13/11/2013

Online inbreuken op auteurswerken: het Hof van Justitie bevestigt zijn rechtspraak

Op 3 oktober 2013 heeft het Hof van Justitie zich uitgesproken in de zaak Pinckney/ Mediatech over de rechterlijke bevoegdheid inzake auteursrechtinbreuken in een online-context. Het Hof bevestigde dat inbreuken op auteursrechten op het internet  ook beslecht kunnen worden door de rechterlijke instanties van de lidstaat waar de auteursrechthebbende zijn woonplaats heeft, mits de website toegankelijk is in die lidstaat en de auteursrechthebbende daar tevens bescherming van zijn werk geniet.

De feiten die ten grondslag liggen aan bovenvermeld arrest zijn de volgende. De heer P. Pinckney is een Franse auteur, componist en vertolker van twaalf liedjes van de groep Aubray Small. Tot zijn grote verstomming ontdekt hij dat op verscheidene websites, die hij vanuit Frankrijk kan bezoeken, CD's met zijn twaalf liedjes worden verkocht. Meer concreet heeft Mediatech, een Oostenrijkse onderneming, de liedjes gereproduceerd had op CD' s, die vervolgens online te koop worden aangeboden door twee Britse ondernemingen.

Daarom dagvaardt de heer P. Pinckney Mediatech voor de Franse Tribunal de Grande Instance de Toulouse. Mediatech echter is de mening toegedaan dat de Franse Rechtbank niet bevoegd is. De problematiek omtrent rechterlijk bevoegdheid over grensoverschrijdende geschillen wordt geregeld door de zogenaamde Brussel I-Verordening. Als algemene regel geldt dat de rechterlijke instanties van de woonplaats van de verwerende partij bevoegd zijn - in casu dus Oostenrijk (artikel 2).

In een aantal door de wet omschreven gevallen, kan van deze algemene regel worden afgeweken. Zo is ten aanzien van verbintenissen uit onrechtmatige daad eveneens de rechter bevoegd van de lidstaat waar het schadeverwekkend feit zich heeft voorgedaan of kan voordoen (artikel 5.3). Inbreuken op intellectuele rechten worden gekwalificeerd als onrechtmatige daden en zodoende is artikel 5.3 hierop van toepassing.

Ter discussie stond de juridische interpretatie van "de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen". Volgens Mediatech zou de zaak niet voor de Franse rechter kunnen worden gebracht daar de plaats waar de fout is begaan niet Frankrijk is, maar het Verenigd Koninkrijk. De heer Pinckney daarentegen is van mening dat de zaak voor de Franse rechter kan worden gebracht omdat de CD' s te koop zijn op websites die toegankelijk zijn voor het Franse publiek.

Reeds eerder had het Hof uitspraak gedaan omtrent de interpretatie van artikel 5.3 van de Brussel I- Verordening in een online-kader. Het gaat hierbij om het Shevill- en het eDate-arrest omtrent persoonlijkheidsrechten, alsook het Wintersteiger-arrest omtrent merkenrechten.

In de zaak Pinckney/Mediatech is het de eerste maal dat het Hof zich diende uit te spreken omtrent inbreuken op auteursrechten in een internetcontext. De Franse rechtbank stelde over de interpretatie van "de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan of zich kan voordoen" een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie. 

Het Hof heeft op deze vraag geantwoord dat art. 5.3 Brussel I-Verordening zo moet worden uitgelegd dat wanneer een inbreuk wordt aangevoerd op het auteursrecht dat beschermd wordt in de lidstaat van de aangezochte rechter, deze bevoegd is kennis te nemen van een door de auteur van een werk ingeleide aansprakelijkheidsvordering tegen een in een andere lidstaat gevestigde onderneming die daar dat werk heeft gekopieerd

Vervolgens stelt het Hof vast dat de rechterlijke instantie van een lidstaat bevoegd is voor inbreuken op auteursrechten in een internetcontext indien aan twee voorwaarden voldaan is:

  1. ten eerste is vereist dat de eisende partij auteursrechtelijke bescherming geniet in die lidstaat en 
  2. ten tweede moet de website die inbreukmakende producten te koop aanbiedt, daar toegankelijk zijn. 

Wel is er één niet-onbelangrijke beperking: de rechterlijke instantie die op basis van art. 5.3 bevoegd is, kan evenwel enkel uitspraak doen over de schade die werd veroorzaakt op het grondgebied van zijn lidstaat.

In casu was de Franse rechtbank dus bevoegd om kennis te nemen van de vordering van Pinckney daar de website waarop de inbreuken werden vastgesteld ook toegankelijk was in Frankrijk. Zij kon evenwel alleen maar oordelen over de schade veroorzaakt op het Franse grondgebied. 

De bevestiging van deze bevoegdheid is niet zonder belang voor Belgische auteurs die het slachtoffer zijn van inbreuken op hun auteurswerken via internet, door buitenlandse, Europese ondernemingen. De mogelijkheid om daarvoor in België te proceduren maakt het voor deze auteurs een pak kostenefficiënter om te procederen, niettegenstaande uitsluitend de in België geleden schade kan worden verhaald. Anderzijds verhoogt deze rechtspraak het risico voor inbreukpleger, of deze nu te goeder trouw zijn of niet: als u pakweg een Grieks auteurswerk reproduceert zonder toestemming van de auteur, bestaat thans het risico dat u het mag gaan uitleggen voor de Griekse rechtbanken.