15/05/2013

Nietes, welles, nietes... wélles: gesplitste aankoop is wél fiscaal misbruik!

Een aantal weken terug mocht ik nog met blijdschap aankondigen dat de gesplitste aankoop niet langer was vermeld op de zgn. 'zwarte lijst' van de nieuwe circulaire met betrekking tot de antimisbruikbepaling.

Een blaak van opluchting, want de Administratie gaf blijkbaar gehoor aan de zeer scherpe kritiek die in de literatuur was gerezen en kwam zo ook tegemoet aan haar eigen administratieve beslissingen uit het verleden.

Mijn woorden waren nog niet koud, of de Administratie vaardigde alweer een nieuwe standpunt uit:

vanaf 1 september 2013 zullen gesplitste aankopen definitief geen fiscaal voordeel meer opleveren.

 

We zetten voor de goede orde nog even alles op een rijtje:

De 'techniek' van de gesplitste aankoop

Bij een gesplitste aankoop (voor de eenvoud gaan we uit van de hypothese van de aankoop van een onroerend goed door een ouder en zijn kind) koopt de ouder het vruchtgebruik van een onroerend goed aan en het kind de blote eigendom. Het goed behoort dan toe aan de ouder voor het vruchtgebruik en aan het kind voor de blote eigendom.

Bij het overlijden van de ouder (vruchtgebruiker) wast diens vruchtgebruik vervolgens aan bij de blote eigendom, die zich reeds bij het kind bevindt. Het kind bekomt op dat ogenblik dan de volle eigendom van het volledige onroerend goed.

Vermits op de aanwas van het vruchtgebruik bij de blote eigendom in de regel geen successierechten zijn verschuldigd, kon bovendien worden bekomen dat het kind het volledige onroerend goed verwierf zonder betaling van successierechten.

Fictiebepaling Wetboek Successierechten

Dit was evenwel een doorn in het oog van de wetgever.

De wetgever vermoedt immers dat in geval van een gespliste aankoop het kind (blote eigenaar) zijn deel in de aankoopprijs niet zelf betaalt, maar dat het de ouder (vruchtgebruiker) is die de gehele aankoopprijs financiert. Omdat men op die manier aldus een belangrijk (onroerend) vermogen belastingvrij aan het kind kon vermaken, heeft de wetgever ingegrepen.

Thans wordt in voorkomend geval en op grond van een specifieke fictiebepaling uit het Wetboek Successierechten het goed (fictief) geacht toch in volle eigendom toe te behoren aan de ouder (vruchtgebruiker) en bij zijn overlijden als legaat te zijn vermaakt aan het kind (blote eigenaar).

Gevolg daarvan is dat het kind vermoed wordt het onroerend goed van zijn overleden ouder als legaat te hebben ontvangen en alzo op de verkrijging van het goed alsnog wordt belast. 

Voorafgaandelijke schenking van de gelden

Het tegenbewijs kon evenwel worden geleverd. Concreet: indien het kind (blote eigenaar) kon aantonen dat hij de blote eigendom van het goed zelf met eigen gelden heeft gefinancierd, dan speelde de fictiebepaling niet en werd bij overlijden van de ouder (vruchtgebruiker) de verkrijging van het goed níet belast.

In de praktijk leidde dit er toe dat de ouder (toekomstige vruchtgebruiker) voorafgaand het geld voor de aankoop van de blote eigendom schonk aan het kind (toekomstige blote eigenaar) en het kind vervolgens met de hem geschonken gelden de blote eigendom van het goed aankocht.

Belangrijk was dat de Administratie een dergelijke voorafgaande schenking van de gelden aanvaardde als tegenbewijs. Het kind betaalde de blote eigendom van het goed dan immers met eigen middelen (te weten met gelden die hem voorafgaand werden geschonken en die hem ten tijde van de aankoop aldus eigen waren).

Circulaire van 19 juli 2012

Groot was de verbazing dan ook wanneer de gesplitste aankoop, wanneer die werd voorafgegaan door een schenking van de gelden, in de circulaire van 19 juli 2012 plots op de zgn. 'zwarte lijst' stond. 

De Administratie was blijkbaar van mening dat, indien er tussen de schenking van de gelden en de aankoop van het goed eenheid van opzet aanwezig was, e.e.a. fiscaal misbruik uitmaakte (wegens omzeiling van de doelstelling van de hierboven beschreven fictiebepaling).

Het standpunt van de Administratie botste echter op felle kritiek in de rechtsleer en was overigens ook in strijd met haar eigen administratieve beslissing uit het verleden.

Circulaire van 10 april 2013

Nog groter was de verbazing toen de gespliste aankoop in de nieuwe (gewijzigde) circulaire van 10 april 2013 dan toch níet langer voorkwam op de zwarte lijst (behoudens in geval van een gesplitste aankoop door gelieerde vennootschappen).

De Administratie zou de gespliste aankoop op dat ogenblik dus toch niet langer viseren. Deze wijziging werd alvast zeer positief onthaald.

(Verder werd in de circulaire van 10 april 2013 ook verduidelijkt dat testamentaire bepalingen geen fiscaal misbruik kunnen vormen en werd ook een nieuwe vorm van fiscaal misbruik aangegeven, zie voor meer details hier).

Administratieve beslissing van 19 april 2013

Allergrootst was de verbazing wanneer op 19 april 2013 een nieuwe administratieve beslissing werd uitgevaardigd.

Daarin werd aangegeven dat de voorafgaande schenking van de gelden door de verkrijger van het vruchtgebruik aan de toekomstige verkrijger van de blote eigendom (voor de toepassing van voormelde fictiebepaling) dan toch níet als tegenbewijs wordt aanvaard. De oude administratieve beslissingen komen hiermee te vervallen.

*

Komt zo eindelijk een einde aan de saga van de gespliste aankoop?

Op basis van de nieuwe administratieve beslissing zullen alle gesplitste aankopen vanaf 1 september 2013 onder de nieuwe regeling vallen, ook indien de schenking zou dateren van vóór 1 september 2013. De datum van de authentieke akte zou daarbij bepalend zijn.

Eenheid van opzet tussen de schenking van het geld en de aankoop van het goed blijft vereist. Indien de gelden geruime tijd voor de aankoop van het goed werden geschonken, zou zich in principe geen probleem stellen, zolang er geen verband kan worden vermoed tussen de schenking en de gesplitste aankoop.

Enkel de schenking door de toekomstige vruchtgebruiker wordt geviseerd. Een schenking door een derde is (vooralsnog) geen probleem.

Wat nieuw is, is dat ook een lening door de verkrijger van het vruchtgebruiker aan de verkrijger van de blote eigendom niet langer mogelijk blijkt te zijn. De oorsprong van de gelden waarmee de blote eigendom wordt aangekocht mag immers geen onmiddellijke link hebben met het vermogen van de vruchtgebruiker. 

De nieuwe beslissing is dus van toepassing voor aankopen vanaf 1 september 2013. Hoe gesplitste aankopen in de tussenperiode (tot 1 september 2013) fiscaal zullen worden bekeken, is koffiedik kijken. Verwacht zou nu wel mogen worden dat de fiscus deze aankopen niet zal viseren, al durft in deze niemand wellicht nog uitspraken te doen. 

Wordt nogmaals vervolgd...?