zelf goed in. Zij doen er goed aan om duidelijke afspraken te maken over hun wederzijdse financiële rechten en verplichtingen tijdens en na hun samenwonen. Doen zij dat niet maar wensen zij achteraf toch dat bepaalde investeringen (geheel of gedeeltelijk) worden rechtgezet, dan zouden zij wel eens van een kale reis kunnen terugkeren. Proactief handelen is de boodschap om latere discussies in de kiem te smoren. Ook dat is vermogensplanning, waar wij u uiteraard graag bij begeleiden. Een verwittigd samenwoner is er twee waard...