16/10/2013

Uitkering van dividenden aan 10 % roerende voorheffing in plaats van aan de gebruikelijke 25% - houd de timing goed in het oog!

Met ingang van 1 oktober 2014 wordt de roerende voorheffing op liquidatieboni verhoogd van 10 tot 25%. De liquidatiebonus is de som die naar aanleiding van een vereffening van een vennootschap na realisatie van het actief en het voldoen van de openstaande schulden bovenop het (gerevaloriseerd) fiscaal gestort kapitaal aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd. Deze som wordt fiscaaltechnisch gelijkgesteld met een dividend en wordt onderworpen aan de roerende voorheffing. Deze bedraagt op vandaag 10%, maar vanaf 1 oktober 2014 dus 25%.

U overweegt om omwille van deze maatregel vóór 1 oktober 2014 uw vennootschap nog te ontbinden en te vereffenen, om zo nog van het huidige tarief van 10% te kunnen genieten? U hoeft dit zeker niet te doen, want de wetgever heeft, net om te vermijden dat al te veel bedrijven vanuit dit (louter) fiscaal oogpunt hun activiteiten zouden stopzetten, in een 'cadeautje' voorzien voor de bestaande vennootschappen.

Zo is het tot 1 oktober 2014 mogelijk om, onder welbepaalde voorwaarden, de belaste reserves van uw vennootschap om te zetten in belastingvrij kapitaal tegen betaling van (slechts) 10% roerende voorheffing. Wanneer nadien tot een kapitaalvermindering wordt besloten en deze gelden uit de vennootschap worden gehaald, is hierop geen roerende voorheffing meer verschuldigd. Conclusie: de (belaste) reserves werden uitgekeerd aan de aandeelhouders aan (het verlaagd tarief van) 10% roerende voorheffing in plaats van (het voor uitkering van dividenden gebruikelijke tarief van) 25% roerende voorheffing.

Om van dit (verlaagd) tarief van 10% roerende voorheffing te kunnen genieten, moet (evident) aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. Zo is het verlaagd tarief enkel van toepassing:

  • op uitkering van dividenden die overeenkomen met de vermindering van de belaste reserves zoals deze ten laatste op 31 maart 2013 door de algemene vergadering werden goedgekeurd (sluit het boekjaar af per 31/12 en vindt de jaarvergadering plaats ná 31 maart, dan komen principieel enkel de belaste reserves van het boekjaar 2011 in aanmerking);
  • op voorwaarde en in de mate dat het uitgekeerde dividend onmiddellijk opnieuw wordt opgenomen in het kapitaal (het dividend dient niet integraal terug te worden ingebracht in het kapitaal, maar enkel het deel van het netto-dividend dat onmiddellijk terug wordt ingebracht in het kapitaal, kan genieten van het 10%-tarief);
  • indien de opneming in het kapitaal plaatsvindt tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit vóór 1 oktober 2014 (vennootschappen die hun boekjaar afsluiten per 31/10, 30/11 of 31/12, dienen hun kapitaal aldus te verhogen uiterlijk vóór respectievelijk 31/10/2013, 30/11/2013 of 31/12/2013).

Concreet heeft de wetgever dus de mogelijkheid gecreëerd om een dividend uit te keren aan het verlaagd tarief van 10% roerende voorheffing (in plaats van aan het gebruikelijke tarief van 25%) op voorwaarde dat het netto-dividend onmiddellijk terug in het kapitaal wordt opgenomen. Het gevormde kapitaal wordt dan beschouwd als fiscaal gestort kapitaal zodat in geval van een latere kapitaalvermindering de in het kapitaal ingebrachte gelden belastingvrij aan de aandeelhouders zullen toekomen.

Voorwaarde is wel dat de kapitaalvermindering níet plaatsvindt binnen de eerste vier jaar na de (laatste) inbreng in het kapitaal die in dit verband geschiedt (acht jaar voor grote vennootschappen). Pas na het vijfde jaar (negende jaar voor grote vennootschappen) zullen de gelden als werkelijk fiscaal gestort kapitaal worden aanzien en zal een kapitaalvermindering belastingvrij geschieden. Vindt er binnen voormelde termijn van vier (acht) jaar wel een vermindering van het kapitaal plaats, dan wordt deze eerst aangerekend op de in dit verband ingebrachte kapitalen en wordt de uitkering toch beschouwd als een dividend dat wordt onderworpen aan de roerende voorheffing. Het tarief bedraagt alsdan:

  • 15% in geval van een kapitaalvermindering binnen de eerste twee jaar na de inbreng;
  • 10% in geval van een kapitaalvermindering tijdens het derde jaar volgend op de inbreng;
  • 5% in geval van een kapitaalvermindering tijdens het vierde jaar volgend op de inbreng.

Voor grote vennootschappen worden de termijnen verlengd tot respectievelijk de eerste vier jaar, het vijfde of zesde jaar en het zevende of achtste jaar volgend op de inbreng.

Om te vermijden dat vennootschappen hun dividendpolitiek plots sterk zouden wijzigen in vergelijking met de vorige boekjaren, werd voorzien in een specifieke antimisbruikbepaling.

Vermits de regeling dus enkel geldt indien de kapitaalverhoging plaatsvindt 'tijdens het laatste belastbaar tijdperk dat afsluit vóór 1 oktober 2014', benadrukken wij nogmaals dat vennootschappen die hun boekjaar afsluiten per 31/10, 30/11, resp. 31/12 hun kapitaal dienen te verhogen tegen uiterlijk 31/10/2013, 30/11/2013, resp. 31/12/2013.

Houd de timing dus goed in het oog indien u van deze gunstmaatregel gebruik wenst te maken.