05/12/2016

Re-integratie van langdurig zieken: nieuwe perspectieven

317_detail.jpg

Tijdens de Breakfast@Bright van 30 september 2016 werd ingezoomd op de juridische gevolgen van arbeidsongeschiktheid bij werknemers, daarbij in het bijzonder wijzend op de alsmaar stijgende cijfers van langdurige arbeidsongeschiktheid.

Het is geen geheim dat de huidige regering deze trend wil aanpakken, en zoekt naar oplossingen om langdurig arbeidsongeschikten opnieuw en sneller aan het werk te krijgen.

De eerste wetgevende initiatieven zijn een feit. Door middel van twee koninklijke besluiten (1) (2), die beiden op 1 december 2016 in werking traden, wordt een beter platform geboden om re-integratie aan te moedigen, aan de hand van een duidelijke procedure die een inkomensgarantie voor de arbeidsongeschikte werknemer impliceert. Daarnaast werd op 22 november 2016 in de Commissie Sociale Zaken ook een wetsontwerp van minister Kris Peeters goedgekeurd dat het arbeidsrechtelijk kader voor re-integratie regelt, en ook een gewijzigde regeling in geval van definitieve arbeidsongeschiktheid omvat.

Een gebald overzicht.

Re-integratietraject voor arbeidsongeschikte werknemers

De bedoeling is om in de eerste plaats na te gaan in hoeverre arbeidsongeschikte werknemers in de onderneming aan de slag kunnen blijven door hen tijdelijk of definitief een aangepast of ander werk te geven, al dan niet na een progressieve werkhervatting. In het kader van dit traject krijgt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer een sleutelrol toebedeeld.

Dergelijk re-integratietraject verloopt in drie fases:

  • In een eerste fase wordt het traject opgestart op vraag van de werknemer of zijn behandelend arts, ongeacht de duur van de arbeidsongeschiktheid. Een werkgever kan dezelfde vraag stellen mits een minimale duur van vier maanden arbeidsongeschiktheid. Uiterlijk twee maanden na deze aanvraag zal de adviserend geneesheer van de mutualiteit nagaan of de arbeidsongeschikte werknemer in aanmerking komt voor re-integratie. Indien dit het geval is, zal hij het dossier overmaken aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.

  • De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zal vervolgens het re-integratietraject opstarten, wat impliceert dat hij de mogelijkheid tot re-integratie zal onderzoeken samen met de betrokken werknemer, diens behandelend geneesheer, de adviserend geneesheer van het ziekenfonds, en eventueel ook met de preventieadviseur psychosociale aspecten en ergonomen binnen de preventiedienst. Op basis van dit onderzoek en overleg zal de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer beslissen dat (1) ofwel de werknemer op termijn zijn overeengekomen werk opnieuw zal kunnen uitoefenen, dan wel de werknemer definitief ongeschikt is voor het overeengekomen werk, (2) ofwel dat er tijdelijk of definitief een aangepast werk dient te worden gezocht.

  • In de derde fase van het traject wordt er in overleg tussen de werkgever en de werknemer een re-integratieplan opgesteld. Op basis van de re-integratiebeoordeling door de arbeidsgeneesheer zullen zij samen bekijken welke concrete mogelijkheden er zijn voor aangepast of ander werk binnen de onderneming. Vervolgens is er ook overleg nodig met de adviserend geneesheer van het ziekenfonds in het kader van toegelaten arbeid of progressieve werkhervatting binnen de ziektewetgeving. Gaat de werknemer akkoord, dan is er sprake van een re-integratieplan, dat op regelmatige basis zal worden opgevolgd, en dat indien nodig kan worden aangepast. Komt er geen re-integratieplan, dan moet de werkgever motiveren waarom hij desgevallend geen ander of aangepast werk aanbiedt, of de werknemer waarom hij het re-integratievoorstel eventueel verwerpt.

De werknemer die niet akkoord gaat met de re-integratiebeoordeling van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer waarbij hij definitief arbeidsongeschikt is verklaard voor het overeengekomen werk kan hiertegen beroep instellen.

Naast deze individuele inspanningen en procedure moeten de werkgever en werknemers ook op collectief vlak een re-integratiebeleid uitwerken voor de onderneming, en het gevoerde beleid op regelmatige basis evalueren.

Re-integratietraject voor arbeidsongeschikten zonder arbeidsovereenkomst

Voor arbeidsongeschikten zonder arbeidsovereenkomst werd als onderdeel van het KB van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, door minister Maggie De Block een re-integratietraject gericht op socio-professionele re-integratie uitgewerkt, waarbij de adviserend geneesheer van de mutualiteit de leiding neemt en samenwerkt met onder meer de regionale tewerkstellingsdiensten.

