01/04/2015

Oud artikel 4,3° Vl.W.Succ. tot tweemaal toe verstrengd

Oud artikel 4,3° van het Vlaams Wetboek der Successierechten onderwierp ‘schenkingen onder de levenden van roerende goederen die de overledene heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker', aan het successierecht.

Om de progressieve tarieven in de successierechten te vermijden en te genieten van de vlakke tarieven in de schenkingsrechten was het dus geen optie om tijdens het leven reeds te schenken maar daarbij te stipuleren dat de schenking slechts uitwerking zou krijgen indien de schenker kwam te (voor)overlijden.

Omdat fiscale bepalingen nu eenmaal strikt moeten worden geïnterpreteerd en in het civiele recht een voorwaarde (i.e. een toekomstige, doch onzekere gebeurtenis) strikt moet worden onderscheiden van een termijn (i.e. een toekomstige, doch zekere gebeurtenis) werd in de literatuur verdedigd en aangenomen dat een schenking die plaatsvond niet onder een opschortende voorwaarde, maar wel onder een opschortende termijn, dus niet onder de toepassing van (oud) artikel 4,3° Vl.W.Succ. viel.

Omdat iedereen met zekerheid vroeg of laat komt te overlijden en het overlijden op zich dus een toekomstige en zekere gebeurtenis uitmaakt (terwijl daarentegen het voor-overlijden van de schenker wel een toekomstige en onzekere gebeurtenis uitmaakt), werd bijgevolg verdedigd dat schenkingen die door de schenker werden gedaan niet onder de opschortende voorwaarde van diens vooroverlijden, maar wel onder de opschortende termijn van diens overlijden, van het successierecht waren vrijgesteld.

Nadat de fiscale administratie zich tegen deze praktijk reeds had verzet, is nu ook de Vlaamse decreetgever hierin gevolgd. Voortaan worden alle schenkingen van roerende goederen die de erflater tijdens zijn leven heeft gedaan hetzij onder de opschortende voorwaarde hetzij onder de opschortende termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker, met het oog op de heffing van het successierecht als legaten beschouwd. Beide vormingen van schenkingen worden voortaan dus niet onderworpen aan de schenkbelasting, maar wel aan het successierecht (nieuw art. 2.7.1.0.3. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit).

Daarnaast werd in het verleden ook aangenomen (en door de fiscale administratie ook aanvaard) dat (oud) artikel 4,3° Vl.W.Succ. slechts van toepassing was op schenkingen die verplicht registreerbaar waren (schenking voor Belgische notaris) of op schenkingen die spontaan ter registratie werden aangeboden. M.a.w., schenkingen voor buitenlandse (Nederlandse) notaris werden niet onderworpen aan de toepassing van (oud) artikel 4,3° Vl.W.Succ. en ontsnapten dus aan de heffing van het progressieve successierecht.

Ook hieraan komt nu een einde. Het standpunt van de federale Administratie dat stelde dat (oud) artikel 4,3° Vl.W.Succ. niet van toepassing was indien de schenking niet werd geregistreerd of niet verplicht registreerbaar was in België, wordt door Vlabel niet langer weerhouden. Dit betekent dat voortaan ook schenkingen van roerende goederen voor een buitenlandse notaris door de fictiebepaling van (nieuw) artikel 2.7.1.0.3 Vlaamse Codex Fiscaliteit worden gevat.

Het nieuwe standpunt van Vlabel geldt vanaf 1 januari 2015.