11/02/2013

Over parasols en paraplu’s: wanneer het IE-rechten regent…

Een recent gepubliceerd arrest van het Hof van Beroep te Brussel vormt een mooie illustratie over welk type IE-recht (= intellectueel eigendomsrecht) voor welk soort creatie kan worden gebruikt, reden meteen voor deze blogbijdrage.

De discussie die voor het Hof werd gevoerd betrof een geschil tussen de auteurs/ontwerpers/uitvinders - termen zijn niet willekeurig gekozen - van de 'Umbellae' - hieronder links - en de auteurs/ontwerpers/uitvinders van de Senz-paraplu (ook wel de 'Mexx-paraplu' genoemd, naar de winkelketen die de primeur had om de paraplu te verdelen) - hieronder rechts. Omdat een beeld meer zegt dan 1000 woorden treft u hieronder een afbeelding van beide gebruiksvoorwerpen:

    

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij het aanschouwen van de afbeeldingen hierboven zal u het wellicht raden: de auteurs/ontwerpers/uitvinders van de parasol (links) waren van oordeel dat de paraplu (rechts) een namaak betrof van hun creatie/model/uitvinding.

De makers van de Umbellae parasol hadden in casu de nodige voorzorgen genomen m.b.t. de eventuele IE-rechten op de parasol: zij lieten de vormgeving zowel registreren als Europees model bij het Europees Bureau voor de Harmonisatie van de Interne Markt (kortweg OHIM, zie site) én vroegen een Belgisch octrooi aan (via FOD Economie; zie register van Belgische uitvindingsoctrooien, site).

De makers van de Umbellae parasol baseerden hun vordering inzake namaak bijgevolg op

  • hun auteursrechten op de parasol in kwestie;
  • hun modelrechten ingevolge hun Europees model;
  • hun octrooirechten ingevolge hun Belgisch uitvindingsoctrooi.
Uiteindelijk besliste het Hof dat de Umbellae weliswaar als origineel te kwalificeren valt, en dus bescherming onder het auteursrecht geniet, maar dat de verschillen tussen beide modellen (vorm, baleinen, contouren, naden, stand t.o.v. de stang, enz.) van die aard zijn dat de Senz-paraplu niet als een namaak te beschouwen is. Over de octrooi- en modellenrechten werd door het hof van Beroep te Brussel geen uitspraak gedaan: in een afzonderlijke procedure voor de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen werd het octrooi van eisende partij reeds nietig verklaard. Wellicht - ik heb geen kennis van de uitspraak - omdat de parasol geen uitvinding betrof. Daarnaast verzond de eerste rechter de discussie omtrent het Europees modellenrecht naar de Rechtbank van Koophandel te Brussel (die als enige in België bevoegd is om geschillen inzake Europese merken en modellen te beslechten).

Deze discussie is interessant, omdat ze aantoont welke de beschermingsaffiniteit is van de diverse ingeroepen IE-rechten. Hieronder een overzicht:

