Vierdelige opleidingscyclus actualia vermogensrecht (opleiding 4)
11/12/2018, 17u30

De hervorming van de erfbelasting. Wijzigingen na de hervorming van het erfrecht en evaluatie op vlak van successieplanning. Een analyse.

Veronique Huysmans-Belaen, Tekna

We zijn ten zeerste gecharmeerd over de professionele omkadering van Bright en in het bijzonder...

04/07/2012

Nieuwe regels inzake vereffening van vennootschappen

Op 17/05/2012 traden een aantal nieuwe wettelijke bepalingen in voege m.b.t. de vereffening van vennootschappen. Deze nieuwe bepalingen werden ingevoerd ingevolge de Wet van 19 maart tot wijziging van het wetboek van vennootschappen wat de vereffeningsprocedure betreft en de Wet van 22 april 2012 tot wijziging van het gerechtelijk wetboek wat betreft de vereffeningsprocedure van vennootschappen. Hieronder treft u een overzicht aan van de wijzigingen inzake de vereffening van vennootschappen.

Homologatie of bevestiging

 

Vóór de wetswijziging bestond er discussie over wie het eenzijdig verzoekschrift tot aanstelling van een vereffenaar mocht tekenen. De nieuwe bepalingen scheppen hierin duidelijkheid: voortaan kan het verzoekschrift worden ondertekend door het bestuursorgaan van de vennootschap, een advocaat, een notaris of de vereffenaar zelf. Hetzelfde geldt overigens voor het plan voor verdeling.

Gronden tot weigering

 

De wet definieert een aantal gevallen waarin de rechtbank de benoeming van de vereffenaar kan weigeren. Dit was reeds zo onder de oude wet, doch de bestaande lijst werd uitgebreid. Zoals voorheen gaat de voorzitter van de rechtbank pas over tot de bevestiging van de benoeming nadat hij heeft nagegaan dat de vereffenaars alle waarborgen van rechtschapenheid bieden.

De wet voorziet thans uitdrukkelijk dat er in het benoemingsbesluit van de algemene vergadering een of meerdere "alternatieve kandidaat-vereffenaars" mogen worden aangeduid. Zo de voorzitter weigert over te gaan tot bevestiging van het mandaat van de eerste aangewezen vereffenaar, wijst hij één van deze alternatieve kandidaten aan als vereffenaar. Ook kan de voorzitter van de rechtbank nog steeds zelf een vereffenaar aanstellen, mocht er geen enkele van de kandidaat-vereffenaars in aanmerking komen.

 

Tijdstip van het in functie treden en de tussentijdse handelingen

 

In de oude wet stelde art. 184 uitdrukkelijk dat "de vereffenaar pas in functie [treedt] nadat de rechtbank van koophandel is overgegaan tot de bevestiging van [zijn] benoeming". Dit leidde tot discussie in de rechtsleer, nu er een soort juridisch vacuüm was tussen benoeming en homologatie. Dit systeem is gewijzigd in de nieuwe wet, en nieuw art. 148, §2 W. Venn. stelt thans: "De benoeming van de vereffenaars moet aan de voorzitter van de rechtbank ter bevestiging worden voorgelegd". Onder het nieuwe regime treedt de vereffenaar dus in functie op het ogenblik van de benoeming, en wordt deze benoeming slechts bevestigd.

 

Ingevolge deze nieuwe systematiek moeten handelingen gesteld tussen benoeming en bevestiging automatisch als ‘bevestigd' worden beschouwd, behoudens andersluidend oordeel. De nieuwe wet bepaalt immers wel een uitzondering op deze automatische rechtsgeldigheid: "De voorzitter van de rechtbank oordeelt tevens over de handelingen die de vereffenaar eventueel gesteld heeft [...]. Hij kan die handelingen nietig verklaren indien ze kennelijk in strijd zijn met de rechten van derden." Mede gezien deze bepaling blijft het dan ook nog steeds aangeraden om als vereffenaar de sinds de benoeming ondernomen handelingen in het verzoekschrift op te lijsten, teneinde deze ter kennis te brengen aan de voorzitter van de rechtbank.

Één akte

De wet voorziet thans uitdrukkelijk dat de ontbinding en vereffening van een vennootschap in één en dezelfde akte kan worden geregeld. Daarvoor dient wel aan drie voorwaarden te zijn voldaan:
  1. er geen vereffenaar is aangeduid;
  2. er geen passiva zijn en 
  3. alle aandeelhouders of vennoten unaniem akkoord gaan (nieuw artikel 184, § 5 W.Venn.).

 

De vereffenaar moet dus niet langer een staat van de toestand van de vereffening overmaken aan de rechtbank van koophandel, indien de ontbinding en vereffening in één akte gebeurt. Het is ook niet meer vereist dat het plan voor de verdeling van de activa onder de verschillende schuldeisers voor akkoord aan de rechtbank wordt voorgelegd.

Vereffeningsstaten

Tot slot werd een verduidelijking in de wet ingevoerd omtrent de termijnen van neerlegging van de vereffeningsstaten. Art. 198bis W. Venn. bepaalt thans: "De vereffenaars zenden in de zevende en de dertiende maand na de invereffeningstelling een omstandige staat van de toestand van de vereffening, opgesteld aan het einde van de zesde en twaalfde maand van het eerste vereffeningsjaar, over aan de griffie van de rechtbank van koophandel van het arrondissement waarin de vennootschap haar zetel heeft". Niettegenstaande dit misschien niet met zoveel woorden in de nieuwe tekst staat te lezen, lijkt de ratio legis van de wijziging dat de eerste twee staten moeten slaan op het eerste volledige semester respectievelijk eerste volledige jaar van de vereffening.
Tot slot werd het afzonderlijke vereffeningsdossier afgeschaft. De akten en documenten inzake de vereffening worden thans gevoegd in het vennootschapsdossier.