Als de adviserend geneesheer oordeelt dat iemand zonder arbeidsovereenkomst een job aankan, eventueel na een herscholing of een beroepsopleiding, voert hij eerst een medisch-sociaal onderzoek uit. Samen met de betrokkene bekijkt de adviserend geneesheer de jobmogelijkheden. De resultaten van het medisch-sociaal onderzoek kunnen desgevallend besproken worden met de behandelende geneesheer. De adviserend geneesheer stelt daarop een aanbod van re-integratieplan op en overlegt hierover met de behandelende arts. Daarna wordt de VDAB gecontacteerd.

De arbeidsongeschikte persoon heeft de mogelijkheid om opmerkingen op dit aanbod te formuleren.

Eenmaal er een akkoord is, wordt een overeenkomst opgesteld die de adviserend geneesheer en de betrokkene beiden onderschrijven.

Om de drie maanden voorziet de adviserend geneesheer opvolging van het re-integratietraject.

Rechtszekerheid in de arbeidsrelatie

Het wetsontwerp van minister Kris Peeters dat in de Commissie Sociale Zaken werd goedgekeurd, regelt de aspecten met betrekking tot het arbeidsrecht in geval van re-integratietrajecten voor arbeidsongeschikte werknemers. Het wetsontwerp beoogt de werknemers en werkgevers die in een re-integratietraject stappen rechtszekerheid te bieden over de arbeidsrelatie tijdens de uitvoering van het aangepast of ander werk. Hiertoe worden een aantal duidelijke principes ingevoerd in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

In eerste instantie wordt voorrang verleend aan het behoud van de initiële arbeidsovereenkomst, hoewel de betrokken werknemer tijdelijk een aangepast of ander werk uitvoert. De werknemer zal ook al zijn verworven voordelen  behouden, tenzij hij hierover andere afspraken maakt met zijn werkgever in de bijlage bij zijn arbeidsovereenkomst waarin zij de uitvoering van het aangepast of ander werk regelen.

Indien de arbeidsovereenkomst tijdens de uitvoering van het aangepast of ander werk verbroken wordt, zal de opzeggingsvergoeding berekend worden op basis van het loon dat verschuldigd was in het kader van de initiële arbeidsovereenkomst.

Daarnaast zal de verplichting tot uitbetaling van het gewaarborgd loon geneutraliseerd worden. Indien de werknemer opnieuw arbeidsongeschikt wordt tijdens de uitvoering van het aangepast of ander werk, zal de werkgever dus niet opnieuw het gewaarborgd loon moeten betalen. De werknemer ontvangt in dit geval immers ziekte-uitkeringen van het RIZIV. Door de rechtszekerheid die in dit kader wordt geboden, zullen werkgevers niet ontmoedigd worden om mee te werken aan de re-integratietrajecten en wordt elke juridisch-medische discussie vermeden.

Beëindiging van de arbeidsovereenkomst bij definitieve arbeidsongeschiktheid. Quid medische overmacht?

Tot slot wordt een nieuwe regeling ingevoerd met betrekking tot de beëindiging van de arbeidsovereenkomst op grond van overmacht in geval van definitieve arbeidsongeschiktheid van de werknemer, en dit door invoering van een nieuw artikel 34 in de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten. Voortaan zal de arbeidsovereenkomst van de definitief arbeidsongeschikte werknemer slechts beëindigd kunnen worden op grond van medische overmacht nadat het re-integratietraject (inclusief de beroepsprocedure) volledig werd doorlopen. Met andere woorden, wanneer de arbeidsgeneesheer tot de conclusie komt dat de werknemer definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk uit te voeren, zal eerst worden nagegaan of er aangepast of ander werk mogelijk is in de onderneming. Slechts wanneer dit niet het geval is, kan een beroep worden gedaan op medische overmacht.

Let wel, dit nieuw artikel 34 doet geen afbreuk aan de algemene ontslagmacht van partijen bij een arbeidsovereenkomst. Een arbeidsovereenkomst kan dus steeds beëindigd worden mits naleving van een opzeggingstermijn of betaling van een verbrekingsvergoeding overeenkomstig de bepalingen van de wetgeving op de arbeidsovereenkomsten.

 

(1) Koninklijk besluit van 28 oktober 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 28 mei 2003 betreffende het gezondheidstoezicht op de werknemers wat de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers betreft, B.S. 24 november 2016

(2) Koninklijk besluit van 8 november 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wat de sociaalprofessionele re-integratie betreft, B.S. 24 november 2016