  • een octrooi (ook wel doorgaans maar verkeerdelijk 'patent' genoemd) beschermt een uitvinding. Er is sprake van een uitvinding wanneer men een voorwerp creëert dat:
    • nieuw is; dit wil zeggen dat de uitvinding op het ogenblik van het aanvragen van een octrooi nog niet publiek bekend mag zijn, en nog geen deel mag uitmaken van de zogenaamde 'stand van de techniek'. Iets wat m.a.w. al bestaat kan dus geen 2de keer worden uitgevonden. Vandaar het belang van een uitvinding eerst te octrooieren, en dan pas tentoon te stellen, te commercialiseren, enz.;
    • van uitvindingswerkzaamheid getuigt; een loutere 'ontdekking' wordt niet beschermd (bijv. ontdekkingen, natuurwetenschappelijke theorieën of wiskundige methoden, enz.). Een creatie getuigt van inventiviteit of uitvinderswerkzaamheid wanneer ze voor een deskundige niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek. De beoordeling gebeurt geval per geval. Genialiteit of complexiteit is dus niet vereist.
  • een model (3D) en tekening (2D) beschermen de vormgeving van een product. Opdat een creatie als model kan worden beschermd, dient het:
    • nieuw te zijn; dit impliceert dat er geen identieke (of quasi identieke) tekeningen of modellen voor het publiek beschikbaar zijn gesteld voor de datum van de aanvraag van het model of de tekening;
    • een eigen karakter te hebben; het model of de tekening dient een algemene indruk ('déjà vu') te wekken die het uniek maakt, en die voor een normaal, geïnformeerd gebruiker verschilt van reeds bestaande producten. Deze laatste vormen het zogenaamde 'vormgevingserfgoed'. Het model zal dus op aanzienlijk aantal detailpunten moeten verschillen van gelijkaardige voorwerpen;
  • het auteursrecht beschermt zogenaamde creaties van de geest: werken van letterkunde, grafische werken, beeldhouwwerken, muziek, maar ook fotografie, layout (van magazines, websites, enz), vormgeving, spelformats, films(scenario's), computerspelletjes enz.. Ook computerprogramma's, dit samen met de Belgische softwarewet. Opdat een creatie in aanmerking komt om onder het auteursrecht beschermd te worden, moet het werk:
    • origineel zijn; een werk is origineel wanneer het getuigt van "de persoonlijkheid van de auteur". Het werk draagt bijvoorbeeld de persoonlijke stempel van de auteur wanneer bij de creatie van het werk creatieve keuzes worden gemaakt tussen verschillende mogelijkheden en de creatie niet slechts is bepaald door technische voorschriften. Voorbeeld: een foto zal auteursrechtelijk beschermd zijn wanneer de auteur bepaalde keuze heeft gemaakt inzake omkadering, belichting, positionering, enz.. Een - met alle respect - banaal vakantiekiekje zal wellicht geen auteursrecht genieten. In de praktijk gebeurt de toetsing van de originaliteit geval per geval en betreft dit evident een feitelijke beoordeling. Zo werd in Nederland bijvoorbeeld in het verleden reeds geoordeeld dat de Russische jeugdroman Tanja Grotter iets de veel lijkt op de zijn Britse evenknie...
    • concreet vormgegeven zijn; zuivere ideeën, concepten of principes worden nooit beschermd. Enkel een werk dat concreet vormgegeven is valt onder het auteurswerk. Dit hoeft niet de uiteindelijke vormgeving te zijn: een in tekst uitgeschreven filmscenario wordt evengoed beschermd als het audiovisuele eindresultaat. De voorwaarde bestaat er enkel uit dat het werk vormelijk is uitgedrukt. De idee om een computer te maken die plat is en d.m.v. een aanraakscherm kan worden bediend is niet beschermd; een concreet vormgegeven iPad daarentegen wel (indien de vormgeving als voldoende origineel kan worden beschouwd).
Niet onbelangrijk bij dit alles is dat een uitvinder/ontwerper slechts een octrooi dan wel model kan bekomen indien hij dit aanvraagt bij de bevoegde instanties. Er is voor octrooien en modellen immers een depot- of registratieplicht. Geen registratie betekent geen recht... Auteursrechten daarentegen ontstaan automatisch: van zodra een werk gecreëerd is komen er auteursrechten aan de auteur ervan. De auteur dient daar niets voor te doen, doch hij houdt met het oog op het bewijs van zijn auteurswerk (en de datum van creatie) best wel de nodige stukken en documenten m.b.t. de totstandkoming secuur bij (bijhouden computerbestanden, e-mails, eventueel i-depot, enz.).

U doet er dan ook als auteur/ontwerper/uitvinder steeds goed aan om nà de creatie van een model of uitvinding en vóór de commercialisering ervan, de nodige voorzorgen te nemen om uw model of uitvinding te deponeren.