23/04/2010

Nieuwe wet marktpraktijken en consumentenbescherming gepubliceerd

Op 12/04/2010 verscheen in het Belgisch Staatsblad de nieuwe Wet van 6 april 2010 betreffende marktpraktijken en consumentenbescherming (‘WMPC’). Deze wet, die op 12/05/2010 in werking zal treden, vervangt de inmiddels meermaals gewijzigde van 1991 daterende Wet betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (‘WHPC’).

 

Tom Devolder en Benoit De Wilde namen voor u deze wet door, en lichten u kort de belangrijkste wijzigingen toe.

Taalgebruik bij etikettering, gebruiksaanwij-zingen en garantiebewijzen (art. 10 -12 WMPC)

Volgens art. 13 van de WHPC dienden alle vermeldingen die het voorwerp waren van een etikettering en die dwingend voorgeschreven waren, de gebruiksaanwijzingen en de garantiebewijzen minstens te zijn opgesteld in de taal of de talen van het taalgebied waar de producten of de diensten op de markt worden gebracht. Onder de nieuwe wetgeving geldt een versoepeling: deze documenten dienen minstens te worden opgesteld in een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal, gelet op het taalgebied waar de goederen of diensten aan de consument worden aangeboden. Bijgevolg kan een onderneming op haar etiketten, gebruiksaanwijzingen of garantiebewijzen thans ook bijvoorbeeld pictogrammen, afbeeldingen of in de omgangstaal frequent gebruikte anderstalige woorden opnemen.

Promoties inzake prijzen en aankondiging van prijsvermindering (art. 20 - 23 WMPC)

Onder het regime van de WHPC waren promoties inzake prijzen slechts toegelaten indien men daarbij prijzen hanteerde die in het verleden reeds eerder werden toegepast, naar bij wet gereglementeerde kleinhandelsprijzen of naar prijzen van concurrenten. Deze verplichting vervalt onder de nieuwe wet. Onder de WMPC geldt met betrekking tot promoties inzake prijzen het algemeen principe dat de aankondiging niet misleidend mag zijn.

Wel blijven er specifieke regels gelden voor prijsverminderingen, uitverkopen en solden. Zo mag onder de WMPC een prijsvermindering voortaan op gelijk welke manier worden meegedeeld, zolang deze mededeling niet misleidend is.De verplichting om een prijsvermindering op een welomschreven wijze te doen, zoals onder de WHPC het geval was, komt dus te vervallen. Evenmin dient onder de gelding van de nieuwe wet de verkoper gedurende de maand voorafgaand aan de aankondiging van een prijsvermindering onafgebroken eenzelfde hogere prijs aan te houden. Indien in de voorbije maand verschillende prijzen werden toegepast, vormt dit onder de WMPC niet langer een belemmering om tot een aankondiging van prijsvermindering over te gaan.

Solden en sperperiode (art. 27 - 32 WMPC)

De regelgeving inzake solden wordt ingrijpend gewijzigd. Zo is het niet langer verplicht om de soldenverkoop te laten plaatsvinden in de lokalen waar de producten voorheen te koop werden aangeboden. Dit maakt het dus mogelijk om solden ook via internet te organiseren of de producten naar wens te verplaatsen tussen de verschillende vestigingen van de onderneming. Bovendien worden de solden niet langer gekoppeld aan de voorwaarden van "versnelde afzet" of "seizoensopruiming". Kortom, soldenverkoop is thans mogelijk voor alle goederen.

Onder de oude wet was het niet mogelijk om goederen in de solden aan te bieden indien deze goederen niet in de maand voorafgaand aan de soldenperiode te koop werden aangeboden. Dit verbod wordt afgeschaft maar de gesoldeerde producten moeten wel in het verleden minstens dertig dagen te koop zijn aangeboden. Ook het verbod van de opeenvolgende aankondigingen van prijsverminderingen tijdens de soldenperiode komt te vervallen.

De sperperiode blijft behouden maar wordt wel gevoelig ingekort, en beperkt tot kleding, schoenen en lederwaren. Wel kan het toepassingsgebied van de sperperiode bij koninklijk besluit worden uitgebreid. Enkel voor deze producten is het dus verboden om een prijsvermindering aan te kondigen van 6 december tot en met 2 januari, en van 6 juni tot eind juni.

Kortingstitels (art. 33 - 36 WMPC)

De nieuwe wet gaat uit van een eenvoudige opsplitsing tussen enerzijds waardebonnen die een onmiddellijke korting aan de kassa met zich meebrengen, en anderzijds kortingstitels die door de consument worden opgestuurd en recht geven op een terugbetaling van de prijs. Voor beide soorten worden een aantal dwingende vermeldingen opgelegd, zoals de uitgever, het bedrag van de korting of de terugbetaling, de geldigheidsduur... De bonnen die recht geven op een terugbetaling moeten wel niet langer worden ingeschreven bij de FOD Economie.

