03/10/2012

Nieuwe telecomwet: kosteloze beëindiging ook voor (bepaalde) professionele telecomabonnee's

102_detail.jpg
U zal het ongetwijfeld reeds hebben vernomen in de audiovisuele en geschreven pers: per 01/10/2012 zijn er een aantal nieuwe beschermingsmaatregelen uit de zogenaamde Belgische Telecomwet (juridisch juister: Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie) in voege getreden. Voor het zomerreces keurde het Parlement, met de Wet van 10 juli 2012 houdende diverse bepalingen inzake elektronische communicatie immers een aantal nieuwe artikelen en wijzigingen aan de Telecomwet goed.

De wijzigingen zijn divers van aard: bepalingen inzake toegang tot nooddiensten, inzake een verstrengde informatieplicht aan eindgebruikers, inzake voorrang van toegang, enz. Doch voor de abonnee is de meest in het oog springende en interessante bepaling de nieuwe beëindigingsmogelijkheden die de Telecomwet biedt.

Sinds 01/10/2012 bepaalt art. 111/3 Telecomwet dat de abonnee zonder opgaaf van redenen zijn telecomcontract kan beëindigen op welk ogenblik ook, zelfs onmiddellijk. Indien de abonnee gebruik maakt van dit recht, dan kan de operator geen schadevergoeding vorderen voor:

  • de beëindiging van een contract van onbepaalde duur of voor 
  • de vroegtijdige beëindiging van een contract van bepaalde duur dat door de abonnee meer dan zes maanden werd uitgevoerd.
Dit betekent dat een operator enkel recht heeft op een schadevergoeding in geval van vervroegde beëindiging binnen de eerste zes maanden van de looptijd van het contract. En dan nog mag de gevorderde schadevergoeding niet hoger zijn dan:

  • het abonnementsgeld dat nog verschuldigd zou zijn tot aan de afloop van de zesde maand volgend op de inwerkingtreding van het contract indien dat contract niet vroegtijdig beëindigd was;
  • indien de abonnee bij het sluiten van het telecomcontract ook een telefoontoestel of smartphone heeft gekregen of gekocht aan verminderd tarief, de restwaarde van dit toestel. Deze restwaarde betreft de lineair afgeschreven waarde over de duru van het contract, met een maximum van 24 maanden. De afschrijvingstabel hiervan moet  op het ogenblik van het sluiten van het contract worden meegedeeld aan de abonnee.

Deze regel is van dwingend recht, zodat men er contractueel niet kan van afwijken. De Telecomwet bepaalt uitdrukkelijk dat elk beding, of combinatie van bedingen, die als gevolg hebben dat er voor de abonnee strengere bepalingen zouden gelden of die de abonnee zouden ontmoedigen om naar een andere operator over te stappen, nietig zijn.

In tegenstelling tot diverse andere wetgeving (bijv. Wet Marktpraktijken en Consumentenbescherming) vereist de Telecomwet voor de toepassing van deze nieuwe bescherming niet dat de abonnee een 'consument' is (= "zuiver gebruik voor niet-beroepsmatige doeleinden"). De Telecomwet omschrijft de term 'abonnee' immers als "een natuurlijke of rechtspersoon die gebruik maakt van een elektronische-communicatiedienst ingevolge een met een operator gesloten contract". Voormeld art. 111/3 Telecom is bijgevolg ook van toepassing in de relatie tussen de telecomoperator en professionelen, zowel via een éénmanszaak als via een vennootschap.

Doch één belangrijke beperking hierbij: voormelde regels inzake de (on)mogelijkheid om een schadevergoeding te vorderen gelden enkel voor abonnee's die "over niet meer dan vijf oproepnummers, met uitzondering van de nummers voor de M2M-diensten". M.i. dient deze bepaling zo gelezen te worden - door het gebruik van de termen 'oproepnummers' en de uitsluiting van M2M-diensten - dat een professionele abonnee die over meer dat vijf 'openbare', extern oproepbare nummers beschikt, niet langer van de bescherming van art. 111/3 kan genieten.

Dus ook bij de beslissing omtrent de telefoonnummers waarop u bereikbaar bent: less is more