22/03/2016

Schijnzelfstandigheid: een korte recapitulatie van de valkuilen

252_detail.jpg

Recentelijk heeft minister van Werk Kris Peeters aangekondigd dat hij de problematiek omtrent schijnzelfstandigheid bij buitenlandse zelfstandigen wenst aan te pakken. 

Meer in het bijzonder bestaat het probleem erin dat zelfstandigen de sociale zekerheidsbijdragen in hun thuisland dienen te betalen, maar of een correcte betaling gebeurd is, is evenwel moeilijk controleerbaar. Het niet betalen van sociale zekerheidsbijdragen in het thuisland geeft evident een concurrentieel voordeel en is een van de redenen waarom sommige buitenlandse zelfstandigen in staat zijn om tegen lage prijzen in België te werken.

De initiatieven om deze vorm van sociale dumping aan te pakken, brengen het fenomeen van schijnzelfstandigheid dan ook opnieuw in de kijker. Een opportuniteit om nog eens de vuistregels inzake schijnzelfstandigheid nog eens toe te lichten.

Wanneer is er sprake van schijnzelfstandigheid?

Er is sprake van schijnzelfstandigheid indien men men over een zelfstandigenstatuut beschikt, maar in de realiteit onder het gezag, de leiding en het toezicht van een derde werkt. In werkelijkheid is men aldus geen zelfstandige, maar een werknemer.

Om die aard van de arbeidsrelatie te kunnen beoordelen, heeft de wetgever in de Arbeidsrelatiewet van 27 december 2006 twee soorten criteria ingevoerd:

  • enerzijds omvat de Arbeidsrelatiewet vier algemene criteria die van toepassing zijn op alle arbeidsrelaties. Met name hanteert de wetgever volgende criteria om het bestaan dan wel de afwezigheid van de gezagsrelatie te evalueren:
  1. de wil van de partijen zoals die in hun overeenkomst werd uitgedrukt;
  2. de vrijheid van organisatie van werktijd;
  3. de vrijheid van organisatie van werk;
  4. de mogelijkheid om een hiërarchische controle uit te oefenen.
  • daarnaast wijst de Arbeidsrelatiewet nog negen specifieke criteria aan, die enkel van toepassing zijn op arbeidsrelaties in de sectoren van bouw, bewaking, transport en schoonmaak. Indien aan meer dan de helft van die criteria is voldaan, wordt er (weerlegbaar) vermoed dat een arbeidsovereenkomst bestaat. 
  1. de ontstentenis van een financieel of economisch risico;
  2. de ontstentenis van verantwoordelijkheid en beslissingsmacht omtrent de financiële middelen van de onderneming
  3. de ontstentenis van beslissingsmacht over het aankoopbeleid van de onderneming;
  4. de ontstentenis van beslissingsmacht over het prijsbeleid van de onderneming;
  5. de ontstentenis van een resultaatsverbintenis betreffende de overeengekomen arbeid;
  6. de garantie op betaling van een vaste vergoeding, ongeacht de bedrijfsresultaten of de omvang van de prestaties;
  7. het zelf geen werkgever zijn van persoonlijk en vrij aangeworven personeel of het ontbreken van de mogelijkheid om voor de uitvoering van het overeengekomen werk personeel aan te werven of zich te laten vervangen;
  8. het zich niet voordoen als een onderneming tegenover andere personen of hoofdzakelijk of gewoonlijk voor één medecontractant werken;
  9. in ruimtes werken waarvan men niet de eigenaar of de huurder is of werken met materiaal dat ter beschikking wordt gesteld, gefinancierd of gewaarborgd door de medecontractant.

Samenwerkingsovereenkomsten met zelfstandigen

Het is van belang dat u als opdrachtgever alert bent bij het afsluiten van samenwerkingsovereenkomsten met zelfstandigen.

Als algemeen criterium hanteert de Arbeidsrelatiewet het principe dat "de wil van de partijen zoals die in hun overeenkomst werd uitgedrukt" bepalend is voor de kwalificatie van de overeenkomst. Partijen kiezen aldus in eerste instantie zelf de aard van hun arbeidsrelaties, maar evident moet de feitelijke arbeidsrelatie vereenstemmen met die contractuele bepalingen.

In geval van een discussie (tussen partijen of met de RSZ) is de rechter immers niet gebonden door de overeengekomen kwalificatie, maar zal zij/hij nagaan aan de hand van de criteria uit de Arbeidsrelatiewet of de feitelijke gezagsuitoefening de gekozen arbeidsrelatie niet uitsluit. Bij een herkwalificatie van de arbeidsrelatie, zal de vermeende opdrachtgever moeten instaan voor de achterstallige werkgeversbijdragen. Daarnaast kan de RSZ tevens interesten en bijdrageopslagen vorderen.

Het niet correct naleven van de wettelijke voorschriften inzake aangifte en betaling van de sociale zekerheidsbijdragen betreft daarenboven ook een sociaalrechtelijk misdrijf.

Het is met andere woorden geen overbodige luxe om kort even uw juridische adviseur te raadplegen wanneer u een zelfstandige samenwerkingsovereenkomst zou gaan sluiten.