Verbod van opt-out opties bij verkoop via internet (art. 44 WMPC)

Een bijzonder eigentijds artikel in de WMPC betreft het art. 44, dat aan ondernemingen verbiedt om bij het sluiten van een overeenkomst op het Internet gebruik te maken van de mogelijkheid van default-opties die de consument moet afwijzen om betaling voor één of meer bijkomende producten te vermijden.

Overeenkomsten op afstand (art. 45 - 48 WMPC)

Het art. 80, §1 WHPC verplichtte voor elke op afstand gesloten overeenkomst een verzakingsbeding ten gunste van de consument. De minimumtermijn van dit verzakingsbeding bedroeg minstens 7 dagen. Vóór het verstrijken van de bedongen verzakingstermijn kon de verkoper bovendien geen voorschot of betaling eisen. In de praktijk, en zeker met de komst van het internet, bleef deze laatste bepaling in de praktijk echter veelal dode letter.

Onder de WMPC bedraagt deze verzakingstermijn thans 14 dagen, wat in overeenstemming is met de Europese richtlijnen terzake. Het verbod om tijdens de verzakingsbeding enige betaling te eisen werd dan weer geschrapt uit de nieuwe wet.

Tenslotte werd het systeem van de automatische ontbinding van de verkoop op afstand bij een laattijdige of uitblijvende levering, zoals dit gold onder art. 81 WHPC, geschrapt uit de wet. Thans bepaalt art. 48, §1 WMPC dat de consument in dat geval middels een eenvoudige kennisgeving de overeenkomst op afstand kan ontbinden.

Openbare verkoop (art. 65 - 70 WMPC)

De bepalingen van de openbare verkoop blijven nagenoeg ongewijzigd. De nieuwe wet preciseert enkel dat de openbare verkoop door middel van "een techniek voor communicatie op afstand" (i.e. internet) niet onder het toepassingsgebied van de wet valt. Openbare verkoop op internet kan eventueel wel verder worden gereglementeerd bij koninklijk besluit.

Gezamenlijk aanbod (art. 71 - 72 WMPC)

Het oude art. 54 WHPC verbood elk gezamenlijk aanbod aan een consument. Dit verbod wordt (eindelijk) geschrapt. België werd immers recentelijk op de vingers getikt door het Europees Hof van Justitie dat oordeelde dat het verbod in strijd is met de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken. Artikel 71 WMPC bepaalt thans dat het gezamenlijk aanbod aan de consument is toegelaten voor zover het geen oneerlijke handelspraktijk uitmaakt. Een gezamenlijk aanbod mag met andere woorden niet misleidend zijn en geen verkoop met verlies uitmaken.

Het gezamenlijk aanbod dat strijdig is met de eerlijke handelsgebruiken, misleidend is of een verkoop met verlies uitmaakt blijft evenwel verboden. Evenmin is een gezamenlijk aanbod waarvan minstens één bestanddeel een financiële dienst uitmaakt toegelaten, alhoewel de wet op dit verbod opnieuw een aantal  nuttige uitzonderingen bepaalt.

Verkoop met verlies (art. 101 - 102 WMPC)

Het verbod op verkoop met verlies blijft grotendeels behouden. Een verkoop met verlies is elke verkoop onder de aankoop- of herbevoorradingsprijs. Het verbod op verkoop met een uiterst beperkte winstmarge wordt wel geschrapt uit de nieuwe wet. Ook de uitzonderingen op het principiële verbod worden uitgebreid: het verbod geldt bijvoorbeeld niet meer wanneer de onderneming niet langer redelijkerwijze kan verkopen met een winstmarge ten gevolge van externe omstandigheden. Bij een gezamenlijk aanbod van al dan niet identieke goederen verduidelijkt de wet dat er pas sprake is van een verkoop met verlies, indien het geheel van het aanbod een verkoop met verlies betreft.

Het verbod geldt niet voor de verkoop van diensten en evenmin voor de verkopen door producenten.

Stakingsvordering (art. 110 - 118 WMPC)

Reeds onder de WHPC kon door middel van een stakingsvordering een versnelde procedure ten gronde aanhangig worden gemaakt bij de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel - een zogenaamde procedure 'zoals in kort geding' - met als voorwerp het bekomen van een spoedige staking van inbreuken op de WMPC.

De procedure zoals in kort geding wordt op een aantal punten vernieuwd. Zo wordt de mogelijkheid om de zaak in te leiden bij verzoekschrift afgeschaft. Ook wordt een bevolen publicatiemaatregel voortaan gekoppeld aan een bedrag dat wordt verbeurd in het geval de publicatiemaatregel bij voorraad werd uitgevoerd maar hervormd wordt in hoger beroep. Tot slot bepaalt de nieuwe wet dat de stakingsvordering moet worden ingesteld binnen het jaar nadat de feiten waarop men zich beroept een einde hebben genomen. 

Memo: Mr. Benoit De Wilde droeg bij aan dit blogbericht.