15/11/2016

Overwinning voor de e-commerce: Duitse prijsbinding ongeldig verklaard

306_detail.jpg

Onlangs heeft het Hof van Justitie de Duitse wet die bepaalt dat apotheken receptplichtige geneesmiddelen voor menselijk gebruik aan een vaste prijs moeten verkopen, ongeldig verklaard. De wettelijke regeling waarbij uniforme prijzen voor deze geneesmiddelen worden vastgelegd geldt in Duitsland ook voor geneesmiddelen die een apotheek gevestigd in een andere Europese lidstaat via postorderverkoop aan eindverbruikers in Duitsland aflevert. Precies die regeling heeft het Hof van Justie strijdig verklaard met het vrij verkeer van goederen.

Een Duitse patiëntenvereniging had ten voordele van haar leden met een Nederlandse postorderapotheek een bonussysteem afgesproken voor bepaalde geneesmiddelen die enkel op voorschrift in apotheken verkrijgbaar waren. Dat bonussysteem was in strijd met de bij wet opgelegde uniforme prijzen. Dat was voor de Duitse vereniging voor de bestrijding van oneerlijke mededeinging de aanleiding om het bonussysteem voor de rechtbank aan te vechten. De vereniging verdedigde dus het standpunt dat het bonussysteem strijdig was met de Duitse wetgeving die uniforme prijzen oplegt voor receptplichtige geneesmiddelen voor menselijk gebruik die apotheken verkopen. De rechtbank die gevat werd stelde hierover een vraag aan het Hof van Justitie. 

Het Hof van Justitie vroeg zich eerst af of de prijsbinding een maatregel is die een gelijke werking heeft als een kwantitatieve invoerbeperking. Zij beantwoordde deze vraag positief: door de uniforme prijzen worden niet in Duitsland gevestigde apotheken meer geraakt dan apotheken die wel in Duitsland gevestigd zijn. Dat die apotheken moeilijker toegang krijgen tot de markt brengt met zich dat producten uit andere lidstaten ook moeilijker toegang krijgen tot de Duitse markt.    

Vervolgens heeft het Hof van Justitie zich afgevraagd of de prijsbinding verantwoord is door het doel de gezondheid en het leven van personen te beschermen. De Duitse regering probeerde dat alvast als kapstok te gebruiken. Volgens haar was het doel van de prijsbinding er voor te zorgen dat postorderapotheken geen moordende prijsconcurrentie kunnen aangaan met apotheken in landelijke en dunbevolkte Duitse gebieden, die minder aantrekkelijke vestigingsplaatsen zouden zijn. De regeling zou dus helpen om de Duitse bevolking een veilige en kwalitatief hoogstaande geneesmiddelenvoorziening te waarborgen.

Het Hof van Justitie heeft echter geoordeeld dat niet bewezen wordt dat de maatregel geschikt is om de volksgezondheid te bewerkstelligen. Volgens het Hof van Justitie werd er niet aangetoond hoe uniforme prijzen voor geneesmiddelen die via apotheken worden verkocht zouden leiden tot een betere geografische spreiding van de traditionele apotheken in Duitsland.

Wel integendeel, het Hof van Justitie vindt het aannemelijk dat toegenomen prijsconcurrentie tussen apotheken "bevorderlijk zou zijn voor de gelijkmatige geneesmiddelenvoorziening, aangezien zij een aansporing zou vormen om apotheken te vestigen in gebieden waar het gering aantal officina's de mogelijkheid zou bieden om hogere prijzen in rekening te brengen". Verder heeft het Hof van Justitie ook overwogen dat de voorgelegde gegevens niet volstaan "om aan te tonen dat prijsconcurrentie voor receptplichtige geneesmiddelen een ongunstige invloed zou hebben op de uitvoering door traditionele apotheken van bepaalde activiteiten van algemeen belang".

Het arrest is belangrijk in dubbel opzicht. Niet alleen bevestigt het opnieuw dat prijsbinding slechts in zeer welbepaalde omstandigheden te verantwoorden is, maar ook neemt het opnieuw een barrière weg waarmee postorder- en internetapotheken zich geconfronteerd zagen.